Heeft God een plan?
door Robert Perry
Heeft God een specifiek plan voor ons, iets bijzonders
wat hij ons met ons leven wil laten doen? Normaal gesproken zou
ik deze vraag beantwoorden aan de hand van bepaalde passages uit
de Cursus (er zijn er heel wat die deze vraag duidelijk beantwoorden,
zie bijvoorbeeld WdlI.135.18). In dit artikel wil ik deze vraag
echter beantwoorden vanuit een ervaring uit mijn eigen leven.
Ik heb heel wat ervaringen gehad die mij erop leken te wijzen
dat er een hoger plan in werking was, en naar mijn overtuiging
zijn het deze ervaringen geweest, die mij heel veel geleerd hebben
over hoe het plan werkelijk werkt. Eén ervan, een bijzonder essentiële,
wil ik graag met jullie delen, en vervolgens een poging doen om
hieruit af te leiden wat dit voorval zegt over het plan zelf.
Een
voorbeeld uit mijn leven
Tijdens mijn tiener- en vroege twintiger jaren wist ik al hoe mijn leven zou verlopen.
Ik stevende af op een loopbaan in de filosofie. In mijn tienerjaren
begon ik al vragen over het leven te stellen en probeerde ik er
de antwoorden op te vinden. Ik schreef mijn inzichten op en, na
een aantal jaren, begon zich het begin van een filosofisch systeem
af te tekenen. Het ging over een aantal traditionele filosofische
en veel psychologische vragen. Ik hield van dit soort zaken. Ik
had een passie voor de waarheid en voelde mij volledig thuis in
het ontwikkelen van een ideeënsysteem dat erop gericht was deze
waarheid te vinden. Mijn filosofisch systeem trachtte de aard
van het bewustzijn uit te leggen, met inbegrip van de werking
van onze gedachten, wil, emotie, en geheugen, en dit vanuit een
totaal nieuwe invalshoek (die volgens mij nog steeds veelbelovend
is). Het bevatte een bewijs voor het bestaan van God dat geen
variant was op de traditionele bewijzen. Ik was zeer verheugd
toen Huston Smith, een groot geleerde op het gebied van wereldreligies,
mij zei dat hij dacht dat het een werkzaam bewijs was en mij een
tijdschrift aanraadde dat het misschien wel zou willen publiceren
(hoewel hij toegaf niet enthousiast te zijn over dit soort bewijzen).
Op mijn eenentwintigste verjaardag gebeurde er iets
cruciaals in mijn leven. Ik was naar een park in de buurt gegaan
om wat na te denken. Daar kwamen mijn gedachten op mijn magnum
opus (levenswerk) dat ik van plan was te schrijven binnen
een jaar of tien, als mijn filosofisch systeem wat verder uitgewerkt
was. Dit zou een enorm boek worden – minstens 1.000 bladzijden
– waarin ik mijn ideeënstelsel aan de wereld zou presenteren.
Terwijl ik in het park was gebeurde er iets dat ongewoon én betekenisvol
was: ik had het gevoel alsof de titel van mijn magnum opus plotseling
mijn geest was binnengevallen. Misschien heb je wel eens iets
dergelijks ervaren, waarbij een idee, volledig uitgewerkt, plotseling
in je hoofd opduikt, waarbij je eerder het gevoel hebt dat het
gewoon vanuit een andere plek naar jouw hoofd werd overgeplaatst
dan dat het door jou zelf bedacht is. De titel was Aanschouw
de mens (Behold the Man). Dit komt voor in een passage uit
het evangelie van Johannes, waarbij Pilatus Jezus aan de menigte
toont. Hij brengt Jezus naar voren, die net daarvoor was geslagen,
gegeseld en met doornen gekroond en zegt tot de menigte: “Aanschouw
de mens”.
Het was ongelooflijk hoe perfect deze titel bij mijn
boek paste, en wel om minstens twee redenen. Ten eerste maakte
mijn spiritueel systeem er aanspraak op te openbaren wat de menselijke
aard is, hoe die aan de oppervlakte werkt en wat de diepere gronden
ervan zijn. Aanschouw de Mens leek deze opzet exact weer te geven. Het leek wel
te zeggen “Aanschouw het wezen
van de mens”. Ten tweede hield mijn filosofisch stelsel in
dat, ondanks ons kwetsbare, sterfelijke voorkomen, onze wezenlijke
aard spiritueel of goddelijk is. Dit lag overduidelijk besloten
in deze gebeurtenis uit Jezus’ leven. Hier was een goddelijk wezen,
dat er echter op dat moment maar al te menselijk uitzag – gebroken,
bloedend, op de rand van de dood. In mijn ogen leek het er bijna
op alsof de titel zelf een
gebaar maakte naar Jezus zoals hij daar voor de menigte stond
en zei: ‘Aanschouw het wezen van de mens; hoewel hij maar al te
menselijk lijkt, is hij in werkelijkheid goddelijk’. Deze titel
was zo heilig voor mij dat ik hem gedurende de daaropvolgende
jaren slechts aan één persoon verteld heb.
Ik kwam terug uit het park en ontmoette enkele vrienden
die mij mee uit eten namen. Ik heb nog altijd een foto van mezelf
in dat Mexicaanse restaurant die avond, waarop ik er uitzie als
een idioot, onder een van die grote sombrero’s. Toen we weer thuiskwamen
kreeg ik mijn verjaardagscadeau. Op verzoek van Susan, mijn toenmalige
verloofde, hadden mijn vrienden geld bijeengelegd om een boek
voor mij te kopen waarover ik enkele maanden tevoren gelezen had,
maar waarvoor ik te lui of te zuinig was geweest om het aan te
schaffen: Een Cursus in
Wonderen. Terwijl we daar zaten en ik die blauwe boeken vasthield
(het waren toen nog drie aparte delen), voelde het aan als een
belangrijk moment, en zoals later zou blijken, was het dat ook.
Dat ogenblik heeft mijn hele leven veranderd.
Niet lang daarna, misschien wel diezelfde avond, realiseerde
ik me dat er die dag iets heel vreemds gebeurd was. Op dezelfde
dag dat ik de perfecte titel voor mijn boek gevonden had, had
ik ook Een Cursus in Wonderen gekregen. Er werd
mij een 1000 bladzijden
tellend magnum opus van iemand
anders gegeven, en het presenteerde een
intellectueel systeem dat, net als het mijne, filosofisch, psychologisch,
en uiteindelijk ook spiritueel was. Dit denksysteem beweerde,
net als het mijne, te onthullen hoe onze geest en emoties werken
en te openbaren wat wij in essentie zijn. Net zoals bij mij presenteerde
het Jezus als een symbool voor ieder van ons, menselijk in voorkomen,
maar in waarheid goddelijk, wiens onmenselijke einde een schrijnend
symbool was van de menselijke conditie. En ten slotte stelde de
titel ons op subtiele wijze op één lijn met Jezus, net als de
mijne, want de titel van Een
Cursus in Wonderen beweert ons te leren wat Jezus ook deed,
namelijk wonderen verrichten.
Ik was verbaasd over de overeenkomsten met mijn boek.
Dit kon geen toeval zijn, dacht ik. Het leek er bijna op of iemand
mij het boek gegeven had dat ik zelf van plan was te schrijven.
Intuïtief voelde ik aan dat dit gewoon iets
te betekenen had. Maar wat? Zonder er al te veel bij stil
te staan concludeerde ik dat het betekende dat er iets belangrijks
moest zijn met de Cursus in relatie tot mij en eveneens met de
titel van mijn boek – wat mij betrof natuurlijk met de nadruk
op het laatste. Zoals achteraf zou blijken, had ik geen idee van
de werkelijke gevolgen van die dag.
Als ik er wat meer bij stil had gestaan, dan had ik
ingezien dat er een vrij duidelijke boodschap was. Zoals ik al
zei, was het net alsof iemand mij het boek gegeven had dat ik
zelf van plan was te schrijven. Deze mogelijkheid hield een verontrustende
boodschap in: mijn boek was al geschreven, en wel door iemand
anders. Erger nog, dit was niet zomaar iemand anders. Dit boek beweerde geschreven te
zijn door Jezus. Waar
mijn boek Jezus louter gebruikte als symbool voor ons ware wezen,
werd dit boek verondersteld door hemzelf geschreven
te zijn. Als dit waar was - en ik begon dit uiteindelijk ook
te geloven - veranderde dit alles. Waarom zou de leerling het
in zijn hoofd halen een boek te schrijven dat reeds door de meester
geschreven was? Wat zou een leerling op dat moment beter kunnen
doen dan zich toe te wijden aan het boek van de meester?
Als ik er ook maar een beetje over nagedacht had, zou
ik ingezien hebben dat de schijnbaar opwindende, raadselachtige
gebeurtenissen van die dag een pijnlijke boodschap inhielden:
in plaats van mijn loopbaan te wijden aan mijn
boek, zou ik het wijden aan dat van
iemand anders. Dit was zo’n uitermate ongewenste boodschap
voor mij dat het zelfs niet bij me op kwam. Op dat moment was
in feite geen enkele macht ter aarde in staat om mij deze mogelijkheid
serieus te laten overwegen.
De boodschap bleef echter aan mijn deur kloppen. Na
een aantal jaren ontving ik zuivere leiding - zo voelde het voor
mij - van de Heilige Geest dat ik de Cursus zou gaan onderwijzen.
Ik zou dit tussen de bedrijven door doen, in de veronderstelling
dat ik de Cursus als bijverdienste zou onderwijzen, terwijl mijn
dagelijkse werk natuurlijk zou bestaan uit het werken aan mijn
eigen filosofische systeem. Ondertussen was mijn beste vriend
begonnen te werken voor een plaatselijk Course-centrum, en vervolgens
begon mijn vrouw dat ook te doen. Daarna werd ik gevraagd om er
les te geven, en vervolgens om te schrijven. Na een aantal jaren
begon ik uitnodigingen te krijgen om ook workshops in andere plaatsen
te geven. Ik had een volledige ommekeer gemaakt en voor mezelf
een loopbaan gevonden als leraar in Een Cursus in Wonderen.
Toch hield ik gedurende al die tijd nog steeds vast
aan het idee (hoewel mijn greep stilaan verzwakte) dat mijn echte
loopbaan gewijd zou zijn aan mijn eigen spiritueel systeem. Te
bedenken dat ik een originele bijdrage kon leveren aan de zoektocht
van de mensheid naar de waarheid, maar dat ik er voor altijd over
zou zwijgen terwijl ik de bijdrage van iemands anders verkondigde,
was een bittere pil om te slikken.
Toen, op mijn eenendertigste verjaardag, tien volle
jaren nadat ik de Cursus gekregen had, deed ik een Course-workshop
in Oklahoma City. In het vliegtuig tijdens mijn terugreis overdacht
ik de hele zaak. In die periode was ik tot de overtuiging gekomen
dat de Cursus van belang was, niet alleen voor een paar New Agers,
maar voor de hele wereld. Ook was ik gaan beseffen dat de Cursus,
als spiritueel systeem, ver uitsteeg boven datgene wat ik ooit
zou kunnen bedenken. Eveneens was ik me ervan bewust dat het een
grote intellectuele inspanning zou vergen om dat denksysteem helemaal
uit te spinnen en zijn wijsheid aan anderen duidelijk te maken,
wat betekende dat er behoefte was aan iemand zoals ik. Kortom,
ik zag met volslagen helderheid in dat al die jaren terug, op
mijn eenentwintigste verjaardag, dit het was waarvoor ik
was ‘ingehuurd’. Het was allemaal al vastgelegd op het moment
dat ik de Cursus kreeg (en wie weet, misschien al veel eerder).
Ik zou dezelfde passie voor de waarheid en dezelfde intellectuele
bekwaamheden die ik van plan was voor mijn eigen ideeënstelsel
te gebruiken, nu aan het zijne wijden. Op die bewuste dag had
ik eindelijk de boodschap door en zei ik eindelijk ‘ja’, en ik
heb nooit meer omgekeken.
10 observaties met betrekking
tot het plan
Achteraf bekeken kon ik zien dat er een heel zuiver
plan van de Heilige Geest in deze situatie aan het werk was geweest,
een plan dat van meet af aan zijn eigen idee had van waar ik naar
toe zou gaan, en dat er in geslaagd was om mijn leven zachtjes
een duwtje in zijn richting te geven. De manier waarop het plan
in deze situatie te werk leek te gaan is precies dezelfde als
ik in veel andere situaties gezien heb. Daarom zou ik dit verhaal
graag gebruiken als een venster op de werkwijze van het plan van
de Heilige Geest. Wat kan het ons vertellen over het plan? Ik
heb er de tien volgende observaties uit afgeleid.
1.
Gods plan kan onze plannen in de prullenmand doen belanden,
maar altijd in ruil voor iets veel beters.
Inderdaad, mijn levensplannen verdwenen in de prullenmand,
maar ik ben me steeds meer gaan realiseren dat Zijn plan vele
malen beter is. De Cursus heeft mij in richtingen gestuurd die
ik zelf nooit zou zijn gegaan. Niet alleen is de Cursus als denksysteem
veruit superieur aan dat van mij, maar het is tevens een pad voor
transformatie. Mijn spiritueel systeem was enkel gericht op uitleggen,
niet op transformeren, en eerlijk gezegd bestond een groot deel
van zijn waarde voor mij eruit dat ik diegene was die het uitlegde. Daardoor
hield mijn denksysteem automatisch het gevaar in mijn ego te verheffen,
terwijl de Cursus erop gericht is mijn ego teniet te doen. Het
is altijd beter voor de student om de meester te vertegenwoordigen
dan zichzelf.
2.
Als het plan aan onze deur
komt kloppen kan het zijn dat wij het niet horen. En zelfs wanneer
we het in zekere mate wel horen zullen we waarschijnlijk proberen
de veranderingen die het in ons leven met zich meebrengt te minimaliseren.
Zoals je in mijn verhaal hebt gezien, had ik er totaal
geen benul van welk plan er nu eigenlijk op die beslissende dag
aan mijn deur klopte. En zelfs toen ik jaren later zwakjes het
kloppen begon te horen, hield ik er geen rekening mee dat het
een totaal ander leven zou betekenen dan wat ik voor mezelf gepland
had. Het was als een wekker waarvan ik het geluid automatisch
in mijn dromen probeerde op te nemen, in plaats van het te horen
als het weksignaal dat het in werkelijkheid was.
3.
Het plan heeft zijn eigen wil, een wil waar wij geen controle
over hebben. Het komt met nieuwe, creatieve ideeën voor ons leven,
die totaal los staan van onze eigen ideeën (hoewel er op bepaalde
momenten wel overeenkomsten kunnen zijn).
Deze eigenschap van het plan is waarschijnlijk het
meest bedreigend, al kan het ook zeer troostend zijn. Terwijl
ik plannen maakte voor mijn leven, was daar Iemand anders die
andere plannen maakte, plannen die ik nooit zelf gemaakt zou hebben.
Mijn intellectuele loopbaanwijden aan een doorgegeven boek? Wat een waanzinnig
idee! Maar hoe vreemd het mij ook leek, er was absoluut niets
dat ik kon doen om deze Wil van gedachten te doen veranderen.
Dit kan zeer bedreigend aanvoelen, alsof er een of andere generaal
is daarboven in de hemel die ons het strijdgewoel instuurt zonder
oog te hebben voor ons persoonlijke welzijn. Anderzijds kunnen
we het ook als zeer geruststellend ervaren, want het betekent
dat er Iemand is die op een bepaalde manier over ons waakt, Iemand
Die niet zomaar een verzinsel is van onze verbeelding, maar Die
een geheel eigen Wil heeft en Die weet wat voor ons het beste
is.
4.
Het plan zal ons een rol geven in de verlossing van de wereld.
Dit geeft ons de gelegenheid om voor een zinvol doel te leven.
Volgens mij is het plan er
in het bijzonder op gericht ons een rol te laten spelen binnen
het grotere doel van de verlossing van de wereld. Dit klinkt misschien
banaal, maar toch lijkt dit precies te zijn wat er in mijn verhaal
gebeurde. Het lijkt er op alsof ik geroepen werd om in een behoefte
te voorzien. Je zou hier redelijkerwijs uit kunnen afleiden dat
op een bepaalde manier, en in bepaalde mate, de Cursus mij nodig
had, net zoals de wereld blijkbaar de Cursus nodig had. Het gevoel
te hebben dat ons leven een belangrijk doel vervult binnen een
groter plan is iets waar we allemaal naar hunkeren. Wie wil er
nu het gevoel hebben dat zijn leven geen enkel doel heeft? Wie
wil zich nu totaal nutteloos voelen? De overtuiging dat ik voor
een groter doel gebruikt word is voor mij een geschenk van onschatbare
waarde. Het geeft mijn leven betekenis en stelt mij in staat om
door te gaan ondanks alle hindernissen.
5.
De rol die het plan ons
geeft is volmaakt afgestemd op onze talenten,
bekwaamheden en interesses. Het zou bij iemand anders nooit zo
goed passen als bij ons.
Ik heb al aangegeven dat het plan mij duidelijk aansprak
op precies diezelfde eigenschappen in mij die geleid hebben tot
mijn eigen spiritueel systeem: mijn passie voor de waarheid en
mijn vaardigheden in het ontwerpen van een ideeënsysteem. Ik verbaas
mij er al jaren over hoe deze functie mij op het lijf geschreven
is. Het is alsof Iemand mij door en door kende, beter dan ik mijzelf
kende, en voor mij een rol ontwierp die mij perfect paste.
6.
Het plan maakt gebruik
van onze talenten en vaardigheden, maar op een andere wijze dan
ons ego ze zou gebruiken.
Dit was natuurlijk een belangrijk thema in mijn verhaal.
Niet alleen zou het nooit in mij opgekomen zijn om mijn loopbaan
te wijden aan het ideeënstelsel van een andere filosoof, het kwam
al helemaal niet in mijn hoofd op dat deze meesterfilosoof Jezus
zou zijn, en dat hij zijn filosofisch systeem kenbaar gemaakt
had in de vorm van een doorgegeven boek. De hele situatie was
gewoon een beetje vreemd.
7.
Het plan kan behoorlijk
frustrerend zijn voor de wensen van ons ego en daarom kunnen we
er lange tijd weerstand aan bieden.
Dit was praktisch het hoofdthema in mijn verhaal. Dit
plan was het idee van Iemand anders, en ik vond het mijne beter.
Dus, zelfs terwijl Zijn plan al in werking was, hield ik koppig
vast aan het mijne.
8.
Het plan zal ons ego frustreren
omdat het zijn doel is ons voorbij ons ego te leiden naar het
overstijgen ervan.
Het plan is bijna ‘doortrapt’ te noemen. Niet alleen
zal het ons een rol laten spelen in de verlossing van de wereld,
het zal die rol zo ontwerpen dat, door het vervullen ervan, op
natuurlijke wijze ons ego afgezwakt wordt tot het helemaal verdwenen
is. In míjn levensplan stond mijn ego aan de top van een alles
verklarend ideeënsysteem dat het zelf had ontworpen. Het was koning.
In het plan van de Heilige Geest voor mijn leven staat mijn ego
helemaal onderaan een transformatiesysteem dat er totaal op gericht
is het ego teniet te doen. Verder heeft het feit dat ik dit gedachtenstelsel
onderwijs mij ertoe gebracht me zelfs over te geven aan zijn doel
om mijn ego weg te vagen. Ik ben tien maal meer student dan wanneer
ik nooit leraar zou zijn geworden. Ergens vermoed ik dat de Heilige
Geest dit wist.
9.
Het plan is consequent en volhardend. het zal niet van gedachten
veranderen, Of wij de ideeën nu goed inden of niet. En als we
ze aanvankelijk niet horen zal het aan onze deur blijven kloppen.
We gaan er vaak van uit dat het plan van de Heilige
Geest ongelooflijk soepel en spontaan is. Het kan ons de ene week
iets vertellen en de week daarop iets totaal anders zeggen. Als
we bijvoorbeeld de boodschap aanvankelijk niet door hebben, kunnen
we er misschien vanuit gaan dat het plan zich verder zal ontwikkelen,
zich vloeiend zal aanpassen aan onze weerstanden en met een eindeloze
stroom van nieuwe, even voorzichtige ideeën zal komen. Dit is
een tamelijk geruststellend idee, maar het was in dit geval niet
mijn ervaring, en ook niet bij mijn andere confrontaties met het
plan van de Heilige Geest. Het feit dat ik het niet doorhad en
weerstand bood veranderde niet het minste of geringste aan het
standpunt van het plan. Het bleef gewoon hameren op hetzelfde
idee totdat ik overstag ging.
10.
Het is in orde als we niet antwoorden als het plan aanklopt. Het
zal ons meer gelegenheden blijven bieden. Ze zullen altijd blijven
komen.
Ik ben er van overtuigd dat het in orde is als we het plan niet horen aankloppen, of het wel horen maar weigeren
te antwoorden. Als het plan net zo was als wij, dan zou het boos
worden en ons uiteindelijk opgeven, maar gelukkig is dat niet
het geval. Altijd geduldig en vergevingsgezind, zal het ons vrijgevig
steeds maar weer gelegenheden blijven aanbieden, net zolang als
het nodig is.
Heeft God een plan voor ons leven? Volgens mijn
ervaring wel. Dit plan staat aan onze kant. Het geeft ons de kans
om te leven met een betekenisvol doel. Het heeft onze beste belangen
in gedachten. Het heeft echter ook het ter ziele gaan van ons
ego voor ogen, en het is moeilijk voor ons om in te zien dat juist
dit ons beste belang
is. Daardoor zou het kunnen dat de ideeën van het plan zo wezensvreemd
voor ons zijn dat we ze aanvankelijk misschien niet opmerken,
en als we het dan toch doen, kunnen we lange tijd tegenstribbelen
en ertegen tekeergaan. Maar dat mag. Het plan is geduldig en we
zullen er uiteindelijk wel mee akkoord gaan.
WIL
JE DIT ARTIKEL UITPRINTEN?
Selecteer dan het tekstgedeelte van boven naar beneden door
de linkermuisknop ingedrukt te houden;
klik met rechts > copiëren; open een nieuw Word-document
en plak het erin. Voilà!
De
artikelen werden vertaald met vriendelijke toestemming van
'The Circle of Atonement'.
De citaten werden uit het Engels vertaald vanuit 'A Course
in Miracles', Foundation for Inner Peace, 1992.
Op
de artikelen van 'the Circle of Atonement' en van 'het wonder'
rust copyright.
|
|