De Cursus komt tot leven


Praktische wenken voor de studie  (3, slot)

 


 

 III.  Toepassing

 

 

In het laatste deel van deze reeks houden we ons bezig met de meest persoonlijke en praktische stap. Dit is als het ware het hoogtepunt waar de voorgaande onmisbare stappen je naar toe hebben geleid. Nu je de inhoud van de tekst begrepen hebt ga je over naar de toepassing; de Cursus in je leven.

 

 

A.   Ervaar en visualiseer de passage

 

Om een bepaalde tekst te kunnen ervaren is het belangrijk om langzaam en aandachtig te lezen, en soms zelfs hardop. Ook kan het nuttig zijn als iemand het voor je voorleest (in een groepje bijvoorbeeld). Deze vorm van lezen gaat echter verder dan het gewone lezen. Het is eerder een meditatieve manier van contact maken met de geestelijke inhoud van de tekst en de inspirator ervan. Je probeert het beeld (of de beeldspraak) die er geschetst wordt echt voor je te zien en met alle zintuigen te beleven. Om zoiets te kunnen doen is het belangrijk om vaak pauzes te nemen zodat je er als het ware ‘bij kunt blijven’. Een mooi voorbeeld is T17.IV.8-9 waar hij praat over de twee schilderijen. De volgende punten staan in dienst van deze persoonlijke beleving.

 

 

B.  Lees de passage alsof ze voor jou persoonlijk werd geschreven

 

 

1. Lees alsof Jezus tot je spreekt

Dit is een zeer krachtige manier van lezen. Je leest niet zomaar een boek. Nee, dit boek werd speciaal voor jou geschreven, door deze uiterst liefdevolle leraar die 2000 jaar geleden ook probeerde zijn broeders te helpen (en ook jou al, want als geest was je ‘toen al’ aanwezig en wist je op een bepaald niveau dat hij je kwam helpen). Het kan zijn dat dit persoonlijke contact zelfs weerstand oproept omdat Jezus te dichtbij komt. Misschien houd je het liever bij de ‘neutrale’ Heilige Geest. Toch is dit boek naar eigen zeggen door Jezus voor jou (vul je eigen naam in] geschreven. Het gaat om jou, en Jezus  probeert alles om een relatie met jou op te bouwen: ‘Maar hij zou jou nog wat meer kunnen helpen als jij jouw vreugde en verdriet met hem wilt delen en ze beide wilt achterlaten om Gods vrede te vinden’. (VvT.5:7)

 

 

2. Verander de jij-vorm in ‘ik’ of ‘wij’ en noem je eigen naam

Als je een bepaalde passage in de ik-vorm leest kan dat een overrompelend effect hebben. Het ‘jij’ in de Cursus is al behoorlijk persoonlijk, maar het komt soms vele malen sterker binnen om ‘ik’ te zeggen. In plaats van ‘Jij denkt werkelijk dat je alleen bent als er geen ander lichaam bij jou is’ (WdI.76.3:4) lees je dan: Ik denk werkelijk dat ik alleen ben als er geen ander lichaam bij mij is.’

 

 

3. Vul de naam in van een broeder

Het maakt enorm veel verschil om in plaats van ‘je broeder’ de naam in te vullen van een persoon uit je omgeving waar je mee wilt werken. Daardoor kan een bepaalde passage heel erg tot leven komen, soms zelfs in zo’n mate dat je er van kunt schrikken! Mocht je ooit gedacht hebben dat de Cursus niet werkt – pas dit dan eens toe! Aan je weerstand merk je al dat er wel degelijk iets met je gebeurt. - Een fraai stukje is ‘De verlossing van angst’. Het komt vele malen dichterbij als je het leest in de ‘ik’-vorm door tevens de naam van een broeder in te vullen:

 

 

In tegenwoordigheid van de heiligheid van mijn broeder [naam] is de wereld stil,

en daalt er vrede over haar neer

in een lieflijkheid en zegening zo compleet

dat niet één spoortje strijd overblijft

om mij [naam] te kwellen in het duister van de nacht.

Hij [naam] is het die me verlost van de dromen van angst.

Hij [naam] is het die me heelt

van mijn gevoel van opoffering

en van de angst dat wat ik heb,verstrooid zal raken door de wind en tot stof vergaan.

In hem [naam] vind ik [naam] de zekerheid

dat God hier is, en met mij nu.

Terwijl hij [naam] is wat hij is,

kan ik [naam] er zeker van zijn

dat God kenbaar is

en door mij zal worden gekend.

Want God kan Zijn eigen schepping nooit verlaten.

En het teken dat dit zo is vind ik in mijn broeder [naam],

mij geschonken opdat al mijn twijfels over mezelf

zouden verdwijnen in tegenwoordigheid van zijn [naam] heiligheid.

Ik zie in hem [naam] Gods schepping [het Zoonschap].

Want in hem [naam] wacht zijn Vader op mijn erkenning

dat Hij mij [naam] als deel van hem geschapen heeft.   (T24.VI.1, bewerkt)

 

 

4. Vul plaats en datum in

Zoals in het artikel ‘Hoe maak ik me de werkboekgebeden meer eigen’ al genoemd werd kun je de plaats en de datum invullen. Als er bijvoorbeeld staat: ‘de wereld is een aanval op God’ kun je ook zeggen: ‘deze kamer is een aanval op God’. Dat maakt dat je veel meer na moet denken over wat er precies mee bedoeld wordt. Ook kom je dan misschien wel tot de ontdekking dat je het eigenlijk niet begrijpt of dat het veel weerstand bij je oproept. Dan praat je niet meer over ‘de wereld’ maar over de concrete dingen, en dat is dé manier hoe onze geest leert: ‘En nu moeten we het specifieke gebruiken bij het oefenen.’ (WdI.161.3:2) ‘Als er geen specifieke verwijzing in de geest opkomt in samenhang met dat woord [b.v. broeder, wereld, God], heeft dat woord weinig of geen praktische betekenis en kan het zodoende het helingsproces niet helpen.’ (H21.2:3)

 

 

5. Welke emoties roepen de ideeën bij je op?

De Cursus roept – als je hem leest en toepast – naast vreugde en een diepe herkenning ook weerstand op, ongeloof en twijfel. Wees hierin eerlijk met jezelf, probeer niet in de valkuil te vallen dat de Cursus alleen de liefdevolle passages meent. Het is belangrijk om alle gevoelens met de auteur te delen, want dat is dé manier om ze te transformeren. Spreek er met anderen over, vraag een Courseleraar, of vraag het met behulp van ‘geïnspireerd schrijven’ aan Jezus of de Heilige Geest, maar stop je gevoelens niet weg. Ga in gesprek met Jezus, ook over je weerstanden. 

 

 

6. Beantwoord de vragen die Jezus tot je richt 

In de Cursus staan een heleboel vragen, en het is verrassend hoe veel het er zijn – als je er eenmaal op let. Je zou het meest voor de handliggende kunnende doen: de vragen beantwoorden. Daarmee bedoel ik niet oppervlakkig ‘ja’ of ‘nee’ omdat het vaak om retorische vragen gaat. Probeer eerder zo eerlijk mogelijk te zeggen hoe jij je over die kwestie voelt. Coursestudenten hebben af en toe de neiging ‘hun beste beentje voor te zetten’ en te denken dat ze al verinnerlijkt hebben wat ze nog moeten leren. Het helpt je meer om te accepteren daar waar je bent dan jezelf zelf wijs te maken dat je al lang de principes en ideeën begrepen en in je leven geïntegreerd hebt. Door eerlijk antwoord te geven kom je erachter waar je nu staat, en de enige plek van waaruit je verder kunt gaan.

 

 

7. Volg de instructies op

Een voor de hand liggende toepassing van de Cursus is te doen wat er staat. Als je bijvoorbeeld leest: ‘Denk hier over na: ...’ meent Jezus dat werkelijk en vraagt ons om even stil te worden en erover na te denken. Wellicht willen we gauw verder lezen en zijn we benieuwd naar de volgende zin, maar op een gegeven moment ontdek je dat het belangrijker is om rustig de tijd te nemen en zijn suggesties op te volgen omdat dát je juist verder brengt, in plaats van veel tekst door te nemen.

 

 

8. Leer een dierbare passage van buiten

Dit verrassende punt van toepassing is belangrijker dan we op het eerste gezicht zouden denken. Het is niet alleen dat het Werkboek ons vraagt om een probleemoplossend repertoire op te bouwen oftewel oefeningen te onthouden die voor ons zeer werkzaam zijn. Ik ben ervan overtuigd dat het erg behulpzaam is om zinnen van buiten te leren die je vanzelf te binnen schieten als je ze nodig hebt - zonder er verder over na te denken. Zoals velen het ‘Onze Vader’ van buiten kennen en het zo kunnen opzeggen (terwijl ze het met de inhoud misschien zelf niet eens zijn) kunnen we net zo makkelijk een aantal zinnen leren waar we het helemaal mee eens zijn.

Een mooi stukje dat zich ertoe leent en dat ik ooit van buiten leerde was ’Wat ben ik?’ (WdII.14.1):

 

Ik ben Gods Zoon, compleet, geheeld en heel, stralend in de weerspiegeling van Zijn Liefde.

In mij is Zijn schepping geheiligd en van eeuwig leven verzekerd.

In mij is de liefde vervolmaakt, angst onmogelijk en vreugde gegrondvest zonder tegendeel.

Ik ben het heilige thuis van God Zelf.

Ik ben de Hemel waar Zijn Liefde woont.

Ik ben Zijn heilige Zondeloosheid Zelf, want in mijn zuiverheid verblijft de Zijne.’

 

 

C.   Herken in jezelf de gedachten

of geestelijke processen die de Cursus beschrijft

 

In de Cursus komt 212 keer de frase voor: ‘jij gelooft’ en 281 keer ‘jij denkt’ (vaak vertaald met: ‘jij meent’). Blijkbaar claimt de auteur te weten wat er in ons binnenste allemaal gebeurt, en wellicht beter dan we zelf in de gaten hebben. Een veel voorkomend verschijnsel is dan ook dat mensen die de Cursus voor het eerst lezen een aantal processen in hun eigen leven helemaal niet herkennen en veel later pas tot de ontdekking komen dat ze in wezen wel degelijk zus en zo denken, maar het was té pijnlijk om in het bewustzijn toe te laten (en blijft dus verborgen): ‘Niemand kan aan illusies ontsnappen tenzij hij ernaar kijkt, want door er niet naar te kijken worden ze juist beschermd’ (T11.V.1:1). Het is niet alleen maar zo dat we er toevallig niet naar kijken, nee, we willen er niet naar kijken. De Cursus probeert ons het valse masker, het gezicht van onschuld, bewust te laten worden om er dan voor te kiezen het op te geven. En we zullen op dit spirituele pad geen stap verder komen als we niet bereid zijn al die lelijkheid en moordlust in onszelf te herkennen, dus het ego onder ogen te zien. Natuurlijk is dat niet de laatste stap, maar wel één die we regelmatig zullen moeten nemen. Niemand komt hier zonder nog hoop, een of andere langslepende illusie, of een droom te hebben dat er buiten hem iets is wat hem geluk en vrede brengen zal’ (T29.VII.2:1). Geldt dit voor jou? Wat zijn jouw verborgen drijfveren?

 

 

D.   Pas dat wat je leest toe op specifieke

gebeurtenissen in je leven

 

Het hele onderwijs van de Cursus heeft alleen maar tot doel om in ons eigen leven geïntegreerd te worden: ‘Dit is geen cursus in het spelen met ideeën, maar in de praktische toepassing ervan’ (T11.VIII.5:3). En dit geldt natuurlijk niet alleen voor het Werkboek, maar ook voor het Tekstboek dat al doorspekt is met praktijk, kleine opdrachten voor ons, vragen die gesteld worden, oefeningen, gebeden etcetera. Hij zegt zelfs dat – als we de Tekst goed tot ons door lieten dringen – ‘… we helemaal geen Werkboek nodig hebben’ (WdI.39.2:5). Alle drie de delen van de Cursus zijn gericht op transformatie, met welk deel je ook bezig bent!

 

Je zou je af kunnen vragen waarom er een hele reeks van 6 afleveringen nodig was om tot slot te horen te krijgen om het ‘in je leven toe te passen’. Deden we dat niet van meet af aan? Volgens mijn ervaring komt de Cursus echter pas tot leven als je de stappen doorlopen hebt van:

 

1.          Observatie     (Wat staat er?)

2.          Interpretatie   (Wat betekent het?)

3.          Toepassing    (Wat betekent het voor mij?)

 

Toepassing is uiteraard het ultieme en enige doel, maar hoe kan ik een gebruiksaanwijzing toepassen als ik die niet eerst opmerkzaam gelezen heb en vervolgens geprobeerd heb haar te begrijpen? En hebben jullie nooit de ervaring dat – als je haar niet goed bestudeerd had – je opnieuw kon beginnen of het veel sneller af had kunnen zijn als je de aanwijzingen eerst goed gelezen had? En nu - tot slot - kan ik me met schroevendraaier en hamer richten op het echte werk, om iets prachtigs in elkaar te zetten, om een schitterend bouwsel van mijn leven te laten ontstaan onder leiding van de beste Instructeur en Archtitect die er maar is.

 

 

 

WIL JE DIT ARTIKEL UITPRINTEN?
Selecteer dan het tekstgedeelte van boven naar beneden door de linkermuisknop ingedrukt te houden en omlaag te scrollen; klik met rechts > copiëren; open een nieuw Word-document en plak het erin. Klik nu op afdrukken. Voilà!

De artikelen werden vertaald met vriendelijke toestemming van 'The Circle of Atonement'.
De citaten werden uit het Engels vertaald vanuit 'A Course in Miracles', Foundation for Inner Peace, 1992.
Op de artikelen van 'the Circle of Atonement' en van 'het wonder' rust copyright.