| |
Eén
boek - één visie?
Onze
persoonlijke reis met de Cursus
Voorwoord
van Christien Snelders en Christian Salamon
Wat is de visie van het wonder? Deze vraag werd
ons in het begin vaak gesteld, en nu zien we ons in de gelegenheid
daar antwoord op te geven. Wij kunnen ons goed vinden in de visie
van de Circle die al enigszins duidelijk wordt door het navolgende
artikel. In dit inleidende stukje laten we zien hoe onze reis
daar naartoe verlopen is.
Wij – Christien en Christian – zijn in het begin jarenlang
‘in de leer’ geweest bij Ken Wapnick, de meest bekende Courseleraar
en man van het eerste uur, die Helen en Bill nog persoonlijk gekend
heeft (ook Robert Perry was eerst een student van hem). We beluisterden
tientallen van zijn tapes en lazen vele van zijn boeken waarvan
een groot aantal in het Nederlands vertaald zijn. En dat is niet
verwonderlijk, want Wapnick beheert de copyrights. In elk land
waar een vertaling gelanceerd wordt, komt zijn gedachtegoed als
eerste mee (kijk b.v. op de laatste pagina in je eigen
Cursus). En elke nieuwe uitgever van de Cursus moet om vertaalredenen
een intensieve relatie met hem aangaan. Daardoor worden zijn denkbeelden
de vanzelfsprekende manier hoe men over de Cursus denkt. Zijn
interpretatie wordt zo sterk ermee geassocieerd dat zelfs zijn
eigen boek ‘De meest gestelde vragen’ qua lay-out exact lijkt
op de Cursus zelf. Het wordt daarom ook als zodanig benaderd:
als exacte weergave en verlengstuk van Een Cursus in Wonderen.
Maar hoe zit het met de inhoud van zijn boeken? En hoe
zit het met zijn interpretatie van de Cursus? Beschouwen we die
überhaupt als een interpretatie? Ken Wapnick beweert overigens
in een interview met Ian Patrick dat hij niet interpreteert,
maar slechts de Cursus weergeeft, hij claimt de bedoeling van
de Cursus te kennen (Better Way 28).
Onze persoonlijke reis met de Cursus begon dus met
Ken, maar gaandeweg ontdekten we dat in de Cursus andere
dingen staan dan deze leraar onderwijst. We ontdekten - mede door
het contact met de Circle - dat hij aan veel details weinig aandacht
schenkt of ze zelfs helemaal overslaat. Dit werd ons duidelijk
bij het beluisteren van zijn talloze tapes. En we kwamen tot de
conclusie dat Ken Wapnick soms zelfs het tegenovergestelde
zegt van wat er in de Cursus staat, alsof deze leraar - die het
boek bijna van buiten kent - deze zinnen vergeten was. Zodoende
werd ons vertrouwen in ‘autoriteiten’ m.b.t. de Cursus behoorlijk
ondermijnd. Zo kwamen we er onder andere achter dat Ken Wapnick
de Cursus zelf van de eerste naar de tweede Engelse editie
‘gezuiverd’ heeft van de wederkerigheid van een heilige relatie.
Omdat hij ervan overtuigd is dat je voor een heilige relatie niemand
anders nodig hebt werd uit Jezus’ oorspronkelijke materiaal regelmatig
het woord ‘jullie’ weggehaald en vervangen door ‘jij en je broeder’
zodat de Cursus strookt met Ken Wapnick’s eigen
visie (zie ERRATA for the Second Edition). Maar als de
Cursus zelf zegt dat de heilige relatie hét middel is voor onze
terugreis naar Huis, willen we dan niet graag weten wat Jezus
er zelf mee bedoelt? En bedenk dan eens dat de Nederlandse
vertalers zich met vraagstukken over de vertaling alleen tot Ken
Wapnick gericht hebben voor het oplossen van vertaalkwesties –
dus van interpretatiekwesties. Het is daarom niet verwonderlijk
dat de Nederlandse vertaling door Ken Wapnick’s benadering gekleurd
is. We hopen dat we niet de indruk wekken tegen hem als persoon
te zijn; Ken Wapnick heeft zich zeer verdienstelijk gemaakt wat
betreft het uitgeven en verspreiden van het boek. Het gaat ons
puur om zijn interpretatie die we niet altijd delen.
Is dit slechts nu een Amerikaans probleem – iets dat
in wezen ver van ons af staat en ons niet aangaat? Beslist niet,
want het gaat om twee basale interpretatiemethoden die we overal
tegenkomen. Ook veel Nederlandse leraren en hun studenten worden
sterk beïnvloed door zijn visie – zonder zich ervan bewust te
zijn. En daarom valt er zo goed als niets van de visie van de
Circle in Nederland (en andere landen zoals Duitsland) te vernemen,
laat staan dat studenten (en leraren) weten dat er twee visies
bestaan. En dat geldt zelfs voor veel Course-leraren. Het is waarschijnlijk
té confronterend voor velen om de ideeën die ze zich in de loop
der jaren eigen hebben gemaakt en die ze als vanzelfsprekend beschouwen
in twijfel te moeten trekken. Een bekende leraar (naam is ons
bekend) zag, toen hij het navolgende artikel gelezen had, ‘geen
enkel verschil’ tussen deze beide zienswijzen. Zo hoorden we een
andere leraar zeggen dat het de bedoeling is om de Cursus ‘tussen
de regels te lezen’, maar lieve lezers
… daar staat niets! Is dit niet een manier om juist
niet naar de tekst zelf te hoeven kijken? Het lijkt alsof we de
woorden van Jezus niet serieus hoeven te nemen, want het enige
wat schijnbaar telt is het alom bekende gegeven dat we één zijn.
Maar in de Inleiding tot de Tekst lezen we al dat het in de Cursus
niet alleen over liefde gaat.
Wij voelen ons thuis bij de visie van de Circle, omdat
deze heel dicht bij de tekst van de Cursus zelf blijft. We zijn
ervan overtuigd dat het belangrijk is om de tekst van de Cursus
serieus te nemen en niet alleen maar te zeggen dat hij iets onuitsprekelijks
zoals de eenheid probeert weer te geven in symbolentaal. Het kan
niet de bedoeling zijn om het grootste deel van Jezus’ boodschap
met een korreltje zout te nemen. Wij denken eerder dat - naast
de eenheid die Jezus beschrijft - we hier in de illusie tot deze
eenheid kunnen ontwaken door in de illusie werkzaam te zijn vanuit
het bewustzijn van deze illusie. En dan wordt de Cursus ineens
uitermate praktisch.
Er wordt ook wel eens gezegd: ‘Kijk naar de overeenkomsten
en niet naar de verschillen’ (wat in hun artikel óók gedaan wordt).
Een wijze uitspraak, maar in ons geval niet helemaal van toepassing
(‘Contrasten en verschillen zijn noodzakelijke leermiddelen
… (T13.XI.6:3)). Want is het niet zo dat het voor ons - wij
die dit levenspad willen bewandelen - belangrijk is om goed te
begrijpen wat Jezus op die 1250 pagina’s wil zeggen? Het is voor
ons een wezenlijk verschil of Jezus adviseert om dagelijks te
mediteren (Circle) of te interpreteren dat dat niet nodig is (Wapnick).
Of dat het Werkboek een levenslange training is om de Heilige
Geest toe te laten en vervolgens met Hem te leren denken (Circle)
of een éénmalig project is dat vooral bedoeld is om mijn schuldgevoel
omhoog te halen (Wapnick).
Het is absoluut niet onze bedoeling andere visies te
veroordelen. Maar we behouden ons wel het recht voor om zelf na
te denken, met een schone lei, zonder iemand te sparen (ook ons
zelf niet!), en naar beste eer en geweten de bedoeling van Jezus
te achterhalen, iets waar hij naar ons idee recht op heeft. We
hopen dat het een beetje duidelijker geworden is hoe wij naar
de Cursus kijken, en je zult dan ook ontdekken dat onze artikelen
een visie hebben die niet altijd strookt met de gangbare en vanzelfsprekende
ideeën binnen de Course-gemeenschap. Vandaar het volgende artikel
opdat je zelf kunt onderzoeken hoe jij de Cursus begrijpt!
(waartoe we je aanmoedigen in onze zelfstudiereeks)
De
relatie tussen het onderwijs van de Circle
en
dat van Ken Wapnick
door
de onderwijzende staf van de Circle
Robert Perry, Greg Mackie, Allen Watson, Mary
Anne Buchowski, Nicola Harvey
Wij
van de Circle, en in het bijzonder zij die voor de Circle schrijven
(Robert Perry, Allen Watson en Greg Mackie) worden al jaren regelmatig
door studenten gevraagd om de relatie tussen ons onderwijs en
dat van Ken Wapnick te verhelderen. Deze studenten weten dat zowel
Ken Wapnick als The Circle of Atonement proberen de Cursus nauwkeurig
weer te geven en toch zijn ze zich er ook van bewust dat wij van
de Circle de Cursus anders zien. Dit zorgt voor verwarring bij
de studenten, waarvan er velen zowel de Circle als Ken Wapnick
als gezaghebbende bronnen van onderwijs beschouwen.
Uiteindelijk hebben we besloten
dit onderwerp aan te pakken. In dit artikel zul je een lijst van
overeenkomsten en verschillen aantreffen tussen ons onderwijs
en dat van Wapnick. Deze lijst zal niet uitputtend zijn, maar
we hebben geprobeerd haar zo nauwkeurig mogelijk te maken. Het
is niet eenvoudig iemands opvattingen zo beknopt weer te geven
zoals wij dat gedaan hebben. Maar om zo getrouw mogelijk de visie
van Wapnick te presenteren, hebben we hem heel vaak in zijn eigen
woorden geciteerd. Verder hebben we geprobeerd op die gebieden
waarop zijn onderwijs van het onze verschilt en hij (schijnbaar
onverenigbare) zaken onderwijst, vast te leggen waar Wapnick de
grootste nadruk op legt. Voorafgaand aan de lijst van overeenkomsten
en verschillen geven we een korte verklaring waar volgens ons
deze verschillen en overeenkomsten vandaan komen.
(Dit artikel bevat in het Engelse origineel 76
bronverwijzingen. Op de website van de Circle http://www.circleofa.com/articles/Big_picture.html
kunt je al die voetnoten vinden die laten zien waar Ken Wapnick
deze dingen zegt)
Nog een laatste opmerking: het doel van dit artikel
is niet om door redeneringen en bewijsmateriaal onze eigen inzichten
te staven. Daarom zijn er ook geen verwijzingen naar de Cursus
aan onze opvattingen toegevoegd. In ons boek One
book, two visions geven we onze inzichten meer volledig weer
en ondersteunen we ze vanuit de Cursus. Maar dit artikel is louter
bedoeld om onze visie en die van Wapnick zo objectief en neutraal
mogelijk weer te geven.
DE OVEREENKOMSTEN
De overeenkomsten tussen het onderwijs van Wapnick
en dat van de Circle lijken voort te komen uit wat we allebei
belangrijk vinden: om zo getrouw mogelijk aan de Cursus te zijn.
We willen allebei ten diepste recht doen aan de Cursus zoals hij
is; we willen zo dicht mogelijk bij de tekst blijven; deze niet
met andere opvattingen vermengen en de inzichten die erin staan
niet afzwakken, omdat ze anders te radicaal of te extreem lijken.
Wij beiden proberen de Cursus zo zuiver mogelijk te presenteren,
zonder iets uit zijn verband te rukken of af te zwakken. De belangrijkste
overeenkomsten die we gevonden hebben zijn de volgende:
·
Er is maar één werkelijkheid, de eenheid van de Hemel. Daarbuiten bestaat
niets.
·
De wereld, inclusief het hele universum van tijd en ruimte, is een illusie.
·
De wereld is niet door God geschapen maar is de projectie van onze waanzin,
het resultaat van onze aanval op God.
·
De wereld van tijd en ruimte is het gevolg van de afscheiding, een gebeurtenis
waarbij één of meer aspecten van de Hemel waanzinnig werden.
·
Jezus is (in zekere zin) de auteur van de Cursus.
·
De duisternis van het ego-gedachtensysteem te erkennen vormt een cruciaal
aspect van de weg van de Cursus; naar het duister te kijken en
het los te laten is van wezenlijk belang voor onze verlossing.
·
Dit loslaten vindt plaats door middel van vergeving, de kern van het onderwijs
van de Cursus.
·
Vergeving gebeurt in het kader van onze persoonlijke relaties met andere
mensen.
·
De Cursus is een educatief programma (of leerplan) voor spiritueel ontwaken.
Hij biedt een leerproces, een ‘geïntegreerd leerplan’,
waarin elk boekdeel een eigen rol vervult.
·
De Tekst vormt de theoretische grondslag voor Een Cursus in Wonderen.
Voor Coursestudenten is het essentieel om de tekst verstandelijk
te bestuderen.
·
Het Werkboek dient om het gedachtesysteem, dat in de tekst bestudeerd werd,
in praktijk te brengen; onze geesten te trainen ‘in de lijn
die de tekst voor ons uitstippelt’ (W.In.1:4).
·
De opbouw van de Cursus is symfonisch. Hij introduceert thema’s, laat ze
even rusten en pakt ze later weer op om ze verder te ontwikkelen.
·
De Cursus vormt een uniek, toereikend en compleet spiritueel pad. Door hem
met andere opvattingen en onderwijsmethoden te vermengen vertroebelt
en verwatert hij. Hij vraagt van de studenten om zijn methoden
in praktijk te brengen, en niet die van andere paden. Toch vraagt
hij ook van zijn studenten om deze andere paden in ere te houden,
zijnde andere vormen van de universele cursus.
DE VERSCHILLEN
De verschillen (tenminste de belangrijkste) komen
neer op één enkele vraag: Moet de Cursus voornamelijk letterlijk
of voornamelijk metaforisch geïnterpreteerd worden?
Wij van de Circle benaderen hem in eerste instantie letterlijk.
We zien hem als een ‘cursus … die exact bedoelt wat hij zegt’
(T8.IX.8:1). Ofschoon ook Wapnick dit citaat aanhaalt om zijn
interpretatie van de Cursus te staven, legt hij de nadruk toch
heel ergens anders. Hij onderwijst dat alles in de Cursus dat
duidt op wat hij ‘dualiteit’ noemt - wat het grootste deel van
de taal van de Cursus uitmaakt (‘Jezus’ onderricht valt grotendeels
binnen een dualistisch kader’) - als een metafoor gezien moet
worden. Wat is dualiteit? Het is al datgene wat suggereert dat
er twee werkelijkheden bestaan: de eenheid van de Hemel en
iets anders. Zoals Wapnick het begrip dualiteit beschouwt
lijkt het de volgende ideeën in te houden:
·
alles wat erop wijst dat God of de Hemel zich bewust is van de afscheiding
en er antwoord op geeft
·
alles wat schijnbaar erop duidt dat de fysieke wereld echt bestaat
·
alles wat lijkt te zeggen dat verlossing bereikt wordt door bepaalde vormen,
door fysiek gedrag of het nastreven van bepaalde uiterlijke resultaten
Je ziet dat al deze ideeën op z’n minst zo opgevat
kunnen worden alsof ze suggereren dat er naast de
eenheid van de Hemel ook nog iets anders bestaat. Volgens Wapnick
moeten alle passages die juist dit zeggen, opnieuw geïnterpreteerd
worden in het licht van de non-dualistische metafysica van de
Cursus, die zegt dat de enige werkelijkheid de eenheid van de
Hemel is. Op het eerste gezicht lijken deze passages van dualiteit
te getuigen, maar hun werkelijke betekenis is (volgens
zijn opvatting) altijd non-dualistisch. Daarom moeten we telkens
verder gaan dan de oppervlakte om bij de onderliggende betekenis
te komen. En die kan zelfs tegengesteld zijn aan de ogenschijnlijke
betekenis: ‘Het letterlijk nemen van de woorden in Een Cursus
in Wonderen [kan] ertoe leiden … dat de conclusies die eruit
getrokken worden precies het tegenovergestelde zijn van wat Jezus
in zijn Cursus juist onderwijst.’
Vreemd genoeg leidt ons gezamenlijk streven naar
trouw aan de Cursus tot twee verschillende richtingen. Voor de
Circle betekent ‘de Cursus zuiver interpreteren’ om zo dicht mogelijk
te blijven bij wat de Cursus zegt. Voor Wapnick betekent het om
zich nauwkeurig te houden aan die passages in de Cursus die de
zuivere waarheid uitdrukken, en vervolgens de rest van de Cursus
te herinterpreteren in het licht van deze zuivere waarheid – om
deze passages als het ware te ‘zuiveren’.
Om het nog eenvoudiger te zeggen: volgens ons is alles
in de Cursus ‘de zuivere Cursus’, terwijl in Wapnick’s visie alleen
maar zorgvuldig gekozen gedeelten van de Cursus ‘de zuivere Cursus’
zijn. Dit betekent dat alleen maar deze passages ondubbelzinnig
de zuivere waarheid uitdrukken die de Cursus in feite onderwijst.
Deze twee verschillende manieren om trouw te blijven aan de Cursus,
leiden uiteraard tot twee verschillende zienswijzen over de Cursus
zelf, zoals we in de volgende reeks tegenstellingen kunnen zien.
Als je naar deze tegenstellingen gaat kijken
zul je natuurlijk ontdekken waar je het met de Circle eens bent
of juist met Wapnick, of met geen van beide. We willen je echter
op het hart drukken om te proberen er ook met een open geest naar
te kijken. Al deze vraagstukken zouden moeten worden beslist in
het kader van nauwkeurig onderzoek en verkenning van wat de Cursus
zelf onderwijst. Als Coursestudenten hebben we natuurlijk
allemaal reeds onze eigen ideeën over zijn onderwijs gevormd,
maar deze meningen moeten ideaal gesproken gewijzigd kunnen worden
in het licht van wat de Cursus zelf zegt. Niemands mening is heilig.
Volgens ons behoren Coursestudenten op de eerste plaats niet trouw
te zijn aan de inzichten van de Circle, van Wapnick of van
henzelf, maar enkel aan de Cursus zelf.
DE HEMEL EN DE AFSCHEIDING
|
de Circle |
Ken Wapnick |
|
God kan nauwkeurig worden omschreven als een
oneindig, vormloos Persoon (zonder de vorm en de beperkingen
die we normaliter aan een persoon toekennen). De persoonlijke
aspecten van God die de Cursus beschrijft zijn werkelijk:
Zijn zorg voor ons als een vader, Zijn verlangen ons te
wekken uit een pijnlijke slaap en Zijn hunkering naar ons
ontwaken. De Cursus gebruikt dan misschien wel de taal van
onze menselijke ervaring om iets duidelijk te maken dat
ons bevattingsvermogen te boven gaat, maar dat ‘iets’ bestaat
werkelijk.
|
‘De God van Een Cursus in Wonderen
… is geen persoon en heeft daarom niet de antropomorfe
eigenschappen van de homo
sapiens’. Wanneer de Cursus spreekt over de
kwaliteiten van God als persoon, wanneer hij gewag maakt
van ‘een God die iets doet’
bijvoorbeeld, dan vertelt hij ons een ‘sprookje’ omdat we
nog maar kinderen zijn. ‘Je vertelt kleine kinderen niet
dat ze niet bang hoeven te zijn, omdat Papa niet eens weet
dat zij bestaan’. |
|
De afscheiding gebeurt wanneer de Godgeschapen
delen van Gods Zoon (Zonen genoemd) hun bewustzijn uit de
eenheid van het Zoonschap terugtrekken en zich daarmee in
een afgezonderde slaaptoestand begeven, waarin ze de afscheiding
dromen. |
De afscheiding vindt plaats wanneer de ene Zoon in slaap valt. In een
poging de te verwachten straf van God te ontlopen deelt
deze ene Zoon zich later op in vele delen. ‘Dan [probeert]
de Zoon van God – nog steeds verenigd in die ene
Zoon – zijn vertoornde achtervolger in de war te brengen
door zich in miljarden en miljarden stukken op te splitsen’.
|
|
Ieder van ons is één van deze door God geschapen delen of Zonen. Je ervaart
jezelf als een menselijk wezen, maar de ‘jij’ die er zo
van overtuigd is een menselijk wezen te zijn, de ‘jij’ die
er (meestal) voor kiest deze overtuiging te bekrachtigen,
is een Zoon van God die in de Hemel slaapt. De ‘jij’ tot
wie de Cursus zich richt is deze slapende Zoon van God. |
Ieder van ons ‘is een illusie’, een geprojecteerd fragment dat door die
ene gespleten geest geprojecteerd wordt. ‘Wij allemaal –
inclusief de persoon die we als onszelf zien – zijn beelden
die door een gespleten geest geprojecteerd worden’. De enige
die onze keuzes bepaalt is de keuzemaker, een deel van onze
afgescheiden geest dat zich buiten tijd en ruimte bevindt.
‘De ‘jij’ [tot wie de Cursus zich richt] is de keuzemaker.’
|
|
God is zich ervan bewust dat Zijn Zonen in slaap zijn gevallen. Hij weet
dat ze noch Zijn Liefde en vreugde ontvangen noch deze uitbreiden.
Hij is zich echter niet bewust van de specifieke inhoud
van hun droom. |
God is zich niet bewust dat Zijn Zoon in slaap is gevallen. Het standpunt
van ‘Een Cursus in Wonderen is … dat God zelfs geen
weet heeft van zonde, afscheiding en de droom’. ‘Als God
weet zou hebben van de ‘nietige, dwaze gedachte’, dan zou
die noodgedwongen ook werkelijk moeten bestaan.’
|
|
Gods Antwoord op de afscheiding is het scheppen van de Heilige Geest
om Zijn Zonen te laten ontwaken. |
God schept de Heilige Geest niet; Hij ziet daar het nut niet van in.
‘God ‘geeft’, strikt genomen, niet echt een Antwoord – de
Heilige Geest – op het ontstaan van de gedachte van de afscheiding’.
|
|
God hoort onze gebeden en geeft telkens antwoord. Hij doet dit door middel
van de Communicatieverbinding die Hij tot stand heeft gebracht:
de Heilige Geest. Deze verbinding stelt God in staat in
contact te blijven met Zijn Zonen: om communicatie te geven
alsook te ontvangen.
|
‘God hoort onze gebeden niet’. Hoe kan Hij de gebeden horen, die wij
in onze staat van afscheiding uiten, als Hij deze staat
niet eens kent? |
DE
HEILIGE GEEST
|
de Circle |
Ken Wapnick |
|
De Heilige Geest is een uitbreiding van Gods
Wezen en is daarom een Wezen dat geschapen is zoals Christus. |
‘We kunnen de Heilige Geest beter begrijpen
als de herinnering aan Gods volmaakte Liefde die tegelijk
met de Zoon ‘kwam’ toen deze in slaap viel. In die zin is
de Heilige Geest niet echt een Persoon Die specifiek en
uitdrukkelijk door God geschapen is’.
|
|
De Heilige Geest, die door God geschapen is,
bestaat werkelijk en voor eeuwig. |
De Heilige Geest is ‘een illusie’, ‘een symbool’,
dat niet door God geschapen werd, maar dat slechts een ‘geprojecteerd
afgescheiden deel van ons zelf is’.
|
|
De Heilige Geest is actief. Hij is werkzaam
in onze geest: Hij onderwijst, leidt en heelt onze geest.
En Hij is werkzaam in de wereld: Hij leidt onze beslissingen,
Hij voorziet ons van wat we nodig hebben, Hij ontwerpt onze
speciale functie en plant de gebeurtenissen in ons leven. |
Omdat de Heilige Geest niets anders is dan
een illusie kan Hij niet werkzaam zijn, noch in onze geest,
noch in de wereld. ‘De Heilige Geest doet in wezen niets’.
Zijn schijnbare werkzaamheden zijn niets anders dan het
product van onze eigen geest. ‘Wat we vragen … ontvangen
wij, maar niet van God. Het is onze eigen geestkracht
die ons geeft wat onze geest verlangt’.
|
|
De Heilige Geest om leiding vragen krijgt in
de Cursus veel nadruk. Als we de Tekst bestuderen leren
we het belang van Zijn Leiding in ons leven. Door het Werkboek
te doen wordt onze geest geoefend om rustig te worden en
Zijn Stem te horen. Als we ons deze vaardigheid eenmaal
eigen hebben gemaakt, dringt het Handboek er op aan om als
Gods leraar onze beslissingen met betrekking tot onze aardse
functie aan Hem over te laten. Naarmate we ons in die zin
verder ontwikkelen, wordt Hij in toenemende mate Degene
die leiding geeft aan onze geest en aan ons leven. |
De Heilige Geest om specifieke leiding vragen
is ‘extreem behulpzaam en belangrijk voor die studenten
die nog maar net begonnen zijn’. Op dat lage niveau hebben
studenten het nodig om in ‘het sprookje’ te geloven dat
God hen in deze wereld zou helpen. Als ze verder komen heeft
dit vragen om leiding echter een averechtse werking en wordt
een ego-‘verdediging tegen de ervaring van [Gods] liefde’.
Naarmate ze zich nog verder ontwikkelen, zullen ze zich
in toenemende mate realiseren dat de Heilige Geest slechts
een symbool is en dat God niet aanwezig is in de droom.
|
JEZUS EN DE BIJBEL
|
de Circle |
Ken Wapnick |
|
De Bijbel kan gekarakteriseerd worden als een
onzuivere of vervormde openbaring, waarin het onvervalste
onderwijs van de Heilige Geest door de lens van menselijke
ego’s gefilterd werd. Als zodanig bevat de Bijbel zowel
zuivere elementen (die getuigen van een God van Liefde)
als onzuivere elementen (die getuigen van een wraakzuchtige
God). De Cursus benadrukt de zuivere elementen in de Bijbel
en corrigeert of herinterpreteert de onzuivere. |
‘De Bijbel … is het verhaal van het ego, met
daarin het personage van God als het zelfportret van het
ego.’ ‘Een Cursus in Wonderen … en de Bijbel zijn
fundamenteel onverenigbaar’. Het is misplaatst te zeggen
dat de Cursus de Bijbel corrigeert, want ‘corrigeren houdt
in, dat je het fundament van wat gecorrigeerd wordt in stand
houdt. Een Cursus in Wonderen daarentegen weerlegt
rechtstreeks de basis van het Christelijke geloof, en niets
blijft er over van de beginselen, waarop Christenen hun
geloof kunnen baseren’.
|
|
De evangeliën omtrent Jezus vertonen zwakke
plekken, maar bevatten wel degelijk enige historische waarheid,
zowel wat betreft de woorden van Jezus alsook zijn
daden. De evangeliën kunnen daarom (vooral dankzij
onderzoekers van het Nieuwe Testament) voor ons wat licht
werpen op de historische Jezus waardoor opmerkelijke parallellen
met de Jezus van de Cursus zichtbaar worden. |
‘De Jezus van de Cursus ‘is duidelijk dezelfde
Jezus die twee duizend jaar geleden op aarde verscheen’.
Maar deze Jezus heeft niets te maken met de Jezus uit de
evangeliën. Deze Jezus is niets anders dan ‘de collectieve
projectie van de verschillende schrijvers der evangeliën’.
Daarom zijn ‘zowel de Jezus uit de Bijbel als die van de
Cursus elkaar wederzijds uitsluitende figuren die slechts
hun naam gemeen hebben’.
|
|
Jezus is als een persoonlijke tegenwoordigheid
bij ieder individu voortdurend en werkzaam aanwezig; hij
is beschikbaar om ons te helpen bij onze gedachten en in
ons leven, en hij nodigt ons uit tot een echte wederkerige
relatie met hem. |
Jezus doet helemaal niets, want hij is net
als de Heilige Geest ‘een illusie, een symbool’. Wanneer
het lijkt alsof een of andere vorm in ons leven van hem
afkomstig zou zijn, dan was het in wezen onze eigen geest
die vorm gaf aan zijn vormloze en inactieve liefde.
|
|
Jezus ontwierp actief de woorden en ideeën
van Een Cursus in Wonderen en dicteerde die aan Helen
Schucman. Om tot Helen door te dringen, gebruikte hij opzettelijk
vormen waarmee zij bekend was (de Engelse taal, Christelijke
symboliek, Freudiaanse psychologie, de vorm van een leerplan
en blanke verzen zoals Shakespeare ze schreef.) |
Jezus was niet in actieve zin de auteur van
de Cursus, noch was het bepaald zijn bedoeling hem te laten
schrijven. Jezus bestaat als een reservoir van vormloze,
inactieve liefde die zich buiten tijd en ruimte bevindt.
Helen’s geest verhief zich om contact te maken met deze
liefde, die toen haar geest binnen stroomde zoals water
een leeg glas vult. Op die manier kwam de Cursus tot stand.
Hij bevat zoveel vormen die typerend zijn voor Helen omdat
ze samen het ‘glas’ vormden dat uitdrukking gaf aan zijn
vormloze liefde. ‘Het was dus Helen’s geest die aan de Cursus
zijn vorm verleende’. Jezus leverde slechts de inhoud van
vormloze liefde (en hij deed dit zonder een specifieke bedoeling).
|
RELATIES
|
de Circle |
Ken Wapnick |
|
Als we anderen vergeven doen we dit niet alleen
voor onszelf, maar ook als een gave aan hen. We willen daarmee
hen verlossen, zowel van onze schuldprojecties alsook
van hun eigen zelfveroordeling. Dit egoloze en liefdevolle
voornemen vormt de grondslag waarom vergeving een weldaad
voor onszelf is, want het bewijst ons dat er zich iets zuiver
goddelijks in ons bevindt. |
Vergeving wordt metaforisch beschreven alsof
ze plaats zou vinden binnen het dualistisch kader van een
relatie tussen twee mensen, maar ‘heeft met onze broeder
niets te maken’. ‘In werkelijkheid bestaat er niemand
buiten ons, omdat we allemaal … geprojecteerde beelden zijn
van één gespleten geest … Daarom betekent vergeving in de
voorlaatste plaats dat wij, met behulp van de Heilige Geest,
onszelf leren vergeven’.
|
|
Liefde en vergeving naar anderen toe uitbreiden
via gedachte, woord en daad is cruciaal voor ons eigen ontwaken.
Door te zien hoe liefde van ons uitgaat, door te beseffen
dat ze een helend effect heeft op anderen en wij hun dankbaarheid
ervaren (mits aangeboden), raken we ervan overtuigd dat
de Heilige Geest in ons woont en wij daarom heilig moeten
zijn. We accepteren de Verzoening voor onszelf opdat
ze door ons heen kan vloeien in de vorm van wonderen die
we naar anderen uitbreiden. |
Onze taak bestaat enkel en alleen maar uit
het accepteren van de Verzoening voor onszelf. ‘De Verlossing
van de wereld hangt van [ons] af door eenvoudig dat
te doen en niets anders’. Het licht in onze geesten
zal dan automatisch de geest van het hele Zoonschap verlichten.
Door te proberen mensen buiten onszelf in de wereld te helpen
vallen we in de valkuil van het idee, dat er zich buiten
ons iets zou bevinden. ‘Je kunt anderen niet helen, want
als de wereld in ultieme zin een illusie is, wie moet er
dan geholpen worden?’
|
|
De Heilige Geest ontwerpt voor ieder van ons
een speciale vorm om ons naar anderen toe uit te breiden.
Deze vorm is specifiek aangepast aan onze sterke kanten,
aan de specifieke tijd en plaats waar we ons bevinden. Dit
is onze speciale functie. Het is ons speciale aandeel in
het algehele plan voor de verlossing van de wereld. Het
maakt deel uit van deze speciale functie dat de Heilige
Geest ons in contact brengt met degenen die we moeten helpen. |
Onze ‘speciale functie’ is eenvoudig de algemene
functie om te vergeven. De Heilige Geest roept ons niet
op om in deze wereld iets bijzonders te doen. (‘Eigenlijk
wordt niemand door Jezus of de Heilige Geest geroepen om
wat dan ook te doen’). Zich geroepen voelen iets bijzonders
te gaan doen is louter het ego dat zijn eigen speciaalheid
probeert te vergroten. ‘Er is geen betere manier om van
de werkelijkheid [van het ego] te getuigen, dan door speciaal
uitverkoren te zijn om heilig, speciaal en zeer belangrijk
werk in deze wereld te verrichten’.
|
|
In de Cursus is een speciale relatie altijd
een relatie met een andere persoon, waar ze beiden
actief aan deelnemen. Onze op het ego gebaseerde ‘relaties’
met zaken anders dan mensen (bijvoorbeeld met alcohol) krijgen
een andere naam: afgoderij. Bovendien heeft de uitdrukking
‘speciale relatie’ (naast de term ‘onheilige relatie’) altijd
betrekking op speciale liefdesrelaties, relaties
die er van buitenaf liefdevol uitzien maar onder de oppervlakte
vervuld zijn met haat. De enige verwijzing in de Cursus
naar de ‘speciale haat relatie’ heeft, als ze in de context
gelezen wordt, in feite betrekking op de speciale liefde.
|
Een speciale relatie bestaat – zoals elke relatie
–enkel in iemands eigen geest. Daarom kan iemand zelfs een
‘speciale relatie’ hebben met levenloze voorwerpen zoals
het Werkboek. De Cursus beschrijft twee subcategorieën van
speciale relaties: speciale liefdesrelaties (aan de buitenkant
vriendelijke relaties) en speciale haatrelaties (aan de
buitenkant vijandige relaties). |
|
Zich met anderen in een waarlijk gezamenlijk
doel (en zelfs in een gezamenlijke functie) te verbinden
is essentieel voor onze verlossing. Alleen door ons met
anderen te verbinden kunnen we leren dat we niet die afzonderlijke
zelven zijn. Alleen door ons met anderen te verbinden kunnen
we leren dat - wie we werkelijk zijn - ook de ander insluit.
|
De poging om zich gedragsmatig met anderen
te verbinden is ‘een voorbeeld van magie’. Het is in alle
opzichten het tegengestelde van wat Jezus ons juist in Een
Cursus in Wonderen onderwijst’. ‘Het kan niet vaak genoeg
gezegd worden dat de enige echte verbinding – en de echte
focus van Jezus’ onderwijs in Een Cursus in Wonderen
– in de verbintenis met hem of de Heilige Geest in onze
geest ligt’.
|
|
De heilige relatie is een relatie waarbij twee
mensen zich verbonden hebben in een gemeenschappelijk en
wederkerig doel. Als dit gebeurt, treedt heiligheid de relatie
binnen en leidt deze twee door een proces heen waarin ze
geleidelijk hun ego’s gaan overstijgen, waarin ze zich steeds
meer met elkaar verenigen en een gezamenlijke speciale functie
op zich gaan nemen. |
De heilige relatie is geen wederzijdse
verbinding tussen twee mensen maar een toestand die
alleen maar in de geest van één iemand bestaat, telkens
wanneer die ene de ander vergeeft. ‘Een heilige relatie
… kan alleen maar bestaan in de geest van degene
die de relatie waarneemt. Relaties hebben geen heilige vorm,
maar alleen een heilig doel. En nogmaals, een doel
bestaat alleen in de geest van het individu’.
|
HET
PROGRAMMA
|
de Circle |
Ken Wapnick |
|
De Cursus is een educatief programma dat ons
leert om geheelde waarneming in onze geest te accepteren
en naar anderen toe uit te breiden. Elk deel staat voor
een andere belangrijke activiteit en voor een andere fase
in het gehele programma (Tekst = studie, Werkboek = oefening,
Handboek = uitbreiding). Samen leiden ze ons door één enkel
proces waarin zich onze geheelde waarneming in toenemende
mate verinnerlijkt; een proces dat zich in elk opeenvolgend
deel verdiept. |
De Cursus is een educatief programma dat ons
leert geheelde waarneming in onze eigen geest te accepteren
en niets anders. Elk deel van de Cursus heeft een
iets andere focus ‘en levert zo een unieke bijdrage aan
de kennis en groei van de student’. Deze delen staan echter
niet voor verschillende stadia in een opklimmend proces,
noch staat ieder deel voor een andere activiteit van de
student. Wanneer we door de delen heen gaan, is onze meest
basale bezigheid in principe dezelfde: vooral de studie
van het onderwijs (met name de metafysica) en het oefenen
om met de Heilige Geest of Jezus naar ons ego te kijken.
|
|
De Cursus is door Jezus niet als zelfstudie
bedoeld. Op de weinige plekken waar hij naar nieuwe studenten
van Een Cursus in Wonderen verwijst, beschrijft hij
ze altijd als leerlingen van een leraar van
de Cursus. Hij beschrijft hoe ze deze weg bewandelen onder
de liefdevolle leiding en supervisie van een meer ervaren
student. Dit is niet de enige manier om de Cursus te doen,
maar deze manier lijkt van de auteur de voorkeur te krijgen.
|
‘Een Cursus in Wonderen is inherent een leerplan
voor zelfstudie’. ‘Het voornaamste proces, namelijk het
bestuderen van de Cursus en het volgen van dit bijzondere
spirituele pad, is individueel van aard … Omdat alle studenten
van Een Cursus in Wonderen het in zich hebben om
zich juist door de Heilige Geest te laten leiden, zou het
zeker van [leraren] aanmatigend zijn, de studenten te vertellen
hoe ze de Cursus moeten benaderen’. |
|
De basistechniek om de Cursus te bestuderen
is langzaam en nauwkeurig lezen en zeer goed aandacht besteden
aan de letterlijke woorden, waarbij iedere regel in eerste
instantie in het licht van de onmiddellijke context
geïnterpreteerd behoort te worden. Elke bewering die niet
duidelijk als een metafoor bedoeld is, zou als rechtstreeks
onderwijs moeten worden opgevat. |
De basistechniek om de Cursus te bestuderen
is voorbijzien aan de letterlijke woorden (die grotendeels
‘dualistisch’ zijn) naar een diepere en ‘non-dualistische’
betekenis, die aan het licht komt wanneer iedere regel geïnterpreteerd
wordt in de brede context van de non-dualistische metafysica
van de Cursus. ‘Een student behoort iedere afzonderlijke
verklaring in de Cursus voortdurend te evalueren in het
licht van diens overkoepelende metafysische onderwijs’.
|
|
Het Werkboek is een trainingshandboek om de
methode voor spirituele beoefening vanuit de Cursus in praktijk
te brengen. Het is een handboek dat tot doel heeft ons voor
het hele leven te wortelen in een gewoonte, die bestaat
uit regelmatig en frequent oefenen. Deze Coursebeoefening
stoelt op de oefenmethoden die ons in het Werkboek onderwezen
worden. |
Het Werkboek is niet bedoeld om ons te oefenen
in een bepaalde methode voor spirituele groei, maar ‘gewoon
om de student te richten op het juiste pad met de juiste
leraar’. Na voltooiing van het Werkboek vervolgen we onze
weg en laten dan zijn specifieke oefenmethoden achter ons.
‘Die zijn alleen maar bedoeld voor de periode van één jaar’.
|
|
De instructies om het Werkboek in praktijk
te brengen zouden zo nauwkeurig mogelijk opgevolgd moeten
worden. Jezus vraagt dat van ons omdat hij weet dat we de
structuur die het Werkboek ons verschaft, nodig hebben om
onze geest te trainen. |
Hoewel er in de beginfase van onze training
enige structuur nodig is, bestaat er een groot gevaar teveel
zijn best te doen om de instructies van het Werkboek op
te volgen. Onze pogingen ‘exact te doen wat Jezus
zegt’ komen voort uit ‘de magische en meestal onbewuste
hoop daardoor de Autoriteit te behagen’. Sterker nog, de
structuur van het Werkboek ‘kan makkelijk aanleiding
geven tot rituelen’ – waarbij we geloven dat slechts de
vorm van de oefening verlossing schenkt. Daardoor blijft
‘de inhoud … volkomen gesaboteerd en ondermijnd achter’.
|
|
Het Werkboek voorziet ons van een rijke schakering
van verschillende lessen en oefeningen. Het in praktijk
brengen van deze specifieke lessen en oefeningen vormt het
middel om de veranderingen in waarneming tot stand te brengen
die de Cursus beoogt. |
Het oefenen met de lessen van het Werkboek
is waardevol omdat het ons leert dat we een geest hebben
die in staat is om te kiezen. De voornaamste waarde van
het oefenen ligt echter in het feit dat ons ego naar boven
komt wanneer we de oefeningen niet doen. De Werkboeklessen
bieden eenvoudig ‘een leerschool waarin het ego van de student
‘tevoorschijn komt’, waardoor zijn gedachtensysteem eindelijk
bloot komt te liggen en men er stelling tegen kan nemen’.
Deze praktijk – de gewoonte om met de Heilige Geest
of Jezus naar het ego te kijken, ‘de essentie van de Verzoening’
- is het voornaamste middel om onze waarneming te doen veranderen.
|
|
Als we er niet in slagen om de gevraagde oefeningen
uit het Werkboek te doen, dienen we onszelf te vergeven.
Daardoor worden we ervan weerhouden om het oefenen te staken
(uit schuldbesef) en worden we onmiddellijk in staat gesteld
ons oefenschema weer op te pakken. Zo dient zelfvergeving
het allereerste doel van het oefenen. |
Als we er niet in slagen om de gevraagde oefeningen
uit het Werkboek te doen, dienen we onszelf te vergeven.
Want onszelf vergeven wat we niet gedaan hebben is
juist de kern van het Werkboek. ‘Het doel van de Werkboeklessen
[is] jezelf vergeven als je onvermijdelijkerwijs er niet
in slaagt de les perfect te doen’.
|
|
Meditatie is een wezenlijk onderdeel van het
Cursusprogramma (de Cursus noemt het geen ‘meditatie’ –
behalve één keer – maar het is duidelijk dat hij dát onderwijst).
In de beginfase van het schrijven van de Cursus werd er
door Helen en Bill over gediscussieerd en werd meditatie
bij naam genoemd. Ze speelt een voorname rol in het Werkboek
dat drie verschillende meditatietechnieken onderwijst (naast
zijn vele andere spirituele oefentechnieken). En tenslotte
leert het Handboek ons, dat men na voltooiing van het Werkboek
tweemaal per dag dient door te gaan met mediteren.
|
Terwijl alle Werkboeklessen min of meer beschouwd
kunnen worden als een of andere ‘meditatie’, staat er nergens
in de Cursus dat we na het Werkboek door moeten gaan met
meditatie. ‘Meditatie maakt op zich geen integraal deel
uit van het leerplan van de Cursus’. Studenten zouden zich
vrij moeten voelen om te mediteren als ze dat verkiezen.
Ze moeten ervoor waken er een afgod van te maken, en ze
moeten niet denken dat alle studenten van de Cursus moeten
mediteren. |
|
De meesten van ons zullen er waarschijnlijk
baat bij hebben meer dan eens door het Werkboek te gaan.
We zijn er klaar voor om het Werkboek achter ons te laten,
zodra we op eigen kracht op zijn manier kunnen oefenen,
zonder dat een stem van buitenaf ons zonodig tot oefenen
moet aansporen. Dit vergt waarschijnlijk meer dan
één ronde. Maar zijn we eenmaal zover gekomen, dan adviseert
de Cursus de post-Werkboek-praktijk. Deze manier van oefenen
valt nog steeds binnen de basisstructuur van het Werkboek,
maar is in lijn met dat waarvan we intussen ontdekt hebben
dat het onze behoefte tegemoet komt. |
Als algemene regel kun je stellen dat we het
Werkboek niet meer dan één keer zouden moeten doen. Verder
‘zou het gedaan moeten worden als de student nog maar betrekkelijk
kort met de Cursus bezig is’. Ons verlangen om het Werkboek
meer dan eens te doen is hoogstwaarschijnlijk de stem van
het ego ‘die ons aanspoort er herhaaldelijk doorheen te
gaan, in de magische hoop dat we het dit keer wél goed doen’.
Na het Werkboek is de noodzaak aan gestructureerde oefening
voorbij. Heel eenvoudig ‘brengen we de rest van ons leven
door met [de Heilige Geest] als onze Leraar van vergeving’.
|
|
Het Handboek vertegenwoordigt de laatste fase
in de ontwikkeling van de student: de uitbreiding naar anderen.
Zijn primaire doel is om als instructiehandboekje te dienen
voor ervaren Coursestudenten; deze hebben het Tekstboek
en het Werkboek reeds doorgewerkt en zijn er nu klaar voor
om hun functie op zich te nemen naar anderen toe uit te breiden. In tweede instantie dient
het als een samenvatting van enkele onderwijsthema’s uit
de Cursus, voor de Courseleraar (of mentor) en zijn Courseleerling.
|
Het primaire doel van het Handboek is om te
dienen ‘als een samenvatting van sommige thema’s
en principes uit de tekst’. Op zich is het in essentie een
aanhangsel van het Tekstboek en het Werkboek, ‘een zeer
bruikbare toevoeging van de twee andere boeken [toevoeging
wordt in het woordenboek gedefinieerd als ‘iets dat bij
iets anders gevoegd wordt, maar er geen wezenlijk deel van
uitmaakt’]’. Het vertegenwoordigt geen afzonderlijke fase
in het Cursusprogramma of in de ontwikkeling van de student,
noch is het bedoeld voor ‘leraren’ (in de zin van ‘mentoren’)
of voor ‘leerlingen’ van die leraren.
|
|
De uitdrukking ‘leraar van God’ – degene tot
wie het Handboek zich richt – slaat op iemand die een bepaald
ontwikkelingsniveau bereikt heeft en daarom klaar is om
anderen te onderwijzen (of naar hen uit te breiden). Hij
heeft deze gereedheid bereikt door werkelijke gemeenschappelijke
belangen in een ander te zien en heeft (volgens het systeem
van de Cursus) het Tekstboek en het Werkboek doorgewerkt.
|
De uitdrukking ‘leraar van God’ slaat niet
op iemand die klaar is om anderen te onderwijzen (of naar
anderen uit te breiden), maar is alleen maar ‘Jezus’ uitdrukking
voor zijn studenten’, een algemene term ‘voor degenen die
Een Cursus in Wonderen als hun spirituele weg bewandelen’. |
|
Terwijl de taak van Gods’ leraar om naar anderen
uit te breiden vele vormen kan aannemen, beschrijft het
Handboek specifiek twee vormen en brengt deze onder de aandacht:
leraar van leerlingen (een Coursementor voor minder ervaren
Coursestudenten) en heler van patiënten (een spirituele
healer op basis van de Cursus). Deze twee vormen zijn letterlijke
functies waar sommigen toe worden opgeroepen ze in deze
wereld te vervullen. |
Omdat actieve uitbreiding naar anderen geen
deel uitmaakt van de Cursus, is het Handboek in letterlijke
zin geen voorstander van specifieke functies zoals die van
leraar van leerlingen of genezer van zieken. De overtuiging
dat het dit wel doet is een vorm van ‘spirituele speciaalheid’:
‘De egobehoefte om de wereld en zichzelf speciaal te maken
wil de woorden [uit het Handboek] verdraaien zodat ze betekenen
dat Jezus van de Coursestudent vraagt … om door zijn
gedrag studenten te onderwijzen, zieken te genezen of
de wereld te prediken’.
|
DIVERSE
ONDERWERPEN
|
de Circle |
Ken Wapnick |
|
Het heilig ogenblik is een ogenblik waarop
we tijdelijk ons normale, in het verleden gewortelde gedachtepatroon opzij zetten en het tijdloze
nu binnengaan. Er treedt een verschuiving naar een andere
geestesgesteldheid op. Daarin ervaren we hoe de grenzen
van tijd en ruimte opgeheven worden, zijn we ons niet meer
bewust van het lichaam, voelen we een verbinding met Jezus
of de Heilige Geest (en al onze broeders) en ervaren plotseling
gevoelens van vrede, vreugde en liefde.
|
‘Het heilig ogenblik is niet een fase in de
meditatie waarin de student een ‘goede ervaring’ heeft en
de aanwezigheid van Jezus of de Heilige Geest beleeft. Integendeel,
het heilig ogenblik is de uitdrukking die de Cursus gebruikt
voor het ogenblik – buiten tijd en ruimte – waarop
we voor de Heilige Geest als onze Leraar kiezen in plaats
van voor het ego’.
|
|
Door onze aandacht op het licht te richten
en naar onze duisternis te kijken, spelen ze allebei
een belangrijke rol in de Cursus. Ondanks onze weerstand
is het van cruciaal belang om de duisternis van het ego
aan het licht te brengen en er kalm naar te kijken. Toch
is het even cruciaal om herhaaldelijk stil te staan bij
het licht (zoals in de meeste Werkboeklessen). Alleen wanneer
beide in onze geest aanwezig zijn, kan Gods Licht onze duisternis
weg schijnen.
|
De Cursus is niet een cursus in liefde en licht,
maar een cursus in het kijken naar de duisternis van het
ego. ‘Door te veel nadruk op de lieflijke waarheid omtrent
onszelf te leggen wordt het proces van ongedaan maken gedwarsboomd,
door een zware deken van ontkenning over onze sluimerende
schuld te leggen … Door te beweren dat liefde en eenheid
het centrale thema van Een Cursus in Wonderen vormen,
doet men niet alleen geen recht aan wat er in de Cursus
staat, maar ontzeggen we ons ook de mogelijkheid tot heelwording
die hij ons aanbiedt. In dat opzicht … zijn Coursestudenten
geneigd om alles door een roze bril zien.
|
|
Het onderwijs van de Cursus is radicaal en
levert vele unieke bijdragen aan de spiritualiteit van de
wereld, en deze bijdragen zijn prijzenswaardig. Toch zouden
we ook blij moeten zijn dat de Cursus zo vele en diepgaande
overeenkomsten met andere spirituele tradities vertoont.
Zijn unieke karakter is ten dele in het feit gelegen dat
hij in staat is verschillende elementen uit andere tradities
in zich te verenigen; elementen die elkaar onderling lijken
uit te sluiten en die de Cursus toch tot een eenheid weet
samen te voegen (bijv. door er nadruk op te leggen dat de
wereld een illusie is, maar tevens verlost
moet worden. |
De Cursus is niet alleen zo uniek omdat hij
‘volstrekt onverenigbaar’ is met de Bijbel, maar omdat hetzelfde
gezegd kan worden ‘met betrekking tot welk ander spiritueel
pad dan ook’. Wat de Cursus zo uniek maakt, is het feit
dat hij onderwijst dat de wereld een illusie is, die God
niet geschapen heeft en ‘dat God niets te maken heeft
met een illusoire en onwerkelijke wereld’. Dit leidt tot
een nog zuiverder non-dualisme dan er gevonden kan worden
in de Advaita Vedanta (een vorm van Hindoeïsme) of het gnosticisme.
Pogingen om de Cursus met andere spirituele stromingen te
vergelijken zijn ‘subtiele pogingen van het ego om het radicale
karakter van de Cursus tot een minimum terug te brengen.’
|
Conclusie
Zoals je kunt zien lopen de visies van de Circle
en die van Ken Wapnick, na enige wezenlijke overeenkomsten, in
zeer verschillende richtingen uiteen. Het zijn eenvoudig twee
verschillende visies op Een Cursus in Wonderen, zo verschillend
dat het voor ons van de Circle onbegrijpelijk is hoe een student
beide tegelijkertijd kan aanhangen. Hoe moeten we met deze verschillen
omgaan? In eerste instantie met verdraagzaamheid. Het is onvermijdelijk
dat zulke verschillen ontstaan, dat ligt besloten in de menselijke
natuur. In tweede instantie met het oprechte verlangen te weten
te komen wat de Cursus over deze vraagstukken werkelijk zegt.
Het maakt niet uit wie gelijk heeft. Wat uitmaakt, is er achter
te komen wat de Cursus daadwerkelijk onderwijst en dat in ons
leven verwezenlijken. We hopen dat dit artikel aan dat proces
een bijdrage levert.
|
|
WIL
JE DIT ARTIKEL UITPRINTEN?
Selecteer dan het tekstgedeelte van boven naar beneden door de linkermuisknop
ingedrukt te houden en omlaag te scrollen; klik met rechts >
copiëren; open een nieuw Word-document en plak het erin. Klik
nu op afdrukken. Voilà!
De
artikelen werden vertaald met vriendelijke toestemming van 'The
Circle of Atonement'.
De citaten werden uit het Engels vertaald vanuit 'A Course in Miracles',
Foundation for Inner Peace, 1992.
Op
de artikelen van 'the Circle of Atonement' en van 'het wonder' rust
copyright.
|
|