Lichtvoetig reizen
door Nicola Perry
Deze wereld is een serieus oord. Iedereen verlaat haar in een
kist. En voordat we in die kist belanden, bewandelen we een onveilig
pad en proberen we onheil te vermijden, terwijl we daar ondertussen
alsmaar bang voor zijn. Dit is de onaangename waarheid die ergens
in ons achterhoofd op de loer ligt en een schaduw over ons leven
werpt. We lijken op langdurige gijzelaars die rondom een kampvuur
zitten en in een geest van kameraadschap samen met onze gijzelhouders
moppen vertellen. Zelfs terwijl we plezier hebben, weten we dat
ieder moment een van ons meegenomen kan worden en doodgeschoten.
Maar
diegenen onder ons die een spiritueel pad bewandelen neigen ertoe
te geloven dat er een betere manier is om in de wereld te leven
dan in een voortdurende staat van angst te verkeren. In plaats
van gebukt te gaan onder de dreiging van ziekte en rampen weten
we dat er een manier is om lichtvoetig door de wereld te reizen;
een manier waarop we veel minder zorgen hebben en een toekomst
van hoop in plaats van wanhoop. Als Coursestudenten geloven we
dat, naarmate we vorderen op ons pad naar God, de ultieme werkelijkheid
langzaam maar zeker werkelijker voor ons zal worden. We zullen
meer heilige ogenblikken hebben, we zullen wonderen ervaren. We
zullen in toenemende mate in het licht van de Hemel leven in plaats
van in de duisternis en zwaarte van de wereld. Hoewel we dezelfde
aarde bewandelen als iedereen zullen we ons veilig en geliefd
voelen, heel en in vrede, onbelast en gelukkig. We zullen leven
in de werkelijke wereld.
Hoe doen we dat: lichtvoetig
reizen?
Stel je eens voor dat je door het leven heengaat zonder de
last van problemen, angsten, zorgen en ergernissen. Kun je je
de bevrijding en vrijheid voorstellen die je zou voelen, en de
lichtheid in je hart? Zou je reis door het leven dan niet een
totaal andere ervaring zijn? Maar hoe leren we lichtvoetig te
reizen?
Bevrijd
je van de last van gebeurtenissen en situaties
Een goede start is om allereerst geen onnodige lasten te verzamelen
en zoveel mogelijk ‘kleine’ vormen van onvrede los te laten. Werkboekles
5 herinnert ons eraan dat ‘er
geen kleine vormen van onvrede zijn. Ze verstoren mijn innerlijke
vrede allemaal evenzeer’ (Wd1.5.4:3-4). Toch voelt
het ongetwijfeld gemakkelijker deze kleine ergernissen aan te
pakken en we kunnen daarom veel voor onze vrede doen door er simpelweg
alert op te zijn deze schijnbaar kleine vormen van onvrede niet
te verzamelen, of ze snel weer los te laten.
Ons dagelijks leven is gevuld met kleine dingen om ons druk
over te maken. Als we onszelf toestaan gedachteloos in die val
te lopen kunnen we aan het eind van iedere dag wel helemaal terneergedrukt
zijn door de stress van dit alles, ook al is er niets van al die
vreselijke dingen gebeurd. Ik kreeg hierin onlangs een prachtige
les toen ik naar de tandarts ging in de wetenschap dat ik een
spuit zou krijgen voor de daaropvolgende behandeling. Ik was ontzettend
angstig en bad om hulp terwijl ik in de tandartsstoel zat. Onmiddellijk
kreeg ik een korte indruk van Jezus die naar me lachte. Hij nam
dit kennelijk minder serieus dan ik! Het hielp me enorm en ik
begreep de boodschap: is een heel kort pijnscheutje het waard
om mijn geest mee te belasten? Ik denk eigenlijk van niet.
Ervan uitgaande dat we deze kleine en zinloze lasten regelmatig
door de dag heen verzamelen, leert het Werkboek ons ieder uur
even te stoppen en onze geest te bevrijden van datgene wat ons
in het afgelopen uur heeft belast (zie bijv. Wd1.193.12). Op deze manier zijn we niet bezig
een steeds groeiende zware last van irritaties en onvrede met
ons mee te dragen.
Maar wat te doen met de ‘grote’ zaken die ons van streek maken?
Wat doen we als we geconfronteerd worden met een van de ergste
dingen die deze wereld ons te bieden heeft? Het kan verleidelijk
zijn de waarheid overboord te gooien als we in een crisis raken,
maar uiteindelijk zullen we hier alleen maar doorheen komen door
het licht van de waarheid op de duisternis van ons lijden te laten
schijnen. Ergens, midden in onze pijn, moeten we een weg zien
te vinden om op een betekenisvolle manier met de waarheid in verbinding
te komen. We moeten een manier zien te vinden ons het feit eigen
te maken dat ‘Er een andere
manier is om hiernaar te kijken’ (Wd1.33.3:4), iets dat
ons zal helpen onze moeilijkheden in het juiste perspectief te
brengen ten opzichte van de waarheid, iets dat ons uiteindelijk
voorbij de duisternis weer naar het licht zal leiden. De belangrijkste
manier waarop de Cursus ons traint dit te doen is natuurlijk op
onze moeilijkheden te reageren door onze werkboekles voor de dag
te herhalen.
Lichtvoetig reizen betekent niet dat er nooit meer iets naars
met ons zal gebeuren – het betekent dat we, wat er ook gebeurt,
het licht van de waarheid in onze geest binnenlaten. Dit licht
wijst ons de weg naar een andere manier van waarnemen, smelt de
pijn van de ervaring weg en onderwijst onze geest een diepgaande
les: alle problemen zijn even betekenisloos; ze hebben geen substantie
en geen werkelijke macht om ons te kwetsen. ’Grote’ problemen
zijn net zo illusoir als ‘kleine’. Het leren van deze les (een
les die we steeds opnieuw in heel veel verschillende situaties
zullen moeten leren) markeert het dóórbreken van een diepere wijsheid
en een grotere vaardigheid om het leven minder angstig te leven.
Bevrijd je van de last
van ergernissen door middel van vergeving
Een belangrijke manier om ons van onze lasten te ontdoen is
volgens de Cursus uiteraard door onze ergernissen los te laten.
De uitwerking die vergeving op ons heeft wordt echter zwaar door
ons onderschat. Kennelijk is het vasthouden aan ergernissen net
zoiets als moeizaam vooruit proberen te komen onder een massieve
last die ons volledig uitput:
Jij bent
niet echt in staat moe te zijn, maar je bent zeer wel in staat
jezelf uit te putten. De spanning van het constant oordelen is
praktisch ondraaglijk. Het is merkwaardig dat zo’n afmattend vermogen
zo intens gekoesterd wordt. (T3.VI.5:5-7)
Koesteren we onze oordelen juist niet? Gaan we er niet vanuit
dat we ons zonder die oordelen beroofd zullen voelen? Niettemin
maakt de Cursus, juist bij het thema vergeving, van zijn meest
motiverende bewoordingen gebruik. Wanneer we ons niet bereid voelen
te vergeven is het de moeite waard aan deze passages wat tijd
te besteden. Het is moeilijk om bijvoorbeeld les 122 te lezen:
‘Vergeving biedt alles wat
ik wens’ en dan nog volledig vast te blijven houden aan onze
haat.
Wat we lijken te vergeten is dat wanneer we boos zijn, we meedogenloos
zijn. Wrok en lichthartigheid gaan eenvoudigweg niet samen. Gezien
de hoeveelheid tijd en energie die we besteden aan onze ergernissen
en aan onze onwil deze werkelijk los te laten, is het geen wonder
dat Jezus ons zonder omhaal zegt dat we ‘ons
vastberaden toegewijd hebben aan ellende’ (T14.II.1:2). Daarentegen vertelt hij ons dat het zien van onze ergernissen
als de illusies die ze zijn een intense opluchting zal zijn voor
onze geest en dat, als we ze loslaten, we een gelukkige lach zullen
ervaren en geen verdriet.
Het is de
onwerkelijkheid van de zonde, die vergeving natuurlijk en volkomen
zinnig maakt, een intense opluchting voor degenen die haar geven
en een stille zegening waar ze ontvangen wordt. Ze duldt geen
illusies maar verzamelt die lichthartig, met een lachje, en legt
ze zachtjes aan de voeten van de waarheid. En daar verdwijnen
ze totaal. (Wd1.134.6:1-3)
Bevrijd je van de last
van plannen maken
Een andere belangrijke last is het plannen van onze toekomst.
We maken plannen om onszelf te beschermen tegen ingebeelde bedreigingen
zoals armoede. We maken plannen om de dingen te verwerven waarvan
we besloten hebben dat ze belangrijk voor ons zijn. We maken plannen
om zeker te stellen dat bepaalde zaken of mensen of situaties
waaraan we gehecht zijn binnen ons bereik blijven of, als ze dat
nog niet zijn, binnen ons bereik komen. Volgens ons is plannen
maken essentieel en natuurlijk, het is een teken van intelligentie.
Volgens Jezus echter houdt het plannen ons stevig geworteld in
de wereld van illusies en is het een teken van onze totale onwetendheid
van God en Zijn wetten. In werkboekles 135, waarin dit onderwerp
uitvoerig wordt behandeld, vertelt Jezus ons dat ons obsessieve
plannen, dat gecentreerd is rond ons lichaam en zijn behoeften,
in feite datgene is wat ons ziek maakt. Zolang wij druk bezig
zijn plannen te maken voor zijn verdediging hebben we zo’n verkeerde
waarneming van ons lichaam en het doel ervan dat dit neerkomt
op een aanval op het lichaam, en dientengevolge wordt het ziek.
Maar als we begrijpen dat het een illusie is en we ons daarentegen
richten op het uitvoeren van onze rol in Gods verlossingsplan,
dan zal het lichaam voor ons gezond blijven zolang het nodig is:
Het lichaam
onderwerpen aan de plannen die de ongeheelde geest opstelt om
zichzelf te redden, maakt het lichaam zeker ziek. Het is niet
vrij het middel te zijn dat meehelpt aan een plan dat zijn eigen
bescherming verre te boven gaat en dat zijn diensten voor korte
tijd behoeft. In deze hoedanigheid is gezondheid verzekerd. (Wd1.135.13:1-3)
Het tegengestelde van plannen is vertrouwen in de Heilige Geest.
In plaats van onze eigen plannen voor de verdediging van ons lichaam
uit te voeren, vragen we Hem wat Hij ons wil laten doen voor het
verlossingsplan. We luisteren naar Zijn leiding en dan voeren
we het uit. Dit betekent echter niet dat we onze agenda’s moeten
weggooien. De Heilige Geest kan deze vormen evengoed gebruiken
als wij. Planning opgeven wil niet zeggen dat we in bed blijven
liggen totdat een Stem ons vertelt wat we met onze dag moeten
doen. Jezus vroeg Helen en Bill niet hun baan op te geven en de
hele dag thuis te blijven zodat ze ‘spontaan’ zouden kunnen leven.
Integendeel, hij gaf hen heel vaak leiding over hoe hun vele verantwoordelijkheden
en interacties met anderen gebruikt konden worden ten behoeve
van heelwording. Planning opgeven betekent echter wél dat we onze
eigen ideeën opgeven over het doel van ons leven, ons tijdsschema en onze dagelijkse afspraken.
Zodra we eenmaal voor een ander doel leven kunnen ons heel goed
plannen worden gegeven om uit te voeren waar we zelf nooit aan
gedacht zouden hebben. Het opgeven van onze plannen betekent,
simpel gezegd, dat het hogere doel van de verlossing van de wereld
belangrijker voor ons is dan het leven en de tijd van …… (vul
je naam in!). Ons leven wordt dan ‘een
betekenisvolle ontmoeting met de waarheid’ (Wd1.135.19:2), vol van
vreugde. Onze geest is bevrijd van de last van ziekte en ons leven
wordt steeds gelukkiger:
Je tegenwoordig
vertrouwen in Hem is de verdediging die een ongestoorde toekomst
belooft, zonder een spoor verdriet en met vreugde die gestaag
groeit wanneer dit leven een heilig moment wordt, geplaatst binnen
de tijd, maar met louter oog voor onsterfelijkheid. (WdI.135.19:1)
Wat een prachtig beeld! Wat een inspirerend visioen van wat
ons leven zou kunnen zijn! En wat een mooie les: leven als het
instrument voor een hoger plan - en dus leven op een manier die
onze afzonderlijke belangen te boven gaat - is de
manier waarop aan onze diepste behoeften voldaan wordt, onze behoeften
aan vrede, veiligheid en geluk.
Bevrijd je van de last
van gehechtheid aan materiële zaken
Een ander aspect van lichtvoetig reizen is ons te bevrijden
van onze gehechtheid aan materiële zaken. Wanneer onze bezittingen
- die we al bezitten of die we graag zouden
willen bezitten - zoveel voor ons betekenen, houdt dit onze
focus stevig verankerd in deze materiële wereld. Deze onjuiste
waarneming, dat we bepaalde zaken nodig hebben vanwege de betekenis
die we eraan toekennen, richt grote schade aan in onze geest.
Het koesteren van bepaalde bezittingen en toelaten dat de aanwezigheid
hiervan in ons leven bepaalt hoe we over onszelf denken, is een
aanval op onze eigen innerlijke vrede. We kunnen dit zien aan
de hand van het extreme voorbeeld van een autistische persoon
die in woede uitbarst omdat een van zijn favoriete voorwerpen
niet ligt waar hij dit verwachtte, en waardoor zijn gevoel van
veiligheid in de wereld volkomen is ondermijnd. Maar we zien niet
dat onze ‘mildere’ versie - een vage angst voelen als er iets
zou gebeuren met onze meest gekoesterde bezittingen - precies
dezelfde mentale ziekte is. Ons gevoel van heelheid en veiligheid
in de wereld hangt, voor dit moment, af van een voorwerp. Als
we het zo samenvatten, lijkt dit dan niet absurd? Maar wie van
ons kunnen in alle eerlijkheid zeggen dat we nooit aan die manier
van denken ten prooi zijn gevallen?
Natuurlijk belasten materiële zaken ons ook wanneer een gehechtheid
aan het bezitten ervan onze gehele manier van leven bepaalt. Misschien
kiezen we er wel voor een groot deel van ons leven te spenderen
aan het doen van zinloze dingen teneinde een flinke voorraad papieren
strookjes en metalen schijfjes te verkrijgen, zodat we al die
dingen kunnen kopen die ons volgens ons gelukkiger maken. We vragen
dus niet aan de Heilige Geest wat Hij ons met ons leven zou willen
laten doen, aangezien we dit zelf al besloten hebben.
We kunnen niet lichtvoetig reizen door een wereld waarin de
materiële zaken om ons heen zoveel voor ons betekenen. We hebben
al die voorwerpen alle betekenis gegeven die ze voor ons hebben
en als we ze tot goden hebben gemaakt, heersen ze dienovereenkomstig
over ons. Het alternatief is volgens Jezus om onze behoeften over
te laten aan de Heilige Geest. Hij zal ons van alles wat we nodig
hebben voorzien als we ons bevrijden van onze gehechtheid aan
onze wereldse agenda’s:
Wat van Hem tot jou komt, komt zonder
dreiging, want Hij zal ervoor zorgen dat het nooit een donkere
plek kan worden, verborgen in je geest en daar bewaard om jou
pijn te doen. Onder zijn leiding zul je lichtvoetig over lichte
wegen reizen, want Zijn zicht is steeds gericht op het einde van
de reis, dat Zijn doel is. (T13.VII.13:3-4)
Een
dieper begrip van de werkelijkheid
Begin je er al een beeld van te krijgen hoe lichtvoetig reizen
er daadwerkelijk uitziet? We verzamelen geen kleine lasten, omdat
we de zinloosheid ervan inzien. Als we met een crisis geconfronteerd
worden reiken we uit naar de waarheid om ons erdoorheen te helpen.
We laten onze ergernissen los omdat we begrijpen hoe onbeduidend
ze zijn. Ons lichaam wordt gezond en ons leven steeds vreugdevoller
als we leren onze eigenbelang los te laten en in plaats daarvan
onze toegewezen plaats in Gods plan in te nemen. We bevrijden
ons van onze gehechtheid aan materiële bezittingen en stellen
in plats daarvan ons vertrouwen in de Heilige Geest die ons van
alles zal voorzien wat we werkelijk nodig hebben om in de wereld
te leven.
Om lichtvoetig te reizen hebben we ‘verlichting’ nodig - de
verlichting die de donkere hoeken van onze geest verlicht, en
onwetendheid en angst vervangt door wijsheid en begrip. Maar waaruit
bestaat die verlichting? Wat is
dit sprankje begrip dat de macht heeft om onmiddellijk onze ergernissen
en angsten te laten wegsmelten alsof ze niets waren? Heel simpel,
het is het diep doorvoelde begrip van de onwerkelijkheid van deze
wereld en een acceptatie van de Hemel als de enige realiteit,
een volmaakte realiteit waarin we totaal door God bemind en verzorgd
worden. Als we werkelijk zouden begrijpen dat we geen verdedigingen
nodig hebben - geen woede, geen oordeel, geen planning van onze
toekomst - omdat we in een wereld van illusies leven, zouden we
ons dan niet bevrijd voelen van onze lasten op een manier die
al onze verdedigingen, oordelen en aanvallen nooit voor elkaar
hebben gekregen? Als we
ten diepste zouden accepteren dat deze zware wereld eenvoudig
een illusie is en de Hemel de enige realiteit, zouden we dan nog
enige reden hebben om ons angstig te voelen?
Lichtvoetig reizen heeft te maken met het diepgaande vermogen
op een dieper niveau illusies werkelijk te benaderen als illusies,
en een weigering je er dienovereenkomstig door terneer te laten
drukken. Dit vraagt echter wel om flink wat spirituele spieroefeningen.
Het is niet voldoende met onze woede om proberen te gaan door
deze te ontkennen, op basis van een intellectuele benadering van het feit
dat de wereld een illusie is. De illusie vindt manieren om ons
steeds weer van streek te maken, totdat we uiteindelijk uit onze
schijnvrede ontsnappen en ermee beginnen echt vergeving toe te
passen! Steeds weer opnieuw wordt ons in de Cursus verteld dat
onze enige uitweg uit de hel die we hebben gemaakt is door de
duisternis naar het licht te brengen, wat betekent dat we ons
ego recht in het gezicht moeten kijken voordat het zal verdwijnen
in het niets dat het in feite is. Jezus waarschuwt ons ervoor
ons ego al te snel af te doen als iets wat geen invloed op ons
heeft. In werkelijkheid heeft het ego dit natuurlijk ook niet,
maar in de tijd wel, totdat we werkelijk geleerd hebben zonder
ego onze weg te bewandelen, iets dat nog niet velen van ons gelukt
is:
Ik
heb over het ego gesproken alsof het een losstaand ding was dat
zelfstandig opereert. Dit was nodig om jou ervan te overtuigen
dat je het niet luchtig weg kunt wuiven en moet beseffen hoeveel
van je denken egogericht is. (T4.VI.1.3-4)
Conclusie
Lichtvoetig reizen heeft dus niets te maken met leven in de
ontkenning van de duisternis die ons voortdrijft, een vrolijk
gezicht op te zetten of als een gek achter de schermen te werken
om ervoor te zorgen dat het leven zo verloopt als wij graag willen.
Het gaat erom die duisternis onbevreesd onder ogen te zien omdat
we weten dat de waarheid ons zal helpen dit anders te zien. Het
gaat er eerder om het licht van de wijsheid in ons te laten dagen
dan onze angsten op een intellectueel niveau weg te redeneren.
Het gaat erom een diepe waarheid ons denken te laten verlichten
en onze gids te laten zijn bij het tegemoet treden van de moeilijkheden
die we tegenkomen, op een prachtige manier door Jezus samengevat
als:
Niets werkelijks
kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
Hierin ligt de vrede van God.
(T.Inl.2:2-4)
|