| |
De Course - een zelfstudie?
door Christian Salamon
Het idee dat de Course een
zelfstudie zou zijn is een wijdverbreid idee in de Coursegemeenschap
dat we dan ook regelmatig tegenkomen, zelfs op de achterkant van
het boek zelf, de groene Engelse uitgave. Het is echter vreemd
dat de Course zelf daar nooit over praat. De term ‘zelfstudie’
komt er gewoon niet in voor. Het moet dus een interpretatie zijn
van buitenaf, een visie
op de Course. Om de
oorsprong ervan te achterhalen heeft Robert Perry dit aan Ken
Wapnick en Judith Skutch gevraagd: ze hebben echter geen idee
waar het begrip vandaan komt. En het is ook geen privé-doorgeving
aan Helen. De oorsprong ervan ligt volstrekt in het duister. Maar
ondanks dit gegeven blijft natuurlijk de vraag: beaamt de Course
het concept? Staat hij
achter dit idee? Wil hij dat we Course alleen doen?
Om die reden wil ik even op
een rijtje zetten wat ik onder een zelfstudie versta: Je doet
de Course zelf, in je eentje: je leest de Tekst alleen en doet
de lessen zonder met iemand erover te delen. Het is geen groepsgebeuren.
Behalve het boek zelf is er geen fysieke leraar aanwezig. Verder
is er geen school of plek om regelmatig bij elkaar te komen. Je
doet hem op je eigen vrije manier, er is niemand die je vertelt
wat je wanneer moet doen. Dit boek is voor doorgewinterde doe-het-zelvers!
Voor ons onafhankelijke geesten. Na al ons spirituele zoeken weten
we één ding zeker: we zijn vrij en hoeven naar niemands pijpen
te dansen!
Maar: Waar komt de behoefte
vandaan aan al die Course-groepen in Nederland, laat staan in
heel de wereld? Waarom al deze talloze Course-cursussen, -weekends,
-groepen, -stichtingen, -websites, -tijdschriften,
en -cassettebandjes? Waarom bezoeken we workshops? Waarom
lezen we boeken van Courseleraren? Waarom ben je op ‘het wonder’
geabonneerd, en waarom lees je dit artikel, nu?
De reden is heel eenvoudig:
Omdat de Course geen zelfstudie is.
Het enige wat de Course van je vraagt, van jouzelf, is om voor
dit pad te beslissen, de kleine bereidwilligheid, de keuze die
we in de tijd moeten nemen: ‘In de wereld van afscheiding wordt
iedereen afzonderlijk aangesteld, hoewel ze allemaal hetzelfde
zijn. Maar degenen die weten dat ze allemaal hetzelfde zijn hebben
geen verlossing nodig’ (T20.IV.5:4-5). Dit betekent het aanschaffen van
het boek, het openslaan en lezen. Maar dan houd naar mijn idee
jouw alleenheid, je zelfredzaamheid ook al weer op. Van daar uit
ga je namelijk samen.
Zou het kunnen zijn dat Jezus
zelf een idee heeft gehad hoe dit boek ‘gedaan’ moest worden?
Zou hij in zijn doorgeving niet een plan hebben neergelegd over
hoe zijn pad te volgen? Zou hij domweg vergeten zijn dat de mogelijkheid
bestond dat bij een oplage van intussen twee miljoen niet TWEE
de behoefte zouden hebben om de Course samen te bestuderen? Wederom is het niet
belangrijk welke ideeën ik daarover koester of wat anderen beweren,
maar hoe Jezus zelf daarover denkt. Heeft hij
een plan? En steunt zijn plan het concept van zelfstudie?
Leraar en leerling
Volgens mij vinden we het
antwoord in het gegeven van een Handboek voor leraren, leraren
die leerlingen begeleiden. Van Dale: een leerling is ‘iemand die
onderricht krijgt, m.b.t. zijn leermeester’. In dit derde deel
is er geen sprake van een student maar een leerling met z’n leraar:
twee reële personen die met elkaar uitwisselen. Heel lang heb
ik gedacht dat een leraar zijn niets met de Course zelf te maken
heeft, met het uitbreiden van dit specifieke plan zelf, maar meer
in z’n algemeenheid ‘vergeving uitbreiden’. Maar wordt dit echt
bedoeld? Jezus zegt zelf: ‘Dit is een handboek voor een speciaal
leerplan, bestemd voor leraren die een speciale vorm van de universele
cursus onderwijzen’ (H1.4:1). Ik concludeer
dat Jezus mikt op dit specifieke spirituele pad en ons deze denkbeelden wil laten uitbreiden,
afhankelijk van het onderwijsniveau,
dus ook zeker het boek zelf. Door te onderwijzen wordt een leraar
een gevorderde leraar: d.m.v. deze heilige relatie. Alhoewel de
leraar natuurlijk eveneens leert en student is, is er wel een
verschil in ervaring (binnen de tijd), en de Course noemt deze
situatie dan ook onderwijs-leersituatie. Aan het einde van het
Handboek wordt de leraar erop gewezen hoe hij het beste de belangen
van zijn pupillen kan waarnemen. Jezus vertelt hem rechtstreeks
hoe b.v. met het concept ‘reïncarnatie’ om te gaan t.o.v. van
zijn leerlingen. Hem wordt ook gevraagd af te wegen of iemand
al voor het gedachtegoed van de Course gereed is: ‘Wat is voor
wie? Wie zou er meer baat bij hebben bij gebed alleen? Wie heeft
er slechts een glimlach nodig, omdat hij vooralsnog niet klaar
is voor meer?’ (H29.2:1-3). Meer waarvan? Het boek zelf? En de sterkste en tevens
meest confronterende opmerking m.b.t. ‘zelfstudie’ staat in H29.2:1-3.
Daarin wordt de situatie geschetst dat een
leerling aan zijn leraar vraagt met welk deel van de Course
hij het beste beginnen kan. En vervolgens vraagt de leraar dit
aan de Heilige Geest ten behoeve van zijn leerling, en geeft zijn
geïnspireerd antwoord aan hem terug. Stel je voor! Jezus beweert
dat iemand anders, een leraar, voor jou bepaalt wat het beste
voor je is, dat jij je ‘onderwerpt’ aan een dergelijk gezag! Had
je zoiets in de Course verwacht?
Klinkt dit alles naar zelfstudie?
Of dreigt het concept ‘zelfstudie’ niet door voortdurende herhaling
bij het boek zelf te horen, door het te herdrukken, te herlezen
en uiteindelijk als ‘een voldongen feit’ te beschouwen? Is het
niet eerder zo dat we al lang in groepen bijeen komen, geheel
vrijwillig, en dat we er zelfs graag dik voor betalen? Is er niet
vaak een leraar aanwezig, oftewel een informele leider die de
Course het beste kent (zo ben ik namelijk begonnen)? Hebben we
niet al lang onze vaste plek om bij elkaar te komen en uit te
wisselen? En lopen we niet regelmatig vast als we het boek op
onze eigen manier willen
doen, op ons zelf? Vinden we het niet heerlijk om door anderen
(leraren) geïnspireerd te worden? Bomen we niet graag samen over
de Course? Is het niet verademend om te zien dat we niet de enige
zijn die met het ego worstelen? En is het niet heerlijk om samen
onze ego’s weg te kunnen lachen?
Volgens mij klampen we ons
vast aan het concept van ‘zelfstudie’ omdat we bang zijn voor
een nieuwe kerk, een nieuwe paus, een nieuwe leider, een nieuwe
sekte of orde, een wurgende hiërarchie met controle en gezag.
Volgens mij zijn we bang voor ongelijkwaardigheid, bang om volgelingen
te moeten worden die niets meer in de pap te brokkelen hebben
(T31.II.4). We zijn
bang om slachtoffer te worden van andermans ego. We huiveren om
samen te zijn en toch is dit ons diepste
verlangen. We hebben verleerd om ons waarlijk met elkaar te verbinden,
in één doel. Hoe vaak heb ik niet in Course-groepen gezeten waar
niemand eigenlijk goed wist wat met elkaar te doen? Samen stil
lezen, intensief studeren en ervaringen uitwisselen, bidden of
mediteren? Elkaars ego kritisch onder de loep nemen of juist eendrachtig
gaan zingen en dansen? Of zouden we slechts elkaars handen in
stilte vasthouden?
Er bestaat namelijk niet zoiets
als een protocol voor het samenzijn. Een attitudinal-healing-richtlijn
zegt dan ook zo mooi: ‘We oefenen in het samenzijn met elkaar’.
Jezus heeft ons naar mijn idee willen vertellen om in gelijkwaardigheid
en onder leiding van de Heilige Geest - vaak met een zelfgekozen
leraar - het experiment van samenzijn aan te gaan. Opnieuw leren
om in relaties te functioneren. Door dit boeiende proces leert
iedereen en groeit binnen deze heilige relatie, die een bevestiging
is van hun gezamenlijk doel om te ontwaken. Jezus IS teruggekomen,
maar niet in de vorm van één persoon maar door ons allen heen,
en diegenen die zijn pad willen bewandelen zullen onvermijdelijk
leraar worden, leerlingen aantrekken en dit op
allerlei niveaus uitdragen. Daarom: besef dat je in een zes
miljard leden tellend harmonieorkest zit en oefen niet alleen
wat toonladders binnenshuis: oefen je in samenspel.
De term ‘heilige relatie’
Mijn tweede punt houdt verband
met het begrip ‘heilige relatie’. Ik ben namelijk ervan overtuigd
dat het bewandelen van dit spirituele pad samen
binnen een heilige relatie plaatsvindt. Helaas wordt in de Coursegemeenschap
met dit begrip vaak de eenheid van geest bedoeld die we voortdurend
met elkaar delen. Ook hoor ik regelmatig dat ik voor een heilige
relatie niemand anders nodig heb behalve mezelf en mijn vergevende
blik. Ik lees dit echter nergens in de Course zelf. Ik denk dan
ook dat dit niet de manier is hoe Jezus wil dat we het concept
‘heilige relatie’ gebruiken.
Voorop staat dat je, om een
heilige relatie te hebben, bewust één gezamenlijk doel moet delen
dat je ego overstijgt: ‘ ... jullie hebben het samen op
je genomen de Heilige Geest in jullie relatie uit te nodigen ...’
(T17.V.11:1). Na deze
uitnodiging ga je met elkaar het enige proces aan dat ertoe doet:
het ontmaskeren van je ego en het leren accepteren van elkaars
heiligheid om in de Eenheid te ontwaken. Een heilige relatie is
dus een proces: ‘In al haar aspecten - haar begin, haar ontwikkeling en voltooiing
- staat ze voor de omkering van de onheilige relatie.’ (T17.V.2:4). Ze is dan
ook ‘... het speciale middel dat deze cursus gebruikt om tijd
... te besparen.’ (T18.VII.6:4). Dus niet alle relaties zijn op
dit moment heilig, nee, ze moeten dat nog worden: ‘ ... allen die elkaar ontmoeten zullen elkaar opnieuw ontmoeten,
want het is de bestemming van alle relaties om heilig te worden.’
(H3.4:6). Dit kan
heel veel weerstand bij ons oproepen, maar Jezus richt zich op
de weg, d.w.z. op de praktische toepassing binnen ons beleven
van de tijd, niet om te dwepen in een ‘we-zijn-allen-één-gevoel’
terwijl ik mijn conflicten met mijn naaste uit de weg ga en veilig
‘naar binnen ga’. De heilige relatie is de wereldse spiegel voor
het helingsproces van ons isolement. Bewust samen contact maken
en conflicten aangaan. Kijk naar Helen en Bill.
Daarom is het ook noodzakelijk
dat er sprake is van wederkerigheid.
Nergens zegt de Course dat ik alléén, zelf, een heilige relatie
uitmaak, zoals het ook ondenkbaar zou zijn om een huwelijksinzegening
serieus te nemen als er maar één voor het altaar verschijnt. Het
gaat om een relatie, en de Course beschrijft vele vormen van zo’n relatie die
allen een wederzijdse bereidwilligheid veronderstellen: de relatie
tussen gelijken zoals collega’s (Helen en Bill), twee vrienden
of liefdespartners (T17-22), een spirituele
leraar met een leerling (H2.5), therapeut
en patiënt (P2.in.4; 2.I.3; 2.II.5-9), twee mensen
die samen bidden (LvG1.IV.1-3), twee die reeds een speciale relatie
hebben gehad (T17.V.2:2) of elkaar voor het eerst ontmoeten
(H3.2:6-8). Verlaat dus niet de dansvloer maar leer een ander
dansje met elkaar! Ontwaken
doe je samen!
Tot slot
Samengevat wil ik me ervoor
sterk maken dat de Course géén eenzame zelfstudie is maar een
spiritueel pad dat Jezus zorgvuldig gepland heeft als een gezamenlijk
groeiproces binnen een heilige relatie, ook in de vorm van leraar
en leerling. Onder leiding van de Heilige Geest en in gelijkwaardigheid
bestuderen en beoefenen ze Zijn gedachtegoed. Zo vervolmaken ze
hun heilige relatie en breiden die naar anderen uit. Binnen deze
wederkerige relatie willen alle betrokkenen bewust met elkaar
samenwerken om het ene doel van de Heilige Geest te bereiken.
Een dergelijke relatie is een middel om tijd te besparen en het
heilig ogenblik in de wereld zichtbaar te maken ter wille van
de uitbreiding. Daarom veronderstelt ze daadwerkelijk contact
tussen twee of meer personen. Het zou natuurlijk absurd zijn om
de Course zelf met iedereen te moeten doen om een heilige relatie
te hebben, maar als
de Course jouw pad is dan vraagt hij je wél om dit pad te delen!
Gezien de dagelijkse praktijk en de duidelijke behoefte van zijn
studenten blijkt dat dit proces van delen en gezamenlijke studie
allang vanzelf plaatsvindt, maar misschien niet als zodanig herkend
en begrepen wordt.
Ik wil graag afsluiten met
een advies omtrent jouw studie: Bestudeer en beoefen de Course
samen met elkaar, dat is dé ‘ego-killer’:
‘Maar wanneer er twee of meer zich verbinden in hun zoektocht
naar de waarheid, kan het ego zijn gebrek aan inhoud niet langer
verdedigen. Het feit dat ze verenigd zijn, zegt hun dat het [ego]
niet waar is. Het is onmogelijk je God in het geheim en alleen
te herinneren.’ (T14.X.9:6-7;10:1).
WIL
JE DIT ARTIKEL UITPRINTEN?
Selecteer dan het tekstgedeelte van boven naar beneden door
de linkermuisknop ingedrukt te houden;
klik met rechts > copiëren; open een nieuw Word-document
en plak het erin. Voilà!
De
artikelen werden vertaald met vriendelijke toestemming van
'The Circle of Atonement'.
De citaten werden uit het Engels vertaald vanuit 'A Course
in Miracles', Foundation for Inner Peace, 1992.
Op
de artikelen van 'the Circle of Atonement' en van 'het wonder'
rust copyright.
|
|
|