Het
Course-woordenboek
Zoals bekend wijken de meeste begrippen uit de Cursus nogal af van de gangbare
en vaak Christelijke betekenis. Daarom geven we soms eerst een
definitie van de conventionele betekenis en daarna de betekenis
die de Cursus eraan geeft. De alfabetisch gerangschikte definities
zijn afkomstig uit Robert Perry's ‘Course
Glossary’.
Christus
In de
Christelijke
betekenis gaat het om Jezus, die de Christus was, de Zoon
van God.
De Cursus echter verstaat onder Christus Gods uitbreiding, Zijn ene Zoon en
Zijn ene schepping. Onze ware Identiteit; het enkele Zelf dat
gedeeld wordt door alle leden van het Zoonschap (zie T15.V.10:10).
Het tweede Lid van de Heilige Drie-eenheid. De Heilige Geest verblijft
binnen de Christus zoals Christus in God verblijft. De Christus
verwijst niet naar Jezus, die slechts één van deze leden is die
zich onze gedeelde Identiteit herinnerd heeft. Christus is volledig
één met God, niet te onderscheiden van God en eeuwig wakker ín
God. Hij kan niet slapen (zie T12.VI.5:4).
duivel
Christelijke
betekenis:
Een bovennatuurlijk wezen dat God tegenwerkt en de oorzaak is
van alles wat verkeerd gaat.
De
Cursus: Het ego, het zelf dat wij gemaakt hebben (en denken geworden te zijn) dat
zich tegen God verzet en de enige reden is voor al het lijden
en het ‘kwaad’. (Zie ook T3.VII.2:4-8,5:1-4)
Heilige
Geest
Christelijke
betekenis:
De derde persoon van de Heilige Drie-eenheid, de actieve Aanwezigheid
van God in het menselijke leven.
De
Cursus: Het derde deel van de Heilige Drie-eenheid
(T5.I.4:1), Gods Antwoord op de afscheiding, de Stem voor God,
onze innerlijke Leraar, de communicatielink tussen God en Zijn
afgescheiden Zonen, de brug tussen kennis en waarneming. God schiep
de Heilige Geest tijdens de afscheiding en plaatste Hem binnen
elke slapende geest als de roep om te ontwaken (T6.V.1:5-2:1).
Hij verblijft in onze rechtgezinde geest en onze Christusgeest.
Hij heeft de speciale functie om de afscheiding ongedaan te maken,
zodat Gods kinderen thuis kunnen komen. De grondslag van al wat
Hij doet wordt gevormd door het feit dat Hij zich volstrekt bewust
is van de werkelijkheid en van de illusies.
1.
Dit stelt Hem in staat
om de werkelijkheid te vertalen in een vorm die we kunnen begrijpen
in de wereld van illusies. Hij vertaalt kennis in ware waarneming,
ontwaakt zijn in gelukkige dromen en de wetten van de Hemel in
wetten van de geest die op aarde werkzaam zijn.
2.
Dit stelt Hem eveneens
in staat om alles wat wij gemaakt hebben te vertalen in een uitweg
uit datgene wat we gemaakt hebben. Hij vertaalt de wereld
in een onderwijsmiddel om ons thuis te brengen, het lichaam in
een communicatiemiddel, de herinnering aan het verleden in een
herinnering van het tijdloze heden, onze verdedigingen tegen de
waarheid in verdedigingen tegen illusies, onze speciale relaties
in heilige relaties, ons verlangen om speciaal te zijn in onze
speciale functie, de menselijke taal in een betekenisvolle communicatie
over de waarheid etc.
3.
Hij is in staat om illusies
in het licht van de werkelijkheid te zien en zodoende hun onwerkelijkheid
te onderkennen. Hij ziet alles wat wij zien, alle pijn, schuld,
en de dood, maar Hij realiseert zich dat geen van alle werkelijk
is. Zo ziet Hij dat we nog steeds Gods schuldeloze Zoon zijn.
4.
Hij kan met ons, wij
die in illusies geloven, communiceren en ons daardoor naar de
werkelijkheid leiden. Hij is onze Leraar Die ons de ware waarneming
onderwijst, ons daar naar toe leidt en onze waarneming daardoor
vervangt als we bereid zijn de onze los te laten. Hij oordeelt
voor ons en scheidt voor ons het ware van het onware. Hij kiest
onze rol in het plan van de Verzoening, toont ons wat die is,
begeleidt ons ernaar toe en volbrengt die door ons heen. Wanneer
Hij alle kinderen van God naar huis heeft gebracht zal Hij Zijn
speciale functie vervuld hebben en met ons in de Hemel verblijven
om ons ervan te weerhouden om ons opnieuw af te scheiden (T5.I.5:7).
Zie T5.I-III en WdII.7.
keuze
Het
vermogen van de geest om tussen twee alternatieven te beslissen.
Keuze is waarlijk vrij. Ze wordt op elk moment louter door de
geest zelf veroorzaakt in plaats van door het verleden of iets
van buitenaf. Zelfs de Heilige Geest weet niet wat we van ogenblik
tot ogenblik zullen kiezen, en Hij kan onmogelijk onze beslissingen
teniet doen. Keuze is in de Hemel, waar louter Wil bestaat, zonder
betekenis: ‘het concept van keuze … is niet van God’ (T10.V.14:2).
Het is alleen maar zinvol voor de gespleten geest die een alternatief
voor eenheid bedacht heeft en nu moet kiezen tussen zijn twee
getrouwen. Keuze bestaat niet tussen uiterlijke alternatieven
zoals het ego beweert (wat te eten, welke kleren te dragen, wie
te trouwen etc). Zulke ‘keuzes’ zijn slechts een rookgordijn voor
de enige werkelijk belangrijke keuze die er is: de keuze of je
met het ego of met de Heilige Geest wilt denken. En zelfs deze
keuze is een illusie, want slechts één alternatief is werkelijk.
Maar door de illusie van keuze te gebruiken om enkel waarheid
te kiezen zullen we ons uiteindelijk herinneren dat alleen waarheid
mogelijk is en keuze niet bestaat. (Zie T6.(C).4:8-10; T24.VI.7 :1-2)
natuurlijk
Basisbetekenis: Wat in harmonie is met het wezen van een ding of voorwerp.
Conventionele
betekenis:
Wat we als gemakkelijk en moeiteloos ervaren. Wat in overeenstemming
is met het (fysieke) natuurrijk.
De
Cursus: Wat van God afkomstig is, omdat de ware aard van al wat is, Gods wezen
of natuur is. De Hemel, vormeloze abstractie, is onze natuurlijke
staat (zie WdI.161.2:1). Op aarde echter zijn wonderen juist natuurlijk.
Het ego, het lichaam en de wereld van de ‘natuur’ zijn extreem
onnatuurlijk. Ze zijn gewoontes die we onszelf met grote moeite
in de loop van miljoenen jaren aangeleerd hebben. Vervolgens lijken
ze nu natuurlijk te zijn, terwijl dat wat juist natuurlijk is
wezensvreemd en moeilijk lijkt. (zie T16.II.3; WdI.41.8:1-3)
vrijheid
Oorspronkelijke
betekenis: het vermogen om onze wil zonder enige belemmering
of obstakel uit te drukken: om onze wil te doen (T30.II.2:1).
Conventionele
betekenis: het vermogen van ons lichaam om zonder belemmering
of obstakel te zeggen en te doen wat we willen (zie T22.VI.1-2).
De
Cursus: het vermogen van onze geest om zijn wil om lief te hebben uit te
drukken en zich zonder belemmering van het ego (die een wezensvreemde
wil is) te verbinden.
- Ware vrijheid is onze natuurlijke toestand
in de Hemel, waar onze wil zich zonder enige hindernis oneindig
uitbreidt.
- We zijn niet vrij om deze ingeboren staat
te veranderen, alleen om die te ontkennen.
- Deze wereld is een toestand van gevangenschap
waarin we gevangen lijken te zijn door het lichaam (WdI.199.1)
en door uiterlijke omstandigheden.
- Maar de werkelijke gevangenschap hier
betekent een slaaf of gastheer van het ego te zijn en diens
wezensvreemde wil te gehoorzamen. Gebondenheid aan het ego resulteert
in schuld die gevangenzet, want schuld zegt dat we gevangenschap
verdienen.
- In deze wereld is de enige vrijheid die
ons rest de vrijheid van keuze (zie T12.VII.9:1; VvT1.7:1),
de keuze tussen het ego en de Heilige Geest.
- We vinden onze vrijheid door onze broeders
van schuld te bevrijden. En omgekeerd: door onze eigen vrijheid
te vinden worden we in staat gesteld om de wereld te bevrijden.
wonder
Conventionele betekenis: een goddelijke genezing van de fysieke wereld of het lichaam, waarbij
de normale aardse wetten van ziekte en dood kortstondig worden
opgeschort, de Algeest binnentreedt en onmiddellijke genezing
tot stand gebracht wordt op manieren die voor onmogelijk gehouden
werden.
De Cursus: een goddelijke heling
van menselijke waarneming,
waarbij de normale ‘wetten’ van ego-denken (gebaseerd op schuld,
angst, ziekte en dood) kortstondig worden opgeschort. In dit heilig ogenblik treedt de Heilige Geest binnen en verschuift de waarneming
van angst naar liefde, waarbij alle problemen, ongeacht hun schijnbare
grootte of zwaarte, met hetzelfde gemak worden geheeld.
In tegenstelling tot wat wij denken zijn wonderen juist natuurlijk (zie T1.I.6). Ze zijn het
tegenovergestelde van magie,
waarbij we een onnatuurlijke kracht (iets dat los staat van Gods
Wil) proberen te gebruiken om ons de verlossing te brengen door
het herordenen van illusies (in plaats van de geest tot waarheid
te wekken).
Wonderen zijn het middel om het doel van de Cursus te bereiken. Ze brengen
ons naar de herinnering van de Hemel, waarna ze geen functie meer
hebben.
1.
De Heilige Geest zal onze waarneming
helen wanneer we Hem daar ook maar toestemming voor geven; dit
doen we door ons verkeerde denken op te schorten en het juiste
denken te wensen.
- Het begrip wonder
wordt het meeste gebruikt om de handeling van de Heilige Geest
aan te duiden die Zich via
onze geest uitbreidt om de geest van een
ander te helen. Dit gebeurt wanneer we, al is het maar voor
heel even, in een staat van juist denken verkeren, wanneer we
een broeder vrij van het verleden zien en onschuldig. Dit kan
de genezing van zijn lichaam tot gevolg hebben en het overstijgen
van alle fysieke wetten (zie T12.VII.3:3) – hoewel dit eerder
een symptoom van het wonder is dan zijn doel. Dit zal ook onze
eigen geest helen. Wonderen kunnen gevolgen hebben die we niet
herkennen en kunnen in feite het hele Zoonschap beïnvloeden.
Toch zouden we ze alleen actief moeten geven wanneer we daartoe
door de Heilige Geest geleid worden. Idealiter zouden ze onopzettelijk
moeten zijn – via ons in gang gezet door de Heilige
Geest.
- In mindere mate
wordt het begrip wonder gebruikt om Gods schepping van Zijn
Zoon aan te duiden (zie T13.VIII.6:5).
Zoonschap
De Cursus: De som van al wat God geschapen heeft; alle
delen van de Zoon van God; het collectief dat alle geesten van
alle levende wezens insluit. Het Zoonschap is een meervoudsterm
die een bepaald soort meervoud in de Hemel aanduidt, alhoewel
het Zoonschap volmaakt verenigd is in zijn ene Zelf, de Christus.
Zoon
van God
In de Christelijke
betekenis
wordt met de Zoon van God Jezus bedoeld, die een unieke intieme
relatie met God had, waarin niets van God hem onthouden werd.
Volgens
de Cursus is de Zoon van God de ware Identiteit
van elk levend wezen; Wie we werkelijk zijn. De term is bedoeld
als correctie op de traditionele betekenis van ‘Zoon van God’
(en het begrip vervangen door ‘Dochter van God’ of ‘Kind van God’
zou dit onderwijsdoel teniet doen). De Cursus heeft dit begrip
getransformeerd van een exclusief begrip dat slechts op Jezus
betrekking heeft tot een inclusief begrip dat verwijst naar een
enkel universeel Zelf Dat alle wezens omvat, mannelijk en vrouwelijk,
menselijk en niet-menselijk, en Wiens relatie met God vergeleken
wordt met de volmaakte vader-zoon relatie.
Een
zoon is een uitbreiding, een voortzetting van zijn vader die zijn
vader compleet maakt en zijn vreugde is. Daarom ontvangt hij de
naam van zijn vader en al diens liefde, erft hij al wat van hem
is en lijkt hij op alle mogelijke manieren op z’n vader.
Als
Gods uitbreiding maken wij Hem compleet en zijn we Zijn schat,
Zijn vreugde. We ontvangen al Zijn Liefde, al wat Hij heeft, alles
van Hemzelf. Wij ontvangen Zijn Naam, Zijn Identiteit en lijken
op alle mogelijke manieren op Hem. En andersom gezien is Hij onze
Vader, onze Bron, onze enige toewijding en onze enige Liefde.
De Zoon
van God is een tamelijk rekbaar begrip en kan op verschillende
manieren gebruikt worden:
- De Christus, het collectieve Zelf van
alle Zonen van God (met hoofdletter: ‘Hij’).
- Een ‘individuele’ Zoon van God (met kleine
letter: ‘hij’), oftewel in slaap en schijnbaar afgescheiden
of (minder vaak gebruikt) wakker in de Hemel. Er zijn een oneindig
aantal van deze ‘individuele’ delen, vandaar de vaak gebruikte
term ‘Zonen van God’.
- Sporadisch wordt ermee het collectief
van alle slapende Zonen bedoeld (met kleine letter: ‘hij’).
WIL
JE DIT ARTIKEL UITPRINTEN?
Selecteer dan het tekstgedeelte van boven naar beneden door
de linkermuisknop ingedrukt te houden;
klik met rechts > copiëren; open een nieuw Word-document
en plak het erin. Voilà!
De
artikelen werden vertaald met vriendelijke toestemming van
'The Circle of Atonement'.
De citaten werden uit het Engels vertaald vanuit 'A Course
in Miracles', Foundation for Inner Peace, 1992.
Op
de artikelen van 'the Circle of Atonement' en van 'het wonder'
rust copyright.
|
|