De Cursus komt tot leven (Inleiding)
praktische wenken voor de studie
samengevat en bewerkt door Christian Salamon
Inleiding
Dit artikel is het eerste van een reeks waarin ik een aantal studietechnieken
wil introduceren om het
lezen van het boek te vergemakkelijken en om beter tot zijn essentie
door te dringen. Mijn ervaring is dat veel Coursestudenten na het
lezen van een passage er wel een goed gevoel aan overhouden, maar
vaak niet meer weten wat ze nu eigenlijk gelezen hebben. Als we
niet zelf leren lezen zullen we afhankelijk blijven van derden,
van leraren die voor ons interpreteren en van boeken die erover
schrijven, maar zullen we niet in staat zijn om zelf tot eigen conclusies
te komen aan de hand van de bron zelf, van Een Cursus in Wonderen.
Deze reeks is dus enerzijds bedoeld voor de student die gezellig
in z’n eentje voor de kachel zit te lezen alsook voor Coursegroepjes
die met z’n allen proberen de bedoeling van dit boek te achterhalen.
Deze reeks is gebaseerd op het Engelstalige boek: De Cursus komt tot
Leven: hoe kan ik de betekenis van de Cursus voor mezelf ontsluiten?
(Bringing
the Course to Life: How to unlock the Meaning of ACIM for Yourself;
by A. Watson en R. Perry, 237 pagina's). Met
hun vriendelijke toestemming maak ik er een beknopte samenvatting
van die ik met mijn eigen ervaringen verbinden wil.
De
noodzaak om te lezen
Wij Coursestudenten hebben te maken met een spirituele weg die zich louter
baseert op een boek, een boek van 1300 pagina’s inclusief
twee aanvullingen. De vraag is eenvoudig: wat doe je normaal gesproken
met een boek? Wat doe je bijvoorbeeld met boeken zoals de Bijbel,
de Koran of de Bagavadghita? Je leest ze. Ook Jezus brengt
zijn ideeën naar voren d.m.v. het geschreven woord, en als je voor
deze spirituele weg kiest betekent dit dat jij als volgeling van
de Cursus er niet omheen komt om dit boek te lezen. Het boek lezen
betekent zich uiteenzetten met de gedachtewereld van de auteur,
zijn denksysteem te toetsen aan het mijne.
Voor velen vormt het lezen echter al de eerste grote belemmering, want
het lezen wordt doorgaans als moeilijk ervaren. Het zijn vaak lange
en ingewikkelde zinnen die uiterste concentratie vereisen, en het
taalgebruik is ook niet altijd even hedendaags. En waar slaan al
die persoonlijke voornaamwoorden op zoals ‘hij’ en ‘hem’? Het lezen
van de Cursus, en met name het Tekstboek, is voor velen geen gedeelde
vreugd. Het bestuderen lijkt ons zelfs af te snijden van onze intuïtie,
van ons gevoel van eenheid waar we juist naar toe willen. Maar zou
het kunnen dat, als je het boek op de juiste manier leest,
je op alle niveaus tegelijk wordt aangesproken, gevoelsmatig én
intellectueel, het hart én het hoofd? Ik persoonlijk ervaar door
het lezen van de Cursus een unieke verbinding tussen hart en geest,
tussen voelen en denken.
En er rijst de vraag die ik – samen met Robert Perry - zo inspirerend vind:
‘Hoe kijkt de auteur tegen studie aan? Wat vindt hij
ervan?’ In de Inleiding tot het Werkboek wordt gezegd: ‘Een
theoretische fundering zoals de tekst die verschaft, is als kader
noodzakelijk om de oefeningen in dit werkboek zinvol te maken’ (W.in.1:1). Hetzelfde wordt ons in het begin van het
Tekstboek verteld (T1.VII.4-5). Het zo goed mogelijk begrijpen van de geopperde denkbeelden is dus de
voorwaarde voor de ervaring, want we kunnen zelfs bang worden voor
de nagestreefde Godservaring als we niet goed voorbereid zijn: ‘Enkele
latere stappen in deze cursus houden echter een directere nadering
tot God Zelf in. Het zou onverstandig zijn om zonder zorgvuldige
voorbereiding met die stappen te beginnen, want dan zal ontzag met
angst worden verward, en zal de ervaring eerder traumatisch dan
gelukzalig zijn.’ (T1.VII.5:1,7-8) En het Werkboek krijgt in mijn ervaring veel meer diepgang als het gedaan
wordt ná de Tekst, omdat in het Tekstboek veel ongewone denkbeelden
belicht worden zoals bijvoorbeeld onze ‘verborgen kanten’, de mechanismen
van het ego die we ons vaak liever niet bewust willen worden en
daarom geneigd zijn te verstoppen.
De unieke stijl van de
Cursus
Zodra we de Cursus proberen te lezen komen we tot de ontdekking dat hij
volslagen anders geschreven is dan welk boek ook. De Cursus is namelijk
niet lineair opgebouwd, van A naar B, zoals een gewone verhaallijn,
maar hij is geschreven op een manier die je symfonisch of
holografisch zou kunnen noemen. Dat betekent dat ‘in elke
zin de hele Cursus staat’, dat elk deel tegelijkertijd het geheel
bevat. Dit verschijnsel kennen we vanuit de holografie: Als je een
stukje van een hologram afzondert bevat dit deeltje opnieuw de gehele
afbeelding. En deze holografische manier van schrijven is precies
zoals de auteur zelf denkt en de werkelijkheid beleeft, zoals de
werkelijkheid is: ‘Het inzicht [recognition] van het deel
als geheel, en van het geheel in ieder deel is volmaakt natuurlijk.’
(T16.II.3:3) En met symfonisch wordt bedoeld dat de auteur
net als bij een symfonie voortdurend nieuwe thema’s aandraagt, ze
herhaalt, erop varieert, ze verdiept en met elkaar verbindt. En
deze magnifieke structuur maakt de Cursus tot een ongeëvenaard weefsel
van ideeën, het maakt hem tot meer dan een spreukenverzameling die
we bij tijd en wijle raadplegen (waar natuurlijk niets mis mee is).
Deze hoogintelligente manier van schrijven vraagt van ons studenten de
inzet om een volstrekt andere manier van lezen te ontwikkelen, want
de auteur wil wellicht dat we net zo over de werkelijkheid gaan
denken als hijzelf. De Cursus is dus niet chaotisch maar juist vol
betekenissen en verwijzingen, geschreven door een meesterbrein dat
zijns gelijke niet kent. En aan ons de eer om dit ingenieuze meesterwerk
geleidelijk te ontsluiten. Want heb jij niet ook eens meegemaakt
dat, als je na een tijd dezelfde passage opnieuw leest, je zeker
weet dat die ene zin er niet eerder in heeft gestaan! Een Cursus
in Wonderen is een groeiboek dat zich voor ons opent naarmate wij
ons daarvoor openen.
Transformeren i.p.v. louter
informeren
Een belangrijk inzicht is dat de Cursus niet alleen tot doel heeft ons
te informeren maar ons vooral wil transformeren. Hij wil
ons onderwijzen door zijn ideeën aan ons voor te leggen, maar bovenal
wil hij ons raken, wil hij ons op alle mogelijke manieren tot een
andere keuze brengen. Vandaar dat het boek ons zeer gevarieerd aanspreekt:
soms lijkt zich een geleerde tot ons te richten, dan weer een therapeut,
een verkoper, een poëet, een dierbare vriend of een coach. Enkele
voorbeelden van zijn veelzijdige poging om ons te raken:
Hij probeert ons met logische argumenten te overtuigen (als A en B waar
zijn, dan moet ook C waar zijn): ‘God geeft mij niets dan geluk.
Hij heeft me mijn functie gegeven. Dus moet mijn functie geluk zijn.’
(WdI.66.5:2-4)
Hij doet beloftes: ‘Geloof dit, en je zult vrij zijn.’ (T1.VI.5:9)
Hij stelt ons gerust en moedigt ons aan: ‘Ga verder, wolken kunnen jou
niet tegenhouden … Je kunt niet falen.’ (WdI.69.6:5,7:4)
Hij zegent ons: ‘Mijn vrede geef ik je.’ (T13.VII.16:8)
Hij smeekt ons zelfs: ‘Mijn broeders in de
verlossing, laat niet na mijn stem te horen en naar mijn woorden
te luisteren.’ (T31.VIII.8:1)
Hij maakt veelvuldig gebruik van retorische vragen: ‘Kun je tevreden
zijn met de illusie dat jij leeft?’ (T23.II.18:9)
Hij vervalt in pure poëzie: ‘De kamer wordt een tempel, en de straat
een stroom van sterren ...’ (PVII.8:4)
Hij vraagt ons om stiltes te nemen en te reflecteren:
‘Sta hierbij stil en denk hierover na.’ (WdI.155.12:2)
Hij motiveert ons: ‘Bevrijd jouw broeder
hier, zoals ik jou heb bevrijd.’ (T19.IV.D.18:1)
Hij wil een relatie met ons opbouwen: ‘Jij
hebt nu nog weinig vertrouwen in mij, maar dat zal groeien naargelang
jij je voor leiding steeds vaker tot mij wendt in plaats van tot
je ego.’ (T4.VI.3:1)
Hij maakt gebruik van mooie of schokkende beeldspraak: ‘Kun je op een
skelet roze lippen verven, het mooi aankleden, vertroetelen en verwennen
en het zo tot leven wekken?’ (T23.II.18:8)
Hij bidt soms rechtstreeks tot God: ‘Ik dank Jou, Vader, voor deze heiligen
die mijn broeders en jouw Zonen zijn.’ (T31.VIII.10:1)
Bekende termen krijgen
nieuwe inhoud
I. Observatie Wat staat er?
II. Interpretatie Wat betekent het?
III. Toepassing Wat
betekent het voor MIJ?
I. Observatie
Wat staat er?
In het begin moeten we simpelweg goed kijken wat er staat. Hier zullen
we ons b.v. moeten realiseren dat er hoofdletters gebruikt worden
die naar de Eenheid verwijzen en zullen we dubbele ontkenningen
moeten ontrafelen. Waar slaat het woordje ‘hij’ op? Als we de grammaticale
structuur niet begrijpen kunnen we in wezen niet verder. Dit is
de basisvoorwaarde om überhaupt aan de slag te kunnen.
II. Interpretatie Wat betekent het?
Nu kunnen we ons aan de interpretatie wagen. We weten technisch wat er
staat, maar wat betekent het? Hier zullen we b.v. genoodzaakt worden
om in eigen woorden een samenvatting te maken, de logica te achterhalen
en verbanden te leggen, b.v. met wat we al eerder lazen. Wat is
in deze alinea belangrijk? Wordt er soms op de Bijbel gezinspeeld?
III. Toepassing Wat betekent het
voor MIJ?
Dit is de laatste fase, en vaak één waar we maar al te snel naar toe willen.
We willen beleven wat er gezegd wordt, we willen het voelen
en ervaren. Maar pas nadat ik weet wat er bedoeld wordt ben ik in
staat om het op mezelf toe te passen, om i.p.v. ‘jij’ mijn eigen
naam in te vullen of voor ‘mijn broeder’ een bekende persoon. Hier
treed ik nog meer in dialoog met de auteur en wordt de Cursus een
weg die voor mij persoonlijk betekenis heeft. Hier ervaar ik zijn
transformerende kracht het sterkst.
|