Boekbespreking
over ‘De levende Christus’ van Paul Ferrini
door
Christien Snelders
Ik zie regelmatig dat Coursestudenten de behoefte hebben om allerlei boeken
rondom ‘Een Cursus in Wonderen’ te lezen. Boeken die er
zijdelings mee te maken hebben of geschreven zijn door mensen
die met de Cursus bezig zijn geweest of dat nog zijn. Van dit
soort boeken zijn er heel veel op de markt en het worden er steeds
meer. Alhoewel we volgens mij op al onze vragen een antwoord kunnen
vinden in de Cursus zelf, kan het voor sommige mensen een hulp
zijn om eens op een andere manier erover te lezen. Op zich is
daar niets mis mee. En als het behulpzaam is op ons spirituele
pad om de boodschap van de Cursus beter te begrijpen, kan het
alleen maar een zegen zijn. Maar soms kunnen we er danig van in
de war raken, omdat het nogal eens voorkomt dat het lijkt alsof
we totaal verschillende ideeën over dezelfde onderwerpen lezen.
In de vele boeken die er zijn, ontdekken we vaak dat ieder er zijn eigen
ideeën op na houdt hoe het zit met Een Cursus in Wonderen.
Het kan niet anders dan dat er verschillende interpretaties ontstaan,
ja ook bij de Cursus is dit het geval, het is altijd al met alles
zo geweest en waarom zou het nu ineens anders zijn? Ik denk dat
het hierin belangrijk voor ieder van ons is, wanneer er interpretaties
worden gegeven over de Cursus, en als je daarvan in de war raakt
of er vraagtekens bij hebt, te onderzoeken of het klopt met wat
de Cursus zelf zegt.
Naar aanleiding van een vraag gesteld door een Coursestudente, over een
uitspraak die gedaan zou zijn door Jezus in het boekje van Paul
Ferrini ‘De levende Christus’, heb ik besloten dit boekje
eens te gaan lezen, en te onderzoeken of de uitspraken die hierin
gedaan worden overeenstemmen met het onderwijs van ‘Een Cursus
in Wonderen’. Paul Ferrini beroept zich er immers op de Cursus
gelezen te hebben en gaat ervan uit een vervolg te geven op de
Cursus. Hij geeft de indruk dat hij in gesprek is met Jezus en
dat deze hem antwoorden verschaft die betrekking hebben op zowel
de wereldse alsook persoonlijke problematiek. Dat Jezus tot ieder
van ons spreekt is een duidelijk gegeven vanuit de Cursus, hij
wil immers graag met ieder van ons een persoonlijke relatie
aangaan, maar of alle uitspraken die gedaan worden in het boekje
van Ferrini ook van Jezus afkomstig zijn is de vraag. In ieder
geval is het naar mijn idee belangrijk om je als Coursestudent
niet af te laten leiden door tegenstrijdige boodschappen en je
af te vragen in hoeverre de uitspraken voor jou kloppen vanuit
de Cursus. Vele onderwerpen worden aan de orde gesteld en
ik heb er enkele uitgehaald, om ze eens onder de loep te nemen
en te toetsen aan de Cursus zelf.
Zijn
wij verantwoordelijk voor de
dingen die er in ons leven gebeuren?
De Jezus uit Ferrini zegt dat wij onze eigen ellende creëren en dat we
de dingen moeten laten zijn zoals ze zijn, zodat we geen energie
meer steken in externe factoren die we niet in de hand hebben
(blz. 19). Zo zegt hij: ‘Je hebt niet alles wat je
overkomt in de hand....’ Je kunt tot op zekere hoogte bepalen
wat je vindt van wat je overkomt. Maar je hebt geen garantie dat
het de resultaten oplevert die jij wilt.’ (blz.167) Dit zou betekenen dat ik wel enigszins verantwoordelijk ben voor mijn manier
van waarnemen, maar dat er dingen in de wereld gebeuren die totaal
los staan van mij. Ik ben niet verantwoordelijk voor de gebeurtenissen
die ik niet in de hand heb. Ze overkomen mij gewoon.
Dat wij onze eigen wereld van pijn en ellende maken is een duidelijk gegeven
vanuit de Cursus. In tegenstelling tot wat de Jezus in Ferrini
zegt, drukt Jezus uit de Cursus ons herhaaldelijk op het hart
dat niets buiten ons gebeurt zonder onze wens:
‘Jij bent niet het slachtoffer van de wereld die je ziet omdat
jij die uitgevonden hebt. Je kunt haar net zo gemakkelijk opgeven
als dat je haar gemaakt hebt. Je zult haar zien of niet zien,
zoals je wenst’ (WdI.32.1:2-4). Hierdoor is het me duidelijk dat ik zelf
verantwoordelijk ben voor wat er in mijn leven gebeurt, omdat
ik de wereld zelf heb bedacht. Ook een verklaring die wij
dienen te oefenen om steeds meer bewust te worden van onze verantwoordelijkheid
is:
Ik ben verantwoordelijk voor wat ik zie,
Ik kies de gevoelens die ik ervaar,
en ik beslis welk doel ik wil bereiken,
en alles wat mij lijkt te overkomen
daar heb ik om gevraagd,
en ontvang het zoals ik het gevraagd heb.
(T21.II.2:3-5)
‘En
alles wat mij LIJKT te overkomen’. Hoe vind je die zin? Dit
duidt er naar mijn idee toch op dat niets mij overkomt.
Dat alles wat in mijn leven gebeurt enkel plaatsvindt omdat ik
er voor gekozen heb of ik me dat nu bewust herinner of niet. Als
je deze verklaring leest, hoe kan het dan zijn dat de Jezus in
het boekje van Ferrini zegt, dat je niet alles in de hand hebt
en dat jou dingen kunnen overkomen? – Dit brengt mij tot het volgende
punt.
Hoe
belangrijk is ons denken?
Zijn wij niet verantwoordelijk voor ons denken over de wereld en onszelf,
en is het niet zo dat Jezus in de Cursus zegt dat wij aan ons
denken over de wereld moeten werken? ‘Iedere gedachte die jij
hebt, maakt een gedeelte van de wereld die jij ziet. We moeten
dus met jouw gedachten aan het werk ...’ (WdI.23.1:4-5). Toch zegt Jezus schijnbaar tegen Ferrini dat ons denken ons zou beperken.
Deze Jezus zegt: ‘Met denken lijf je je Zelf of je Ik altijd
op de een of andere manier in’ (blz.19). Alhoewel hier waarschijnlijk het ego-denken mee bedoeld wordt, haal ik
dat er niet uit. Zeker niet omdat hij verderop zegt: ‘Denken
beperkt het zijn. Zijn is altijd grootser dan denken’ (blz.19). Jezus uit de Cursus heeft hier toch een andere
visie op. Want leren we niet uit de Cursus dat juist het denken
ons werkelijke wezen is? ‘Als ik niet dacht, zou ik niet bestaan,
want leven is denken (WdI.54.2:3).
De Jezus uit Ferrini’s boekje raadt ons aan om stil te worden en dit te
doen door op onze ademhaling te letten en zo al onze gedachten
weg te laten stromen: ‘Diep ademhalen, om zo je concentratie
volledig naar je lichaam te verleggen. Als er gedachten opkomen,
laat je die in de adem oplossen’ (blz.71). Maar de Cursus praat niet over lichaamsbewustwording
in die zin. Hij zegt eerder dat we nog nooit het lichaam totaal
vergeten zijn, terwijl dat juist nodig is om de Verzoening voor
onszelf te leren accepteren. ‘Er is één ding dat je nog nooit
hebt gedaan: je hebt het lichaam niet volkomen vergeten. Er
word je niet gevraagd dit meer dan een ogenblik lang te laten
gebeuren, want juist in dat ogenblik vindt het wonder van Verzoening
plaats’ (T18.VII.2:1-3). Dus vanuit de visie van de Cursus is ons denken uitermate belangrijk,
het maakt ons hele bestaan uit. Want wat hebben dan al die prachtige
gedachtenoefeningen uit het Werkboek voor zin? En hoe zit het
met les 45 in het Werkboek dat wij moeten leren denken met God?
Ik zelf geloof niet dat het nodig is om ons denken stop te zetten,
maar wel dat ons denken getransformeerd moet worden. De Cursus
leert ons juist dat onze gedachten onze grootste kracht
zijn. ‘Het verrichten van wonderen houdt in dat je de kracht
van gedachten volledig beseft...’ (T2VII.2:2).
Welke
plaats krijgt de Heilige Geest
in het boekje van Ferrini?
Jezus in Ferrini zegt: ‘Ieder mens moet naar zichzelf luisteren en zijn
eigen richtlijnen volgen. Dat is wat de Cursus onderwijst’
(blz.77). Dit is niet wat ik in de Cursus lees. Want
waar blijft de Heilige Geest in dit verhaal? In Ferrini’s hele
boek komt de Heilige Geest niet voor. Is het niet zo dat de Cursus
ons juist wil leren alleen nog maar naar de Heilige Geest
te luisteren, omdat wij zelf niet in staat zijn enig zinnig
oordeel te geven? ‘De Heilige Geest is het licht omdat Hij
zich in jou bevindt die licht is, maar jijzelf hebt daar geen
weet van. Daarom is het de taak van de Heilige Geest om jou uit
naam van God opnieuw te interpreteren. Op eigen kracht kun jij
jezelf niet begrijpen’ (T5.III.7:6,8:1). Het vraagt voortdurende inspanning en bereidwilligheid
om naar de Stem van de Heilige Geest te leren luisteren. Volgens
Jezus uit de Cursus was het luisteren naar de Heilige Geest zijn
laatste les die hij geleerd had: ‘Het is de laatste les die
ik geleerd heb, en Gods Zonen zijn even gelijk in hun hoedanigheid
van leerling als in die van Zoon’ (T5.II.3:11). Hij wil dat ook wij dat leren, omdat de Heilige Geest de enige
is die ons op onze weg naar Huis kan begeleiden. En dit gegeven
valt bij Ferrini helemaal weg.
Is – zoals Ferrini zegt
- homoseksualiteit pervers,
en is deze uitspraak van Jezus afkomstig?
Hier betwijfel ik ten zeerste dat Jezus, zoals ik hem ervaar in de Cursus,
een uitspraak zou doen, dat homoseksualiteit pervers en onnatuurlijk
is (blz.53). Alhoewel Jezus
in Ferrini dit enigszins relativeert, zegt hij dit wél. De Cursus
zelf spreekt niet zoveel over seksualiteit en benoemt homoseksualiteit
in het geheel niet. Maar aangezien seksualiteit met het lichaam
te maken heeft en de Cursus, zoals we weten, zeer uitgebreid over
het lichaam spreekt, kunnen we ook kijken wat hij hierover zegt.
De Jezus in het boekje van Ferrini gaat ervan uit dat seks alleen natuurlijk
is wanneer die bedreven wordt door een man en een vrouw om samen
een gezin te stichten. Hij zegt hier: ‘Als ik het woord pervers
gebruik bedoel ik simpelweg dat het ‘niet natuurlijk’ is. Natuurlijk
is dat een man en een vrouw samenkomen met de bedoeling elkaar
te beminnen en een gezin te stichten’ (blz.55). Dus dit betekent dat iedere andere relatie
waarbij seksualiteit een rol speelt onnatuurlijk oftewel pervers
is (in het woordenboek wordt perversiteit omschreven als onnatuurlijk
en verdorven). En dit zou dus betekenen dat het zondig
is. Maar volgens Jezus in Ferrini kan het - ook al is het onnatuurlijk
– geen kwaad, zolang er maar onvoorwaardelijke liefde tussen de
partners is.
Dit klinkt zeer radicaal en oordelend. De Cursus echter is volgens mij
niet tegen seks in welke vorm van relatie ook, want seks als zodanig
is net als het lichaam niet goed of slecht, het betekent niets
en is neutraal in zichzelf. Maar hoe gebruiken wij seksualiteit
ten opzichte van elkaar? In de handen van het ego zal seks gebruikt
worden om de afscheiding in stand te houden: ‘Begeerten zijn
mechanismen om iets te ‘krijgen’, ze vertegenwoordigen de behoeften
van het ego om zichzelf te bevestigen. Het ego beschouwt het lichaam
als zijn thuis, en probeert zichzelf via het lichaam te bevredigen’
(T4.II.7:5,8). Maar wanneer we onze seksualiteit aan de
Heilige Geest overdragen kan het een heilige uitdrukking van vreugde
zijn. ‘Herinner je dat de Heilige Geest het lichaam enkel als
een communicatiemiddel interpreteert. Omdat Hij de Communicatieschakel
tussen God en Zijn afgescheiden Zonen is, interpreteert de Heilige
Geest alles wat jij gemaakt hebt in het licht van wat Hij is.
Het ego scheidt door middel van het lichaam. De Heilige Geest
reikt door middel van het lichaam uit naar anderen’ (T8.VII.2:1-4). Dus hieruit kun je concluderen dat volgens
de Cursus de intentie van seksualiteit belangrijk is en
niet de vorm. In iedere relatie kan seksualiteit gebruikt
worden vanuit haat oftewel vanuit liefde, of het nu een man/vrouw
relatie is of relaties van mannen of vrouwen. Waar gebruik ik
het voor, om te verbinden of om af te scheiden, voor speciaalheid
of heiligheid? De keuze ligt in iedere geest zelf.
Het enige onderscheid in relaties dat Jezus in de Cursus maakt is tussen
‘heilige relaties’ en ‘speciale (liefdes-) relaties’. Er worden
in de Cursus geen andere wereldse relaties benoemd. Ik denk dat
seksualiteit in de handen van het ego in iedere relatie
pervers oftewel onnatuurlijk is. Is in die zin niet de hele wereld
pervers? De Cursus zegt immers: ‘Dit is een waanzinnige
wereld ...’ (T14.I.2:6).
Wat zegt hij
over Een Cursus in Wonderen?
Zo staat er in zijn boekje ook een heel gesprek over Een Cursus in Wonderen
zelf. Als ik werkelijk serieus moet nemen dat het Jezus is die
hier spreekt en wat hij erover zegt, begrijp ik niet waarom hij
überhaupt de Cursus tot ons heeft laten komen. Jezus in Ferrini
zegt: ‘Een leer die als intellectuele bevrijding bedoeld was,
creëerde slechts een nieuwe vorm van intellectuele slavernij.
Helen kreeg wat ze wilde, maar kan inmiddels zien dat het tevergeefs
was. Helen wilde een cursus voor intellectuelen die hen dichter
bij God zou brengen’ (blz.76). Hoe wordt dit bedoeld? Het lijkt alsof Helen Schucman zelf aan Jezus
heeft gevraagd of hij haar een boodschap wilde dicteren voor een
select groepje intellectuelen. Waar blijft dan de basis van de
Cursus waar Bill Thetford zegt: ‘Er moet een andere manier zijn
om met elkaar om te gaan’ en Helen hierop antwoordt: ‘Ik zal jou
daarbij helpen om die manier te vinden’? En zijn niet de eerste
woorden van Jezus ‘Please take notes, this is a Course in Miracles’?
Dit duidt er naar mijn idee op dat Jezus zelf via Helen
tot ons wilde komen om ons te helpen, en dat het zeker niet in
de eerste instantie een behoefte van Helen was.
En wat bedoelt hij hier met ‘intellectuele bevrijding’? Zoals het op mij
overkomt zegt hij hier dat de Cursus bestuderen té intellectueel
is. Want de Cursus bestuderen betekent volgens hem dat we verslaafd
zijn aan zijn boek. Vanuit het woordenboek betekent studeren dat
je probeert door te dringen tot de betekenis van de leerstof.
In de Cursus zelf zegt Jezus: ‘Elk onderwijs vraagt op een
bepaald niveau aandacht en studie’ (T1.VII.4:2). Het zou kunnen zijn dat de Cursus bestuderen
gewoon niet de manier is hoe Paul Ferrini er mee om wil gaan.
Het is zijn goed recht, maar dat hoeft niet voor iedereen zo te
zijn. Want moeten we niet eerst de boodschap van Jezus goed leren
begrijpen voordat we zijn boek dicht kunnen doen?
Mijn ervaring is dat iedere keer als ik opnieuw begin te lezen er nieuwe
inzichten in mij opkomen. Het lijkt dan alsof ik het nog nooit
eerder gelezen heb. Dit komt volgens mij omdat er zóveel in de
Cursus staat, dat mijn geest dit niet in een korte tijd kan bevatten
en langdurige studie nodig is. Hoe meer ik studeer, hoe praktischer
de Cursus voor mij wordt. Ook zegt de Jezus uit Ferrini dat de
Cursus bedoeld is als zelfstudie. ‘Ironisch genoeg werd deze
stof naar voren gebracht in de vorm van een zelfstudie’ (blz.75). Nergens in de Cursus zelf wordt er gezegd
dat het een zelfstudie is (zie het artikel van Christian op deze
site). Eerder worden we vanuit de Cursus gestimuleerd om te delen
met elkaar. Delen is uitbreiden: ‘Gedachten vermeerderen door
ze weg te geven. Hoe meer er daarin geloven, hoe sterker ze worden’
(T5.I.2:2-3). Volgens mijn ervaring vanuit onze groepen
brengt het studeren met elkaar juist meer inzicht en verdieping.
En dat is toch wat de Cursus beoogt?
Op de vraag van Paul Ferrini of mensen verslaafd zijn aan de Cursus, antwoordt
Jezus in het boekje met: ‘Ja. Daarom vroeg ik je ook om een
12-stappen programma te beginnen voor studenten die willen afkicken
van Een Cursus in Wonderen’ (blz.78). Dit lijkt me nogal kras! Voordat we überhaupt zijn boodschap enigszins
begrijpen, moeten we er al mee ophouden. Hoe integreer je de Cursus
in je leven als je niet weet wat hij precies inhoudt? Want ik
ben ervan overtuigd dat het begrijpen van de leerstof toch enige
tijd kan duren en nodig is om die te kunnen integreren. Er blijft
steeds iets te ontdekken. Ik denk dat we wel moeten leren de Cursus
als een praktische levensweg uit te dragen.
Conclusie
Nadat ik het boekje van Ferrini had gelezen was ook ik enigszins ontdaan
door de uitspraken die blijkbaar door deze Jezus zijn gedaan.
Er vanuit gaande dat Jezus de auteur is van Een Cursus in Wonderen,
heb ik er vraagtekens bij of de zuiverheid en integriteit van
de uitspraken in dit boekje wel kloppen.
Ik heb maar enkele onderwerpen aangeroerd, want het is te veel om op te
noemen wat in tegenspraak met de Cursus is. Maar ik ben wel tot
de conclusie gekomen dat als deze uitspraken werkelijk
van de Jezus uit de Cursus afkomstig zouden zijn (wat Ferrini
suggereert), Jezus zichzelf tegenspreekt op vele onderwerpen die
in dit boekje aan de orde komen, als we het bekijken vanuit Een
Cursus in Wonderen. De grote verwarring zit hem naar mijn
idee in het feit dat we geneigd zijn te denken dat alles wat doorgegeven
wordt met de naam Jezus, ook werkelijk van Jezus afkomstig zou
zijn. Want wie bepaalt of het werkelijk Jezus is? Dit kunnen we
volgens mij tenslotte alleen maar in onszelf als waarheid accepteren
of verwerpen. Het is met dit artikel niet mijn bedoeling om over
Ferrini te oordelen. Ik wil enkel zeggen dat wanneer iemand zich
beroept op Een Cursus in Wonderen, het belangrijk is om
te onderzoeken wat voor onszelf klopt en we niet alles zomaar
klakkeloos overnemen, ook niet van mij!
|