|
Zo hoort elke dag te zijn
Hoe
je de ideale dag beleven kunt
door Robert Perry
‘Ik
wens je nog een prettige dag!’ De behoefte om een fijne dag te
hebben ligt diep in de menselijke psyche verankerd. ‘En hoe was
jouw dag?’ vragen we aan elkaar. Voor hen die het spirituele pad
bewandelen wordt deze behoefte het verlangen naar de perfecte
dag, de hemelse dag. De Cursus spreekt erover als ‘een tijd die
de Hemel apart heeft gezet om met haar stralen te verlichten,
en om een tijdloos licht te werpen op deze dag waarop echo’s van
de eeuwigheid worden gehoord’ (Wdl.157.1:3). Is dit niet het soort dag waarnaar we allemaal verlangen?
Het
lijkt misschien vreemd dat Een
Cursus in Wonderen, een leerprogramma geworteld in de illusoire
aard van de tijd, ingaat op het
thema van de perfecte dag. De Cursus gaat echter veel verder dan
dit thema alleen maar aan te snijden. Door alledrie de delen heen
schetst hij een algeheel beeld van de ideale dag, en geeft hij
ons specifieke instructies hoe we een dergelijke dag kunnen hebben.
Het schijnt een van de belangrijkste doelstellingen van de Cursus
te zijn juist dit aan ons te leren.
Het
spreekt vanzelf dat de Cursus het hier niet heeft over een dag
waarop de uiterlijke omstandigheden verlopen zoals ons ego dat
wil. Volgens de Cursus heeft de vreugde van een ideale dag niets
te maken met zwelgen in het feestmaal van deze wereld, maar met
proeven aan tijdloosheid. Zoals een gebed in het Werkboek zegt:
‘En wat ik zal ervaren heeft helemaal niets met tijd van doen.
De vreugde die tot mij komt, is niet iets van dagen of van uren’
(WdII.310.1:2-3). Hoe kunnen wij deelhebben aan deze tijdloze
vreugde? Door een dag waarin we voortdurend oefenen onze geest
aan God te geven, een dag die omsloten wordt door een fijn net
van spirituele oefening. Het hebben van de perfecte dag is dan
ook een zaak van wat wij ‘Werkboekbeoefening’ noemen.
Terwijl
het Werkboek ons instructies geeft over hoe we het beste de les
voor vandaag kunnen oefenen, brengt het ook op een subtiele wijze
iets anders tot stand. Het traint ons in het ervaren van een dag
van pure vreugde, ‘een dag van ongestoorde vredigheid’ (WdII.273.1:1). Wanneer je al de aanwijzingen in het Werkboek om een dergelijke dag te
ervaren verzamelt en vervolgens de verhandelingen over dit onderwerp
in het Tekstboek en het Handboek hieraan toevoegt, dan zul je
een opmerkelijke schat aan adviezen vinden over de exacte manier
waarop je de ideale dag kunt ervaren.
Wat
hieronder volgt is mijn poging om al die adviezen terug te brengen
tot één samenhangend geheel. Als je het Werkboek echter nog niet
hebt gedaan, dan zou ik je persoonlijk niet aanraden dit in
plaats daarvan te doen. Het Werkboek is er om je te trainen
in de beginselen van deze structuur. Wat ik je hier aanreik zal
volgens mij vooral behulpzaam en bruikbaar zijn wanneer je het
Werkboek al eerder hebt gedaan - misschien zelfs al meerdere keren
- en je van plan bent het nog een keer te gaan doen ofwel wil
proberen zelfstandig te gaan oefenen, zonder de dagelijkse steun
ervan.
Ik
denk dat deze structuur, die we bij de Circle ‘post-Werkboekbeoefening’
noemen, vooral nuttig is voor hen die in de laatste categorie
vallen. Nu probeer je wat je in het Werkboek geleerd hebt toe
te passen, maar zonder de structuur van zijn dagelijkse lessen.
Veel mensen die ik ken hebben dit geprobeerd, om er vervolgens achter te komen
dat zij zonder de structuur van het Werkboek de neiging hebben
om hun focus en motivatie te verliezen. Onze geest schijnt een
min of meer rechtstreeks doel nodig te hebben om onze motivatie
af te dwingen en een enigszins concrete
structuur om het vol te houden. Het
doel een ideale dag te hebben kan gemakkelijk inspireren tot
groot enthousiasme. En de
structuur die ik je hieronder aanreik geeft ons een specifieke
focus, maar biedt tegelijkertijd veel ruimte voor individuele
voorkeuren. Dit lijkt mij dus de ideale manier voor hen die het
Werkboek voorbij zijn, maar nog niet zo ver dat zij het zonder
structuur kunnen stellen.
WAKKER WORDEN
De
visie van de Cursus op de ideale dag begint op het moment dat
wij wakker worden. We worden ertoe aangespoord (in WdI.162.3:1) om op te staan met bepaalde woorden in onze
gedachten (in dit geval, ‘Ik ben zoals God mij geschapen heeft’)
en om te ontwaken met specifieke ‘woorden op onze lippen’ (WdI.herh.V.in.11:3) .Ons wordt gezegd bij het wakker worden God
te horen en Hem vijf minuten tot ons te laten spreken bij het
begin van de dag (WdI.140.11:1).
Hoe
we onze dag beginnen, zegt heel veel over het doel dat we voor
ogen hebben. We kunnen bijvoorbeeld opstaan met gedachten over
de verantwoordelijkheden die ons te wachten staan, of aan de plezierige
dingen waar we op hopen, of met gedachten over koffie zetten of
douchen. Deze allereerste gedachten laten zien wat voor dag we
denken te krijgen. We denken dat hij te maken heeft met het afgescheiden
zelf dat we menen te zijn, met al zijn aanzien, schaamte, plezier
en ongemak. Ik bijvoorbeeld word wakker in een toestand van diepe
verdoving. Ik kan zelden het lawaai thuisbrengen waarvan ik wakker
schrik, dat dan mijn wekker blijkt te zijn. Het is iedere ochtend
weer een nieuw geluid. Als ik eenmaal wakker ben wil ik alleen
maar blijven liggen en de dag geheel en al ontlopen. Dit zet de
toon voor een dag waarin ik, geconfronteerd met de diverse wereldse
verantwoordelijkheden, vaak het liefst de dekens weer over mijn
hoofd zou willen trekken.
Wakker
worden met een gebed op mijn lippen zet de toon voor een totaal
andere dag, een dag toegewijd aan een andere manier van ontwaken.
Hier volgen mijn favoriete gedachten om mee wakker
te worden:
‘Wees in mijn gedachten, Vader, wanneer
ik ontwaak, en laat vandaag de hele dag Jouw licht over mij schijnen.’
(WdII.232.1:1)
‘Vader, vandaag ontwaak ik met wonderen die
mijn waarneming van alles corrigeren. En zo begint de dag die
ik met Jou deel zoals ik de eeuwigheid zal delen, want de tijd
heeft vandaag een stap opzij gedaan.’ (WdII.346.1:1-2)
‘Ik zal in heerlijkheid opstaan en het licht
in mij toestaan heel de dag door over de wereld te schijnen.’
(WdII.237.1:2)
STILLE TIJD IN DE OCHTEND
‘Neem
zo spoedig mogelijk na het ontwaken je stille tijd’ (HvL.16.4:7). Deze stille tijd in de ochtend legt de basis
voor jouw hele dag van oefenen, en daarom voor jouw hele poging
een ideale dag te ervaren. Probeer daarom echt je aan deze tijd
te houden, met het speciale doel je voor te bereiden op het ervaren
van jouw perfecte dag. Gebruik deze tijd om ‘de dag in de banen
te leiden die God aangegeven heeft’ (WdI.herh.IV.in.5:4).
Het doel
voor de dag bepalen
Het
bepalen van het doel voor de dag is een belangrijk onderdeel om
de ideale dag te ervaren. Het hoofdstuk ‘Regels voor beslissingen’
(T30.I) leidt je door een proces heen om dit doel
vast te stellen. Het vraagt je erover na te denken ‘wat voor soort
dag je zou willen hebben’ (T30.I.1:8) en na te denken over ‘de gevoelens die je zou willen hebben, de dingen
die je wilt dat jou overkomen en die je zou willen ervaren’ (T
30.I.4:1).
Dit
kan nogal egoïstisch klinken, alsof het jouw doel zou zijn de
loterij te winnen. Maar de Cursus heeft er het volste vertrouwen
in dat je een doel zult bepalen dat Zijn
doelstellingen weerspiegelt. Eerder op dezelfde pagina staat
dat nu, na negenentwintig hoofdstukken uit het Tekstboek, het
doel in zijn totaliteit duidelijk voor je is (T30.in.1:2).
De
Cursus gaat er dan ook vanuit dat het doel dat jij voor jouw dag
bepaalt een versie is van zijn verlossingsdoel, een variatie daarop
die een diepe betekenis voor jou persoonlijk heeft; een plaats
waar zijn doelstellingen en de jouwe samenvloeien. Denk er daarom
eens een moment over na wat dat zou kunnen zijn. Hoe ziet jouw
ideale, spirituele dag eruit? Naar wat voor soort dag verlangt
het diepste deel in jou? Het zou een dag kunnen zijn waarin je
geen zorgen en geen oordelen hebt, een dag waarin je volledig
in het nu leeft, een dag van pure liefdevolle vriendelijkheid
naar anderen, een dag van vastberaden toewijding; een dag waarin
je voortdurend luistert naar Gods Stem.
Mijn
ideale dag bevat heel veel elementen, maar het is primair een
combinatie van twee aspecten in deel II van het Werkboek. Daarin
staan een serie lessen die ons aansporen een dag van ononderbroken
vrede te ervaren (255,
273, 286, 291, 346)
en een serie lessen die gewijd zijn aan het doorbrengen van de
dag met God (232,
255, 310, 339, 346).
Deze combinatie (ze worden gecombineerd in les 255 en 346) vormt mijn ‘droom’dag, een dag waarin ik kan
voelen dat Gods Aanwezigheid bijna tastbaar in de lucht hangt,
dat Zijn vrede alles bedekt, en dat ik met een gevoel van wonderbaarlijke
kameraadschap en voldoening in Hem rust.
Wanneer
je eenmaal je doel voor de dag stevig in je gedachten hebt verankerd,
‘zeg dan tegen jezelf dat er een manier is waarop deze dag precies
zo verlopen kan’ (T30.I.1:8). Zeg tegen jezelf dat, door je toe te leggen
op de oefenpraktijk die we hieronder zullen schetsen, dit de dag
zal zijn die jou gegeven wordt.
Er
is nog een element dat onderdeel zou moeten zijn van het bepalen
van je doel. Zeg tegen jezelf dat dit een speciale dag is. Hoe
vreemd dit ook voor de Cursus mag klinken, toch is dit exact de
houding waarvan de Cursus wil dat je die aanneemt. Het spoort
je aan deze dag te beschouwen als ‘een tijd van bijzondere viering’
(WdII.241.1:2), als ‘een dag van speciale toewijding’ (WdI.98.1:1), als ‘een speciale tijd van beloften in de
opeenvolging van je dagen’ (WdI.157.1:2). Het zal een wereld van verschil voor je uitmaken als je de dag op deze
manier bekijkt.
Nu
volgen de hierboven genoemde stappen in een meer instruerende
vorm:
1.
Denk na over het soort dag dat je zou willen hebben en maak dat
tot je doelstelling voor die dag
Misschien
wil je dit doel versterken met een Werkboekles uit deel II die
jouw doel weerspiegelt. Open je boek bij die les, en concentreer
je even op de titel van de les. Bid vervolgens het gebed langzaam
en oprecht. Lees dan de bijbehorende alinea alsof het jouw eigen
gedachten zijn, neergeschreven op papier. Wanneer de les spreekt
over ‘vandaag’ of ‘deze dag’, pas dit dan ook op deze dag zelf toe; gebruik die zin om je te helpen jouw
doel voor de dag te bepalen. De volgende lessen zijn uitstekend
voor dit doel geschikt, omdat ze de focus leggen op het ervaren
van een bijzonder soort dag: les 227, 232, 233, 237, 241, 242,
243, 247, 250, 254, 255, 256, 262, 269, 270, 271, 273, 274, 275,
284, 286, 290, 291, 296, 303, 306, 310, 312, 315, 330, 334, 339,
340, 346 en 353.
2.
Zeg tegen jezelf dat er een manier is om deze dag ook werkelijk
te hebben
Je
zou de volgende zin kunnen herhalen: ‘Wanneer
ik mij door de dag heen God herinner wanneer ik maar kan en de
Heilige Geest om hulp vraag wanneer dat doenlijk is, dan zal dit
de dag zijn die mij gegeven wordt’
(geb. op HvL29.5:9
en T30.I.4:2).
3.
Zeg tegen jezelf dat dit een speciale dag is
Het
is een speciale dag omdat je vandaag een les zult leren ‘die vandaag
niet meer waar is dan op enige andere dag. Maar déze dag is gekozen
als het tijdstip waarop we zullen zoeken en horen en leren en
begrijpen’ (WdII.275.1:1-2).
De resterende stille ochtendtijd
In
de tijd die nog overblijft in de ochtend vind ik het prettig een
patroon te hanteren dat door het Werkboek heenloopt (wat inhoudt
dat het Werkboek, als je het doet, je instructies zal geven wat
je met deze tijd moet doen): begin met lezen in de Cursus, ga
dan over op actieve innerlijke oefeningen en eindig ten slotte
met een ontvankelijke op de Cursus gebaseerde meditatie. Ik heb
dit jaren gedaan. Het verschil is dat ik het nu zie als voorbereiding
op mijn ideale dag.
1.
In de Cursus lezen
Ik
denk dat dagelijks in de Cursus lezen voor alle studenten van
belang is, of het nu in het Tekstboek is, in het Werkboek of het
Handboek voor Leraren. Het Werkboek beschouwt dit dagelijkse lezen
uiteraard als de basis voor het beoefenen van zijn lessen.
2. Actieve oefeningen
Met
actieve oefeningen bedoel ik die oefeningen in het Werkboek, waarin
je gevraagd wordt innerlijk iets actiefs te doen: bijvoorbeeld
het herhalen van bepaalde zinnen en hier even bij stilstaan. Hier
volgen wat voorbeelden:
·
Enige tijd doorbrengen met een bepaalde
gedachte voor die dag: een zin (of een aantal zinnen) die je veelvuldig
door de dag heen wil beoefenen.
- Enige tijd
doorbrengen om een bepaalde vorm van onvrede te verdrijven door
een favoriete oefening uit de Cursus te gebruiken.
- Vergeving
beoefenen ten opzichte van een bepaalde persoon die in dit opzicht
een uitdaging voor je vormt.
- Praten met
Jezus en met hem je pijn en vreugde delen en je door hem daaraan
voorbij laten leiden naar de vrede van God (zie VvT5.6:6-7).
- Bij iedere
belangrijke relatie in je leven het verleden loslaten en opnieuw
in die relatie geboren worden. Een minuut met ieder, of zelfs
nog minder, is voldoende (zie T13.X.5:2-3).
- Een gebed
bidden uit deel II van het Werkboek.
3. Op de Cursus gebaseerde meditatie
De
meditatiemethode van de Cursus wordt geïntroduceerd in de lessen
41 en 44. Ik heb geprobeerd die methode als volgt samen te vatten:
- probeer heel
diep je geest binnen te gaan en diep in jezelf te verzinken
naar het stille centrum, de plaats waar God en jouw Zelf verblijven;
- probeer je
geest vrij te houden van alle gedachten die je aandacht zouden
kunnen afleiden en, als ze toch afdwalen, terug te halen door
het idee voor de dag te herhalen of door middel van een andere
techniek;
- en probeer
al die tijd in je geest een gevoel vast te houden van vertrouwen,
verlangen, belang en heiligheid.
VERNIEUW
JE DOEL GEDURENDE DE DAG
Het
oefenen door de dag heen is een basisonderdeel van de oefenformule
in de Cursus, die - in zijn eenvoudigste vorm - als volgt is:
oefenen ‘in de ochtend en ’s avonds opnieuw, en ook de hele dag
door’ (WdlI.64.5:2). In feite gebruikt de Cursus de zinsnede ‘de
hele dag door’ vierenveertig keer in zijn aanmoedigingen aan ons
om de hele dag lang te oefenen. Na vierenveertig verwijzingen
zou je de conclusie kunnen trekken dat hij werkelijk wil dat wij
‘de hele dag door’ oefenen.
Deze
beoefening is niet alleen maar in het belang van onze uiteindelijke
verlossing. Het dient een veel directer doel, namelijk om ons
doel voor die dag, het doel dat wij die ochtend hebben gesteld,
te vernieuwen. Hopelijk is er werkelijk ‘iets’ gebeurd in onze
stille ochtendtijd. Als we dat ‘iets’ niet gedurende de dag vernieuwen,
zal het net als de ondergaande zon langzaam achter de horizon
verdwijnen. De meesten onder ons kennen dit gegeven maar al te
goed.
Daarom
spoort de Cursus ons aan de hele dag door te oefenen en dit oefenen
te zien als een vernieuwing van de ideale dag die we ’s morgens
zijn begonnen. Zoals ik al eerder zei proberen we zó die perfecte
dag te verkrijgen. De hele dag door komen we voor de keuze te
staan om veiligheid en voldoening te vinden door middel van ons
oefenen óf door middel van onze gebruikelijke methoden. Deze gebruikelijke
methoden houden in dat we onze krachten gebruiken om gretig naar
plezierige omstandigheden te streven en ons te beschermen tegen
bedreigende omstandigheden. De Cursus noemt dit ‘magie’ en ziet
dit als de belangrijkste bedreiging van onze ideale dag: ‘Je loopt
de hele dag door geen risico, tenzij je je vertrouwen stelt in
magie’ (HvL16.11:5). Laten we daarom, in plaats van te vertrouwen
op onze eigen krachten om het uiterlijke schaakbord te herordenen,
vertrouwen op ons innerlijke oefenen.
Hieronder
volgen enkele manieren om ons doel gedurende de dag te vernieuwen:
1. Veelvuldige herinneringen
Deze
term gebruik ik voor het kort herhalen van en even stil blijven
staan bij een bepaalde zin uit de Cursus, zoals de titel van een
les. Les 122 zegt dat deze herhalingen de specifieke bedoeling
hebben de geschenken die we ’s morgens hebben ontvangen in ons
bewustzijn vast te houden, zodat ze ons niet ‘ontglippen en in
vergetelheid wegglijden’ (WdI.122.14.1).
Als
jouw ideale dag, net zoals bij mij, een dag is die met God wordt
doorgebracht, heb ik de volgende herhaling als suggestie:
‘Laat iedere minuut een moment zijn waarin
ik bij Jou verblijf.. (WdlI.232.1:2)
2.
Houd jezelf actief voor ogen dat je een speciaal doel hebt
vandaag
Dit
is een belangrijk onderdeel om de ideale dag te ervaren, waar
de Cursus vele malen naar verwijst. Dit kan zelfs door de volgende
passages te lezen en ze rechtstreeks op deze dag toe te passen:
‘Breng jezelf
vaak in herinnering dat vandaag een dag hoort te zijn van speciale
vreugde, en onthoud je van sombere gedachten en zinloos geklaag.
De tijd van verlossing is aangebroken. Vandaag is door de Hemel
zelf vastgelegd als tijd van genade voor jou en voor de wereld.’ (Wdl.131.15:1-3)
‘Houd jezelf
zo vaak je kunt voor ogen dat jij een doel hebt vandaag, een doel
dat deze dag voor jou en al je broeders van bijzondere waarde
maakt.’ (Wdl.126.11:1)
‘Houd door
de dag heen, wanneer je er maar aan denkt, in een stil moment
van beschouwing, jezelf opnieuw voor welk soort dag je wenst,
de gevoelens die je zou willen hebben, de dingen die je wilt dat
jou overkomen en die je zou willen ervaren, en zeg dan:
Als ik uit mezelf geen beslissingen neem, is
dit de dag die mij gegeven zal worden.’ (T30.I.4:1-2)
3. Oefen ieder
uur
Ieder uur oefenen is een belangrijk onderdeel van deze ideale dag. Hieronder
staan een paar dingen die ik je aanraad om ieder uur te doen (hoewel
ik hiermee niet wil zeggen dat je ze allemaal
op elk uur moet doen).
Je merkt misschien wel op dat een aantal hiervan (vooral a, b, d en g -
die je misschien wel wil combineren in één oefenperiode) direct
verband houden met het op koers houden van jouw ideale dag:
a)
Dank God voor alle gaven die Hij je in het
afgelopen uur gaf (WdI.153.17:2). Misschien denk je hierbij
aan bijzondere gaven waarvan je voelt dat je die van Hem in dat
uur ontvangen hebt.
b) Onderzoek je geest op gebeurtenissen
uit het afgelopen uur die nog steeds op je drukken en vergeef
deze gebeurtenissen; bevrijd je geest van die last. ‘Laat geen
enkel uur zijn schaduw werpen op het uur dat volgt, en wanneer
dat voorbij is, laat dan alles wat in de loop daarvan is gebeurd,
samen daarmee verdwijnen’ (WdI.193.12:4).
c)
Dank God dat hij je nooit verlaten heeft. ‘En
laat me niet vergeten Jou elk uur te danken dat Je bij me bent
gebleven en er altijd zult zijn om mijn roep tot Jou te horen
en antwoord te geven aan mij’. (WdII.232.1:3)
d)
Vraag om leiding voor het komende uur: ‘En we zullen in stilte
klaar zitten en op Hem wachten en naar Zijn Stem luisteren, en
horen wat Hij wil dat we in het komende uur doen’ (WdI.153.17:2).
e)
Breng enkele ogenblikken door in stille meditatie, en laat jezelf
verzinken naar God in jou, de Christus in jou, het geluk en de
vreugde die in jou liggen (dit is de belangrijkste instructie
voor de 5-minuten-per-uur-oefeningen in de lessen 93 – 110).
f)
Besteed er wat tijd aan om bij je les van de dag stil te staan.
g)
Herinner jezelf aan het doel voor de dag: ‘Wees bij het verstrijken
van elk uur vandaag een ogenblik stil, en herinner jezelf eraan
dat jij een speciaal doel hebt voor deze dag’ (WdI.125.9:5).
4. Behoed je dag voor vergeetachtigheid
Er
zullen bijna onvermijdelijk gedeelten van de dag zijn waarop je
je doel volledig uit het oog verliest. Als je merkt dat je een,
twee of drie uur voorbij hebt laten gaan zonder te oefenen, maak
jezelf dan geen verwijten en voel je niet schuldig, en vooral
moet je de hoop niet verliezen en het voor die dag opgeven. De
Cursus stelt dit laatste punt rechtstreeks aan de orde: ‘Je zult
wellicht in de verleiding raken de dag als verloren te beschouwen
omdat het je toch al niet gelukt is te doen wat gevraagd werd
(WdI.95.7:4).
Weersta
deze verleiding en wijd je eenvoudig weer aan je doel, stel je
doel opnieuw vast en begin weer te oefenen. Als je er tijd voor
hebt, neem dan een paar minuten om dit te doen. Zit even stil
en geef je geest werkelijk over aan het vernieuwen van je doel.
BESCHERM JE DOEL GEDURENDE DE DAG
Natuurlijk zal je dag zeer waarschijnlijk boordevol dingen zitten die de
vrede die je zoekt dreigen te verstoren. Daarom is het beschermen
van je dag een belangrijke aangelegenheid. Maar hoe doe je dat?
Door de telefoon niet te beantwoorden? Door de echt onplezierige
taken te vermijden? Door angstige gedachten uit je geest weg te
duwen?
Antwoord op verleidingen
De Cursus is zeer betrokken bij het beschermen van je vrede en hij beveelt
altijd dezelfde techniek aan: door innerlijk
op je bron van onvrede te reageren met een oefening die gemaakt
is om de onvrede te verdrijven. Dit is wat de Cursus soms ‘antwoord
op verleidingen’ noemt. Antwoord op verleidingen kan in vier stappen
onderverdeeld worden: 1) Wees in je geest alert 2) op iedere vorm
van verstoring van je vrede. 3) Wanneer je er een hebt opgemerkt,
maak er dan een gewoonte van om hier onmiddellijk op te
reageren 4) met een gedachte uit de Cursus.
Dit heeft niet alleen ten doel je geestesvrede te beschermen, maar het
is ook bedoeld om je dag
te beschermen. Ik heb gemerkt dat dit bijkomende doel me extra
motiveert om op mijn verleidingen te reageren: ik wil niet dat
mijn speciale dag met God ontspoort. Ik wil iedere bron die mij
van streek maakt het hoofd bieden, met Hem aan mijn zijde en Zijn
licht in mijn geest.
Probeer daarom de hele dag speciaal op je hoede te zijn voor iedere inbreuk
op je vrede. Als je de rest van de oefeningen doet zal zelfs de
geringste verstoring zich voordoen als een duidelijke rimpeling
op het kalme meer van je geest. Zodra je een vorm van onvrede
bemerkt, ontwijk hem dan niet en veeg hem niet onder de mat. Probeer
het niet in de buitenwereld op te lossen. En laat zijn rimpelingen
zich niet verder uitbreiden. Al deze dingen kunnen jouw hele dag
laten ontsporen. Reageer daarentegen met een oefening uit de Cursus.
Als je het Werkboek doet, gebruik dan je idee voor de dag. Als
je de post-Werkboekoefeningen doet, haal dan iets tevoorschijn
uit je persoonlijke ‘probleemoplossende repertoire’ (WdI.194.6:2) – jouw eigen verzameling antwoorden op verleidingen die je in het verleden
werkzaam hebt bevonden.
Bescherm je dag volgens de ‘Regels voor beslissingen’
In het hoofdstuk ‘Regels voor beslissingen’ (T30.I) schetst de Tekst zijn eigen beeld van hoe
je de ideale dag kunt hebben (een beeld dat ik hieronder op diverse
plaatsen heb geïntegreerd). Ongeveer het halve hoofdstuk gaat
erover hoe je je dag moet behoeden voor mogelijke ontsporing.
De sleutel voor het hebben van een ideale dag is er, in dit hoofdstuk,
in gelegen zelf geen beslissingen te nemen. Dit houdt eveneens
in ‘dat je geen oordeel zult vellen over de situaties waarin jou
om een reactie wordt gevraagd’ (2:4). Op enig moment van de dag
zul je echter merken dat je juist dát hebt gedaan: dat je een
oordeel hebt geveld over wat de situatie betekent. Dit oordeel
stelt automatisch vast wat het probleem is in die situatie en
doet een bepaalde reeks oplossingen aan de hand. Dit alles zal
je afschrikken om naar de Heilige Geest te luisteren, want ‘wat
je hoort lost misschien niet het probleem op zoals jij dat eerst
zag’ (3:3).
Er
is een onmiskenbaar teken dat dit is gebeurd: ‘als je voelt dat
je niet genegen bent af te wachten en te vragen dat het antwoord
jou gegeven wordt’ (5:3). Nu is je dag bedreigd. Het hele thema
was Iemand Anders voor jou te laten beslissen, en jij weigert
naar Hem te luisteren. Het hoofdstuk raadt je aan het volgende
te doen:
‘Herinner je nogmaals
wat voor dag je wilt en onderken dat er iets gebeurd is wat daar
geen deel van uitmaakt. Besef dan dat je op eigen gelegenheid
een vraag gesteld hebt (‘Hoe denk ik dat het probleem dat ik heb
waargenomen opgelost moet worden?’), en op eigen voorwaarden een
antwoord moet hebben geformuleerd (‘Wat de oplossing ook is, ze
moet voldoen aan de criteria die ik gesteld heb.’). Zeg dan:
‘Ik heb geen vraag. Ik ben vergeten wat ik beslissen moet’. (T30.I.6:1-5)
Deze zinnen betekenen:
‘Ik weiger vast te stellen wat de vraag is. Ik ben vergeten dat
ik alleen maar samen met de Heilige Geest moet beslissen’. Zo
zie je onder ogen dat er iets is gebeurd dat geen deel uitmaakt
van jouw ideale dag. En vervolgens verdrijf je dit ‘zonder uitstel’
(7:1) met een antwoord op de verleiding. Dit is wat het hoofdstuk
‘een snel ondersteunend middel’ noemt (5:5).
Dit
hoofdstuk onderkent echter dat er momenten zullen zijn dat het
ondersteunende middel niet genoeg is. Voor die momenten biedt
het jou een heel proces aan van kalm redeneren met jezelf teneinde
je angst te verjagen om aan de Heilige Geest leiding te vragen
(alinea’s 8-12). Er wordt jou een hele serie zinnen gegeven om
voor jezelf te herhalen. Deze zinnen worden gemakkelijk verkeerd
begrepen, daarom zal ik een korte verklaring aan iedere zin toevoegen.
- Op zijn minst kan ik besluiten
dat ik niet prettig vind wat ik nu voel [ik voel me van streek omdat ik bang
ben de Heilige Geest om leiding te vragen].
- En dus hoop ik dat ik ongelijk
heb [met
te denken dat ik bang zou moeten zijn om de Heilige Geest om
leiding te vragen].
- Ik wil hier op een andere
manier naar kijken
[naar leiding vragen aan de Heilige Geest].
- Misschien is er een andere
manier om hiernaar te kijken [naar leiding vragen].
- Wat kan ik verliezen als
ik daarnaar vraag
[wat is er zo eng aan om de Heilige Geest om leiding te vragen]?
Het
doel van dit proces is je te bevrijden van je angst om samen met
de Heilige Geest te beslissen. Het doel is, anders gezegd, je
te laten terugkeren naar het punt waarop je de dag begon: namelijk
om vastbesloten te zijn zelf geen beslissingen te nemen. Het doel
is je dag weer op het rechte spoor te brengen.
Dit
alles onderstreept het centrale belang om je dag te behoeden voor
ontsporing. Als je in een gemoedstoestand bent geraakt die geen
deel uitmaakt van je dag, wees dan niet bang dit toe te geven.
En wees niet bang er tijd voor te nemen om je dag weer op het
rechte spoor te brengen.
VRAAG OM LEIDING
Als we de Cursus beoefenen bestaat een wezenlijk deel
van de ideale dag eruit om de Heilige Geest regelmatig om leiding
te vragen. Denk bijvoorbeeld aan de paragraaf uit het Tekstboek
die we zo net besproken hebben, de ‘Regels voor Beslissingen’.
Zijn ideale dag was er één waarin we regelmatig om leiding vroegen.
Het Werkboek traint ons om exact hetzelfde te doen. Er zijn bijna
50 lessen (les 153 - 200) waarin we verondersteld worden om elk
uur te vragen wat in het volgende te doen. Het Handboek, ten slotte,
geeft deze instructie voor dagelijkse leiding:
‘Als je er een gewoonte van
maakt waar en wanneer je kunt hulp te vragen, dan kun je erop
vertrouwen dat wijsheid jou gegeven zal worden wanneer je die
nodig hebt. Bereid je hier elke morgen op voor, herinner je God
door de dag heen wanneer je kunt, vraag de Heilige Geest om hulp
wanneer dat doenlijk is, en dank Hem ’s avonds voor Zijn leiding.
En je vertrouwen zal waarlijk stevig zijn gefundeerd.’
(HvL29.5:8-10)
Hier zien we de formule
weer voor het oefenen die ons zo vaak in het Werkboek gegeven
werd: ‘’s morgens en ’s avonds opnieuw, en ook de hele dag door’
(WdI.64.5:2).
Maar door deze bekende structuur heen is het frequente vragen
aan de Heilige Geest verweven:
·
Jouw stille tijd in de ochtend is bedoeld als voorbereiding
op een dag waarin je om leiding vraagt.
·
Door de dag heen zul je je niet alleen maar ‘God herinneren’
(een verwijzing naar de meer gebruikelijke innerlijke oefening
die de Cursus aanreikt), je maakt er ook een gewoonte van om de
hulp van de Heilige Geest in te roepen ‘wanneer en waar je dat
kunt’.
·
Als onderdeel van je stille tijd in de avond ‘bedank
je Hem voor Zijn leiding’.
En als je dat doet kun je
er zeker van zijn dat ‘wijsheid jou gegeven zal worden wanneer
je haar nodig hebt.’ Ze komt misschien niet precies op het moment
dat je erom vraagt. Ze komt misschien niet in een concrete vorm
– het woord ‘wijsheid’ lijkt een soort innerlijk weten aan te
duiden. Maar door te vragen zul je een kanaal openen waar de wijsheid
die je nodig hebt doorheen kan stromen, telkens wanneer je haar
nodig hebt.
Wanneer zullen
we vragen?
·
Vraag in je stille ochtendtijd of Hij je iets over
deze dag vertellen wil.
·
Vraag om het uur wat Hij jou in het volgende uur wil
laten doen.
·
Waneer je een activiteit beëindigd hebt en je de keuze
hebt wat je vervolgens wilt doen.
·
Waneer je ook maar een beslissing te nemen hebt.
·
Waneer je je verward en onzeker voelt.
·
Vraag hoe je een situatie behoort waar te nemen als
je weet dat je haar verkeerd ziet.
·
Vraag hoe je een naderende taak of interactie moet
benaderen.
Velen van ons klagen erover
dat ze helemaal niets horen. Toch zullen de meesten van ons -àls
we vragen– vaak wel een bepaald gevoel krijgen van wat juist is.
Volgens mijn ervaring is dit innerlijke gevoel niet de zuiverste
leiding van God Zelf, maar is het wel vele malen wijzer dan mijn
gebruikelijke mentale geknoei. Dus waarom zouden we er geen gebruik
van maken?
OVERGANGSTIJDEN
TUSSEN ACTIVITEITEN DOOR
Telkens wanneer je je van
het ene deel van je dag naar een ander deel beweegt -als je van omgeving verandert, als je van je werk vertrekt of aan
een nieuwe taak begint– is het behulpzaam om je doel te vernieuwen.
Dit komt overeen met het
advies dat ons in ‘Het bepalen van het doel’ (T17.VI)
gegeven wordt. Deze paragraaf zegt dat –telkens wanneer je een
situatie binnengaat– je er een doel voor zou moeten bepalen door
de volgende vragen te beantwoorden: ‘Wat wil ik dat hiervan komt?
Waartoe dient het?’ (T17.VI.2:1-2).
Wat je werkelijk als resultaat van deze situatie wil is natuurlijk
geen ego-voldoening die voortkomt uit een of ander uiterlijk resultaat,
maar de vrede die uit een innerlijk ontwaken
voortkomt. Het plaatsen van het doel aan het begin van een situatie
zal garanderen dat je de situatie eerder in het belang van het
doel zult gebruiken (T17.VI.4:2).
Het garandeert ook dat het innerlijke resultaat van de situatie
een vervulling van het doel zal zijn, ongeacht het uiterlijke
resultaat (T17.VI.5:2-3).
Anders gezegd, als je het doel van verlossing bepaalt, zal verlossing
datgene zijn wat je zult ervaren.
Valt het je op dat dit hoofdstuk
ons vertelt dat we op dezelfde manier met een situatie behoren om te gaan als met onze dag? Zoals we onze dag tegemoet zijn getreden, zo behoren
we nu ook een situatie tegemoet te treden. We bepalen het doel
aan het begin van de dag, en hebben de dag gebruikt als een middel
om dat doel te bereiken. Telkens wanneer we nu een situatie binnengaan
kunnen we hiervoor eenvoudig hetzelfde doel bepalen dat we reeds
voor onze dag hadden vastgesteld.
Laten we bijvoorbeeld aannemen
dat mijn doel een dag is van liefdevolle vriendelijkheid jegens
anderen. Als ik dan aan een nieuwe taak begin –zoals het schrijven
van dit artikel – zal mijn doel duidelijk zijn: ik wil dat dit
artikel een uiting van pure liefdevolle vriendelijkheid jegens
anderen wordt. Voor deze situatie bepaal ik dus gewoon hetzelfde
doel (of een zeer verwant doel) dat ik al voor de hele dag vastgesteld
had. Ik zal nu de situatie gebruiken als een middel om mijn ruimere
doel van de dag te bereiken.
Hier volgen enkele suggesties
om de overgangsperioden in je dag te gebruiken voor het vernieuwen
van je doel:
1. Wanneer je van
het ene deel van je dag overgaat naar het andere
Probeer nu een rustig moment
in te lassen om je doel voor de dag te vernieuwen en toe te passen
op het deel van je dag dat je nu ingaat.
2. Wanneer je een
nieuwe situatie betreedt
Bepaal het doel voor de
situatie. Vraag jezelf af: ‘Wat wil ik dat hiervan komt? Waartoe
dient het?’ Pas hierop hetzelfde doel toe (of een verwant doel)
dat je voor de dag vastgesteld hebt. Zie het als een middel om
je doel van de dag te bereiken.
3. Wanneer de avond
valt
Voor de meeste mensen is
het einde van het daglicht een grote overgang, van werk naar huis,
van dag naar nacht. Ik vind dit een schitterend moment voor een
soort ministilte – langer dan de herinnering op het uur, maar
korter dan de ochtendstilte. Er zijn twee citaten waar ik dan
graag bij stilsta:
‘Laat, wanneer de avond valt,
al mijn gedachten nog steeds Jou en Jouw Liefde gelden.’
(WdII.232.1:4)
‘En wanneer vandaag de avond
valt, zullen we ons niets herinneren dan de vrede van God. Want
we zullen vandaag leren welke vrede de onze is, wanneer we alles
vergeten behalve Gods Liefde.’ (WdII.346.2:1-2)
DE STILLE TIJD IN DE AVOND
Herinner jij je onze formule
nog voor een dag van Werkboekpraktijk: ‘’s morgens en ’s avonds
opnieuw, en ook de hele dag door?’ (WdI.64.5:2).
De oefentijd in de avond is kennelijk een basisonderdeel van deze
formule, ongeacht het feit dat de meesten van ons er een zware
dobber aan hebben om dit tot een consequent onderdeel van hun
leven te maken. Deze tijd is zó belangrijk dat we geacht worden
de hele dag als een voorbereiding daarop te beschouwen: ‘Na de
ochtendontmoeting zullen we de dag gebruiken om ons voor te bereiden
op het moment in de avond waarop we elkaar opnieuw in vertrouwen
zullen ontmoeten’ (WdI.92.11:2).
Deze passage houdt in dat
onze avondstilte het hoogtepunt van de dag kan zijn, het ogenblik
waar onze hele dag ons naartoe geleid heeft. Zelfs als we dit
niet als hoogtepunt ervaren is het nog steeds een bevestiging
dat onze dag werkelijk God als doel had. Het is moeilijk vol te
houden dat onze dag aan God gewijd was als we hem voor de TV beëindigen
en God volledig uit ons beeld verdwenen is. Verder zal onze stille
avondtijd ons op een vredige slaap voorbereiden: ‘Het brengt je
geest in een rusttoestand en leidt jou weg van angst’ (HvL16.5:7).
Om al deze redenen is deze laatste stilte essentieel.
De Cursus wil duidelijk
dat we deze tijd nemen zo kort mogelijk voor het slapen gaan.
Ik wil echter de zinsnede ‘zo kort mogelijk’
benadrukken. Voor velen van ons zal dit automatisch het tijdstip
worden waarop we gaan slapen, tenzij we onze stille tijd eerder
in de avond plannen. De Cursus geeft ons daar echter toestemming
voor. ‘Misschien zou je stille tijd tamelijk vroeg in de avond
moeten plaatsvinden als het voor jou niet haalbaar is die vlak
voor het slapen te houden’ (HvL16:5:2).
Je zult zelf moeten beslissen wanneer jij je avondstilte neemt.
Ik adviseer je echter om dit telkens ongeveer rond dezelfde tijd
in de avonduren te doen. Sommige dingen zou je wellicht tijdens
je avondstilte willen doen:
·
Bedank de Heilige Geest voor Zijn leiding door de hele dag heen.
·
Denk enige tijd na over de gedachte van de dag
·
Laat de gebeurtenissen van de dag de revue passeren:
vergeef de pijnlijke gebeurtenissen en dank God voor de zegeningen.
·
Zeg een afsluitend Werkboekgebed.
·
Heb een laatste meditatie.
GAAN SLAPEN
Net zoals de Cursus ons
met God op onze lippen ziet wakker worden, zo ziet hij ons ook
als we gaan slapen. Hij ziet dat zijn student de hele dag door
de woorden geoefend heeft en ‘ze ’s avonds met zich meeneemt als
hij slapen gaat’ (WdI.162.3:1).
Onze ideale dag sluit af met een uiteindelijke bevestiging van
waar de hele dag over ging, een bevestiging die ons in een rustige
slaap wiegt waarin we in God rusten. Voor velen van ons zal dit
eenvoudig het afsluitende deel van onze avondstilte zijn, omdat
we dat moment net voor het naar bed gaan houden. Voor hen die
deze tijd eerder nemen zal dit een toegevoegd moment zijn van
toewijding van onze slaap aan God.
‘Als het je beter past deze
[stille] tijd eerder [in de avond] te houden, zorg er dan tenminste
voor dat jij niet vergeet een korte periode te nemen [bij bedtijd]
- een moment volstaat - , waarin jij je ogen sluit en aan God
denkt.’
(HvL16.5:8)
Er zijn een aantal dingen
die we misschien in dat korte moment zouden kunnen doen:
1. Wijd je nachtrust aan God
De Tekst praat daadwerkelijk
over het wijden van onze slaap aan God.
‘Hoe jij ontwaakt is een teken
van hoe je de slaap hebt benut. Aan wie heb je die ter beschikking
gesteld? Onder de hoede van welke leraar heb je die geplaatst?
Telkens wanneer je ontmoedigd wakker wordt, had je die niet aan
de Heilige Geest gegeven. Alleen wanneer jij vreugdevol ontwaakt,
heb je de slaap in overeenstemming met Zijn bedoeling benut’. (T8.IX.4:1-5)
2. Neem woorden
uit het Werkboek mee in je slaap
Val in slaap met woorden
uit het Werkboek in gedachten, misschien wel met de les die je
de hele dag door geoefend hebt. Ik vind de volgende woorden hiervoor
uitstekend geschikt en ook voor het vorige punt, want het zijn
oefenzinnen die ook onze slaap aan God wijden:
‘En laat mij slapen, zeker
van mijn geborgenheid, verzekerd van Jouw zorg en me er blij van
bewust: ik ben Jouw Zoon.’ (WdII.232.1:5)
Nu hebben we onze hele dag
aan God gegeven. We hebben de dag van begin tot einde in het teken
gesteld van de volmaakte dag. Als we waarlijk met toewijding en
verlangen geoefend hebben zijn we waarschijnlijk zeer dicht de
dag genaderd waar we naar hunkeren. We hebben misschien ogenblikken
van waarachtige vrede en verrukking ervaren, hebben lang gezochte
doorbraken in verschillende situaties en relaties meegemaakt,
en ervaren dat deze dag doorstraald was van een subtiele gloed
vanuit een ander rijk. Aan het einde van de dag kijken we misschien
terug en zien we dat de Hemel deze dag inderdaad apart heeft gezet
en er een tijdloos licht op geworpen heeft waarop echo’s van de
eeuwigheid waarlijk gehoord werden (zie WdI.157.1:3).
Wie wil niet een dag als
deze? De Cursus belooft dat na zo’n heilige dag onze slaap geen
gewone slaap meer zal zijn en niet tot een gewoon ontwaken zal
leiden. De Cursus spreekt over jou als iemand die in volmaakte
vrede slaapt, met vergeving rustend ‘op je oogleden zodat je geen
dromen over angst en slechtheid, kwaadaardigheid en aanval ziet’
(WdI.122.2:3). Zoals we hierboven zagen
zal deze slaap ons leiden naar een ontwaken met vreugde en vitaliteit
(T8.IX.4:5),
tot een opstaan in heerlijkheid (WdII.237.1:2), met vergeving die
‘fonkelt in je ogen als je ontwaakt en je de vreugde schenkt waarmee
jij de dag tegemoet kunt gaan’ (WdI.122.2:2).
En wanneer je aldus ontwaakt,
hoe denk je dat je dag verlopen zal? Er zal jou ‘een nieuwe dag
vol vreugde en vrede’ (WdI.122.2:4) gegeven worden. Eén dag
van vrede zal tot een volgende leiden totdat al je dagen dezelfde
worden, totdat ‘dit leven een heilig moment wordt, geplaatst binnen
de tijd, maar met louter oog voor onsterfelijkheid’ (WdI.135.19:1).
Want wat als een speciale dag begon zal jou brengen naar de verwezenlijking
van een tijdloze waarheid: ‘Zo hoort elke dag te zijn’ (WdII.232.2:1).
|